Sinds 1987 ben ik inzake de PVDA een buitenstaander geworden. De stijl van de partij is grondig veranderd sinds 2008 maar de huidige leiders zijn politiek volwassen geworden binnen het leninistische keurslijf. Ook de maatschappelijke context is veranderd. De grote bedrijfsstakingen die in het verleden voor confrontaties zorgden en die voedsel gaven aan de revolutionaire illusies zijn uit de mode, maar er zijn andere vormen van verzet in de plaats gekomen:
- wekelijkse rituele Palestina-betogingen op een verboden parcours;
- bezettingen zoals die van het rectoraat in Gent;
- verkeersblokkades aan rotondes door ‘gele hesjes’ of door vakbondsmilitanten; tegenbetogingen om activiteiten te verhinderen, bijvoorbeeld van de MR;
- verbale en fysieke agressie tegen bijeenkomsten met rechtse sprekers;
- sabotage-acties zoals die van Code Rood die schade toebrengen aan gebouwen, installaties en apparatuur van geviseerde bedrijven wegens banden met Israël, ecologische schade … ;
- scholierenstakingen zoals die in Luik waar ongeveer evenveel mensen deelnamen aan de rellen als aan de reguliere betogingen;
- grote toegestane betogingen die een relatief kleine groep relschoppers aantrekken;
- apolitieke rellen zoals bij oudejaarsavond, voetbalwedstrijden, enzovoort, waar veel migrantenjongeren bij betrokken zijn.
Het is hoogstwaarschijnlijk dat PVDA-leden deelnemen aan sommige van die acties zoals bijvoorbeeld (1) tot (5) omdat zich daar gelegenheden aanbieden om leden te rekruteren. Het zijn ook geen acties waar ze ‘morele’ bezwaren tegen hebben. De sabotage-acties (6) zijn minder interessant. Die worden georganiseerd door concurrenten, bieden weinig mogelijkheid tot rekruteren, kunnen de partij compromitteren als hun leden betrapt worden. Bovendien passen die sabotages noch in een reformistische, noch in een revolutionaire strategie. Ze kunnen hoogstens leiden tot ontmoediging of verdere radicalisering naar terrorisme.
(7) en (8) leveren de moeilijkste situaties op omdat het acties zijn met twee versnellingen. De partij wil zich in de eerste plaats identificeren met het vreedzame deel van de actie en de eisen ervan radicaliseren. Ik kan mij niet voorstellen dat PVDA-leden deelnemen aan het geweld van de ‘harde kern’, de half-politieke, half-geüniformeerde, half-georganiseerde relschoppers, en zeker niet zolang hun geweld niet door een groter deel van de actievoerders overgenomen worden. Dat laatste is theoretisch mogelijk aangezien het politie-optreden tegen de relschoppers een escalerend effect zou kunnen hebben. De PVDA zou het wellicht fijn vinden als een aanzienlijk deel van de authentieke betogers mee in de ‘tegenaanval’ gaat tegen de politiek. Ik geloof echter niet dat dát is wat nu gebeurt in Brussel en Luik. Hoogstens trekken de relschoppers andere gelegenheidsrelschoppers aan.
Ook is het niet duidelijk in welke mate de harde-kern-relschoppers eigenlijk politiek geïnspireerd zijn. Hoe groot is de rol van een vaag anti-systeem-gevoel? Misschien zijn er wel wat kinderen bij uit gegoede milieus die in hun jeugd roepen tegen de bourgeois en puur voor de opwinding met stenen gooien naar de politie. De ene motivatie hoeft de andere niet uit te sluiten. Bovendien staat de harde kern, in de mate dát ze politiek geïnspireerd is, in zekere zin ‘links’ van de PVDA, en voor extreem-links is het moeilijk om bij extreem-extreem-links te rekruteren. In een revolutionaire situatie zouden die extreem-extreem-linksen eventueel nuttig kunnen zijn, maar ik geloof niet dat de PVDA de huidige situatie als revolutionair of prerevolutionair inschat.
Hetzelfde geldt voor (9), voor de apolitieke rellen die hetzij autonoom ontstaan, hetzij in de marge van een protestbeweging. Die rellen bestaan dan niet in de eerste plaats uit confrontaties met de politie maar uit vandalisme, vernielingen en plunderingen. Ook deze kunnen voor een extreem-linkse partij ‘interessant’ zijn, maar ook weer slechts in de context van een brede opstand – of een voorbereidende oefening erop – waarbij georganiseerde revolutionairen een de facto verbond aangaan met gelegenheidscriminelen uit de laagste volksklassen, en er misschien zelfs uit rekruteren.
Maar alweer: gelooft de PVDA, gelooft Hedebouw dat zo’n algemene opstand dichtbij is? Mélenchon in Frankrijk gelooft dat misschien wel. Hij kan rekenen op een algemene ontevredenheid, een scherpe polarisatie met een ineengezakt centrum, een verwacht verkiezingsresultaat dat hoger ligt dan dat van de bolsjewieken in 1917-1918, en een grote bereidheid om als het nodig is alles stuk te slaan: het gevolg van de oude Franse barricade-traditie en van de aanwezigheid van een nieuwe, slecht geïntegreerde moslimgeneratie in haar meest baldadige jaren. Ook lijdt Mélenchon zichtbaar aan de Franse ziekte van de folie des grandeurs. Hij is erg welbespraakt, wat het nadeel heeft dat hij zijn eigen retoriek kan gaan geloven. En hij heeft een trotskistisch verleden. Vanuit mijn eigen maoïstisch verleden herinner ik mij dat de trotskisten de lat voor de revolutie lager legden – een flinke algemene staking kon de klus klaren – waardoor die voor hen dichterbij leek dan voor ons.
Hedebouw is uit een ander hout gesneden dan Mélenchon. Hij is een oude maoïst met West-Vlaamse roots. Het zou mij niet verwonderen dat hij nog altijd redeneert in termen van een revolutie op termijn van 10-15-20 jaar. Daarvoor is nodig: het bescheiden werk van actie, bewustwording en organisatie, of het nu regent of waait. Zulke koppige mensen zijn minder vatbaar voor illusies. En zonder illusies van een nakende revolutie heeft het niet veel zin om tot geweld ‘op te roepen’.
***
Theo Francken sprak op de sociale media over de ‘zwarte antifa-stoottroepen van Hedebouw en Joske D’haese. Zijn medewerker Joren Vermeersch vroeg zich in De Standaard af ‘hoe hecht de banden zijn’ tussen de extreemlinkse zwarthemden en de PVDA*? Ik zou de vraag liever wat algemener stellen: ‘Hoe groot is de verantwoordelijkheid van de PVDA bij het extreemlinkse geweld in het recente verleden?’ Je kunt op die vraag antwoorden in gebarentaal, door je twee handen dicht bij of ver van elkaar te houden. Zo groot of zooooo groot. Ik wil proberen, met het bovenstaande in het achterhoofd, die vraag te beantwoorden met een reeks feiten en speculaties.
- PVDA-leden nemen routineus deel aan syndicale verkeersblokkades, aan verboden betogingen, aan betogingen langs een verboden parcours, aan bestorming en bezetting van lokalen, en aan verbale en fysieke agressie tegen bijeenkomsten met rechtse sprekers. De partij zal dergelijke acties nooit veroordelen.
- PVDA-leden nemen niet deel aan georganiseerde sabotage-acties zoals die van Code Rood die schade toebrengen aan gebouwen, installaties en apparatuur van bepaalde bedrijven of instellingen. De partij zal dergelijke acties evenwel nooit veroordelen maar veeleer goedpraten als vormen van noodzakelijke ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’.
- PVDA-leden nemen in principe niet deel aan de gevechten van de half-georganiseerde, half-geüniformde ‘antifa’-groepjes die de politie aanvallen in de marge van protestbewegingen. De partij schuift de schuld van die confrontaties echter systematisch in de schoenen van de politie. Als heel hard wordt aangedrongen, zal de partij die acties veroordelen als ‘geïsoleerd’ geweld.
- Vernielingen en plunderingen zal de PVDA desgevraagd veroordelen, maar ze zal de pers aanklagen omdat ze te veel aandacht besteed aan die ‘randverschijnselen’ – ook als die, zoals in Frankrijk, gepleegd worden door tienduizenden mensen.
- De partij zal erop wijzen dat ‘armoede en uitsluiting ook een vorm van geweld is,’ en dat de asociale politiek van de regering verantwoordelijk is voor de frustratie en de uitbarstingen van opgekropte woede. Daarmee zit ze op de lijn van Greta Thunberg die het scholierenprotest ziet als een reactie op een ‘extreem gewelddadig systeem.’ Op die manier kan men extreem-links geweld goedpraten als een vorm van zelfverdediging.
- De partij zal de gerechtelijke vervolging van straatgeweld voorstellen als onrechtmatige intimidatie van protestbewegingen.
- De partij zal elke versterking van de politie met het oog op straatgeweld proberen tegen te houden. Ze zal de politie in haar rol van ordehandhaver voorstellen als een kwalijk instrument van repressie. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat de politieke en apolitieke jongeren die de slogan ACAB – All Cops Are Bastards – op winkelramen spuiten de PVDA niet nodig hebben om de politie te haten.
- De Partij zal altijd aandringen op zoveel mogelijk betogingen voor zo radicaal mogelijke eisen, ook als er redelijkerwijs kan worden voorspeld worden dat die betogingen tot grote onlusten zullen leiden. Ze zal ook elk tijdelijk betogingsverbod, zoals onlangs in Luik, bekampen
* Het antwoord van PVDA-leider Peter Mertens in De Standaard bestaat voor 90 procent uit een intentieproces: Vermeersch schrijft dat alleen omdat hij het verbieden van de PVDA wil voorbereiden.

Niet het ganse artikel gelezen, fout van mij natuurlijk. Maar "in der Beschränkung zeigt sich der Meister", tja....
BeantwoordenVerwijderenWel 'hoed helaggen met die hele (g) hesjes'. Is Gedebouw een West-Vlaming? Dat PVDA u zo bezighoudt, moet ik daar iets achter zoeken, deed Lenin over zoiets uitspraken?
U schrijft met veel meer woorden wat ik als commentaar onder het stuk van 12 oktober schreef.
BeantwoordenVerwijderenNiemand kan zich losmaken van een intensief verleden: het verleden bepaalt niet de persoon, maar de persoon bepaalt het verleden.... des mensen. Wij blijven dezelfde personen, opvattingen kunnen veranderen, de onderliggende hersenmechanismen blijven doorwerken, ook al is het in een andere richting.
Het is zoals zich zeer gedetailleerd bezighouden met het geslacht der engelen. Kom je dan toch tot de conclusie dat engelen niet bestaan, je blijft die benaderingsmethode toch verder gebruiken.
Perhaps a useless waste, except if later generations learn from it.