Eursong en de VRT-vakbondsactie
De VRT heeft beslist om in 2027 deel te nemen aan het Eursongfestival, ook al doet ook Israël mee. De vakbonden bij de openbare zender dreigen met een blokkering van de uitzending. Ze hebben een stakingsaanzegging ingediend voor 11, 13 en 15 mei 2027, de dagen van de halve finales en de finale. De ACOD verklaarde dat het er alles aan zou doen om te voorkomen dat het festival op de VRT wordt uitgezonden.
Dit lijkt mij revolutionaire daad van ‘zelfbestuur’. Ik herinner mij een toespraak van de trotskist Ernest Mandel die uitlegde hoe de revolutie zou verlopen. De vakbonden namen de leiding over van de fabrieken en riepen het zelfbestuur uit. Daarmee was je er nog niet, want het staatsapparaat beschikte over het leger, de wapens en de communicatiemiddelen. Geen nood. Ook daar riepen de vakbonden zelfbestuur uit. De soldaten namen de kazernes over, de wapenfabrieken leverden wapens aan de opstandelingen, en de vakbonden van de televisie zorgden ervoor dat de revolutionaire communiqués werden verspreid en dat de regeringscommuniqués wérden gecensureerd. Zo deed je dat.
Akkoord, in mei 2027 gaat het maar over Eurosong, een muzikaal evenement dat mij gestolen kan worden, maar het gaat om het principe. Minister van Media Cieltje Van Achter vindt de vakbondsactie in elk geval ook ongepast.
Stel je voor dat wij als politici zouden zeggen dat we het niet eens zijn met een programma van de VRT en er alles aan zouden doen om ervoor te zorgen dat het niet wordt uitgezonden. Het land zou - terecht - te klein zijn. Iedereen zou spreken over politieke inmenging en de onafhankelijkheid van de VRT.
Op Facebook las ik het verwijt dat Van Achter het verschil niet begreep tussen vakbond en overheid.
Dat een vakbond geen overheid is en dat zowat iedereen met een morzel verstand dat begrijpt, ontgaat de minister. De overheid bezit de politieke en wettelijke macht over de openbare omroep. Als de politiek ingrijpt op de programmering, schendt zij de persvrijheid en de redactionele onafhankelijkheid. Dat zou censuur zijn. Een vakbond daarentegen maakt gebruik van een grondwettelijk stakingsrecht als sociaal actiemiddel. De minister vergelijkt het uitoefenen van een sociaal basisrecht (staken) met machtsmisbruik door de overheid (censuur).
Ik zou juist omgekeerd redeneren. Dat een democratisch verkozen overheid beslist dat de overheidszender niet mag deelnemen aan Eurosong zou ik betreuren maar aanvaarden. Maar dat de vakbonden gaan beslissen wat wel of niet wordt uitgezonden, vind ik onaanvaardbaar. Hoe kan men nu zoiets in godsnaam verdedigen? – Wel, op de volgende manier.
Mocht de vakbond een louter politieke actie ondernemen die niets te maken heeft met de sociale of economische belangen van het personeel, zou ze zich op glad ijs begeven. Maar dat doet ze niet. De vakbond legt immers de nadruk op “morele bezwaren” van werknemers en verschuift het debat dus naar het domein van het welzijn op het werk. Verplicht worden om een bijdrage te leveren aan een programma dat indruist tegen je diepste ethische overtuigingen tast het morele welzijn aan. Zonder stakingsaanzegging zouden werknemers van de openbare omroep die weigeren opdrachten uit te voeren het risico lopen op sancties wegen werkweigering. De vakbond beschermt de werknemers dus tegen dergelijke straffen.
Op die manier volstaat het om politieke motieven te vertalen in ‘morele bezwaren’ en ‘welzijn op het werk’ om ze langs een achterpoortje binnen te smokkelen*. Laten we eens aannemen dat het omgekeerd is: dat de VRT een flink aantal Joden tewerkstelt die ‘morele bezwaren’ hebben tegen de Gaza-berichtgeving. Die berichtgeving druist in tegen hun diepste ethische overtuigingen. Ze zouden graag weigeren aan zulke berichtgeving mee te werken, maar ze lopen het risico op sancties wegens werkweigering. Moeten de vakbonden dan oproepen tot collectieve actie om de berichtgeving over Gaza aan te passen aan het morele welzijn van hun Joodse leden.
* Voor die vakbondsredenering, zie ook hier:
De sociale zekerheid en de besparingen
Een linksliberaal heeft een dubbelzinnige houding tegenover de huidige problemen van de sociale zekerheid. Hij aanvaardt de besparingen die zich vanuit de economische realiteit opdringen. Als teveel mensen die niet echt werkzoekend of écht ziek zijn – dat is niet gemakkelijk om uit te maken – een uitkering krijgen als werkloze of als langdurig zieke, dan moet daar iets aan gebeuren. Dat is de bottom line. Karel Verhoeven bijvoorbeeld schrijft (DS 13/10):
Solidariteit vereist inderdaad dat steun genereus is, maar zo precies en tijdelijk mogelijk. Deze regering trekt de hekken op zowel voor werkloosheid als voor langdurige ziekte. Dat moest gebeuren.
Dat is de liberale conclusie. Maar daar moet flink wat linkse saus over het gebrek aan ‘perspectieven’ voor de ‘meest kwetsbaren’ die onvoldoende geholpen worden met trajecten. Er moet een sneer worden gegeven aan Sammy Mahdi die mensen wil verplichtenaan het werk te gaan. En de positieve gevolgen van de hervorming moeten zoveel mogelijk geminimaliseerd worden.
Zo levert een hervorming die werklozen massaal zou dwingen te werken, de zeer bescheiden winst op van 5 procent extra uitstroom naar werk, becijferde de VDAB.
Maar die vijf procent moet eigenlijk vijf procentpunt zijn. De VDAB heeft inderdaad onderzocht wat er met langdurige werklozen gebeurde nadat de meesten van hen hun uitkering verloren.
Uitstroom naar duurzaam werk: 17 %
Uitstroom naar ziekte: 21 %
Ontvangen een leefloon: 19 procent
Die uitstroom naar duurzaam werk was vóór de hervorming 12 % en is nu dus 17 %. Dat is inderdaad een stijging van 5 procentpunt, maar als ik het succes maximaal wilde voorstellen, had ik dat een stijging van 40 % genoemd.
Verhoeven betreurt dat de mensen die hun werklozensteun of ziekte-uitkering verliezen nu in het ‘Belgische labyrint’ terechtkomen. Daarmee bedoelt hij dat ze van uitkeringsysteem veranderen. Voor de steden en gemeenten die de OCMW’s moeten financieren is dat een probleem, maar voor de steuntrekkers ben ik er gerust in: de meesten zullen hun weg in het labyrint wel vinden die naar de OCMW-uitkering leidt. Ik zie ook geen alternatief voor die uitkering. Je kunt die mensen niet laten omkomen van de honger. En zolang die uitkering wel bestaat, zal een deel van de steuntrekkers de voorkeur geven aan de lage uitkering zonder werken boven een hoger loon mét werken.
De sociale zekerheid en de bedrijven (1)
Voor authentiek links, zoals ABVV-voorzitter Bert Engelaar zit het anders in elkaar. Door allerleid rechtse maatregelen heeft de staat zelf de tekorten gecreëerd waardoor de sociale zekerheid in de problemen komt. Er zijn kortingen doorgevoerd op de patronale bijdragen en loonsubsidies. ‘In de privé-sector lopen die dit jaar alleen al op tot ruim 16 miljard,’ schrijft hij in een opiniestuk (DS 13/10).
Engelaar is wel zo voorzichtig om de conclusie van zijn redenering niet helemaal helder te formuleren: alles kan worden opgelost door zwaardere fiscale en parafiscale lasten op de bedrijven. Dan heeft De Wever meteen 16 miljard, in plaats van de 10 miljard die hij zoekt.
Nu, misschien moeten de slecht draaiende bedrijven worden ontzien om geen golf van afdankingen te krijgen, maar de bedrijven die winst maken, die moeten eraan geloven. ‘De netto-winstmarges stegen van 7,4 procent in 2013 naar 10 procent vandaag,’ schrijft Engelaar verontwaardigd. Het is zonde dat ik het zeg, maar ik heb meer sympathie voor de PVDA-propaganda om de vermogens extra te belasten dan voor de ABVV-propaganda die de succesvolle bedrijven extra wil belasten.
De sociale zekerheid en de bedrijven (2)
Pieter Termmermans van het VBO heeft geantwoord op Engelaar (DS 14/10) en meteen een aantal andere cijfers naar voren geschoven die aannemelijk maken dat besparen op uitgaven (en sociale zekerheid) meer voor de hand ligt dan bedrijven belasten.
- de primaire uitgaven van de staat zijn sinds 2000 gestegen van 42 % naar 52 %van het BBP
- de inkomsten van de staat zijn sinds 2000 gelijk gebleven: 49 % van het BBP
- de winstmarges na investeringen en belastingen zijn sinds 1995 gedaald van 8,2 % naar 7,3 % nu.
De sociale zekerheid, de vergrijzing en het scholierenprotest
Nial Fergusson schreef deze week een boeiend stuk in The Free Press over de protesterende jeugd in Frankrijk, Spanje en Brussel. Ook hij brengt de sociale zekerheid ter sprake
Zoals welbekend heeft Europa een relatief genereuze sociale zekerheid, met meer belastingen en herverdeling dan in de Verenigde Staten. Alleen zijn die systemen destijds ontworpen voor samenlevingen met 2,5 kinderen in plaats van 1,25 per gezin, en met een levensverwachting van 62 in plaats van 79 jaar. Op enkele uitzonderingen na zitten die modellen in de vroege fase van een steile duik in de insolvabiliteit.
Waar ik Fergusson niet kan volgen is als hij vervolgens een verband ziet tussen deze pijnlijke situatie en de jongeren die op straat komen. De jongeren zouden, volgens die redenering, vaag moeten aanvoelen (are dimly aware but dont appear to understand) dat zij de klos zijn, dat ze de sociale zekerheid voor oma en opa zullen moeten betalen.
Maar zelfs zo’n vaag aanvoelen lijkt mij een onnodige hypothese. Journalisten, sociologen en historici zijn altijd geneigd om straatprotest te rationaliseren. Ze doen dat door op zoek te gaan naar een eisenprogramma, of naar dieper liggende motieven. Soms is dat terecht. Niets gebeurt in het luchtledige.
Maar men mag het ook niet te ver zoeken. Op straat komen om te protesteren (of om te vernielen) kan ook gewoon leuk zijn. Het enige wat men nodig heeft om op straat te komen is een voorbeeld, een aanleiding, een excuus en de belofte van opwinding. Natuurlijk helpt een atmosfeer van ontevredenheid, het gevoel van ‘being screwed’. Nogal wat jongeren zijn heel ontevreden dat ze naar school moeten gaan, en een verdubbeling van het Onderwijsbudget zou daar niet veel aan veranderen.
* Het stuk van Ferugusson kan hier worden opgehaald.
De krant lezen, met de chatbot naast je
Een uitgebreid stuk over Bouchez en de BTW-verhoging in De Standaard (13/10). In de eerste kolom lees ik dat de BTW-harmonisering van 6 en 12 % tot 9 % en de stijging van 21 naar 22 procent een opbrengst zou geven van 2,5 miljard euro. In de tweede kolom wordt verwezen naar een studie van het Planbureau uit 2016 die de opbrengst van een BTW-verhoging van 1 procentpunt op 80 miljoen euro schat. 80 miljoen versus 2,5 miljard … vroeger zou ik boos geworden zijn op de journalist die dat verschil niet uitlegde. Nu vraag ik het aan ChatGPT en in één seconde weet ik het antwoord.
Nobelprijs economie
Telkens als er een ‘Nobelprijs’ Economie wordt toegekend, probeer ik een heel klein beetje te begrijpen welke ontdekking de winnaar of winnaars van dat jaar hebben gedaan. Dit jaar ging de prijs naar Robert E. Hall en Michael Woodford. Ze worden beschouwd als de grondleggers van de Nieuw-Keynesiaanse school, en als de naam Keynes valt, worden wij, van de Oostenrijkse school, achterdochtig.
Keynes, dat is bekend, legde graag correlaties tussen globale grootheden, met als bekendste voorbeeld het overband tussen inflatie en werkloosheid: hogere inflatie leidt tot lagere werkloosheid en omgekeerd. Maar werkloosheid is een kwestie van miljoenen individuele beslissingen van bedrijven, van werknemers en van werklozen. En hier komen de Nieuw-Keynsianen op het toneel door die individuele beslissingen nader te bekijken, vooraleer ze op te tellen tot globale grootheden.
Hall, met name, werkte verder op een hypothese van Milton Friedman: die van het ‘permanente inkomen’. Mensen baseren hun uitgaven niet zozeer op hun inkomen – de tering naar de nering zetten – maar op hun verwacht inkomen op langere termijn. Hall formuleerde de hypothese preciezer, zodat ze statisch kon worden getoetst. Om de toekomstige consumptie te voorspellen moet je kijken naar de huidige consumptie, niet naar het huidige inkomen, omdat de huidige consumptie al rekening houdt met het verwachte inkomen. Of preciezer: de huidige consumptie voorspelt de toekomstige consumptie; het huidige inkomen verbetert die voorspelling niet. En of dat waar is kan worden nagegaan aan de hand van statistieken uit het verleden waarin de evolutie van de consumptie en van de inkomens met elkaar worden vergeleken (samen met veel andere gegevens).
Volgende maand gaat mijn vrouw met pensioen. We verwachten een daling van ons gezamenlijk inkomen. We zijn nu al onze consumptie aan het aanpassen. Maar omdat we helaas niet helemaal rationeel zijn, en niet zo goed in cijferen, zullen we het toch eerst moeten ondervinden welk consumptieniveau bij ons nieuwe inkomen past, door onze zichtrekening in de gaten te houden. Het model van Hall is ingenieus, maar mijn vrouw en ik passen er niet helemaal in. Maar dat er in de samenleving veel zulke misfits rondlopen, dat zal de econoom ook wel geweten hebben.
Een andere vraag is of zo’n ontdekking praktisch nut heeft. Kan de overheid er conclusies uithalen over het afbouwen, het uitbreiden of het verfijnen van staatsinterventie in de economie? Of is het meer iets zoals ontdekkingen in de fysica die ons – dat wil zeggen een handvol geleerden die slim genoeg zijn om ze te begrijpen – beter inzicht verschaffen in de bouwstenen van de natuur? Dát weet ik niet.
Trump in het museum
‘Democratisch activisme,’ schrijft Ian Buruma (DS 13/10) ‘wekt in sommige kringen weerzin, maar Republikeins activisme maakt mensen bang.’ Die formulering zal ik onthouden, en er af en toe aan terugdenken. Verder schrijft Buruma:
Diverse nieuwsorganisaties zijn voldoende door Trump geïntimideerd om kritische verslaggeving of zelfs amusement in te binden. CBS … heeft een flinke ruk naar rechts gemaakt.
Mijn indruk is dat de intimidaties van Trump goed gedocumenteerd zijn, maar dat die niet zoveel verschil gemaakt hebben in de overwegend kritische verslaggeving over de clowneske en boosaardige president. Dat is ook wat ChatGPT mij vertelt.
Prachtig vind ik in elk geval het wetsvoorstel van Congreslid Jamie Raskin om ‘voorwerpen die verband houden met de narcistische zelfverheerlijking van de president’ te verzamelen te bewaren. Het voorstel heeft officieel de Preserving and Remembering the History of Trump and other Tyrants Act.
Misschien kunnen mensen binnen 50 jaar niet geloven dat Trump echt bestaan heeft en dat hij echt president is geworden. Ik kan het zelfs nú moeilijk geloven; wat moet dat binnen 50 jaar worden? Dan komen musea en archieven goed van pas kunnen om hun volksopvoedende rol te pelen. Wat zeker niet mag ontbreken in die Trump-musea zijn wassen beelden van de president. Die zullen geloof ik altijd griezeliger blijven dan die doorschijnende holograms.
Peter Van Straaten
Dagelijks zie ik tientallen prenten van Peter Van Straaten op mijn FB-pagina verschijnen. Ik heb het algoritme zo afgericht. Pas onlangs heb ik ontdekt dat de tekeningen beter tot hun recht komen als je ze voldoende uitzoomt. Er bestaat voor tekeningen en schilderijen een juiste schaal. Uitgezoomd zijn de gezichten van Van Straaten beter getekend dan je eerst zou denken. Ook op de scheurkalender zijn de tekeningen te klein afgedrukt.
Jean-Marie De Decker en de BTW
Ik was erg verguld met de tussenkomst van Jean-Marie De Decker over de BTW-verhoging. Ik heb verschillende keren hardop gezegd: ‘Natuurlijk, natuurlijk.’ Jean-Marie is tegen alle federale belastingverhogingen. Maar als er dan toch belastingverhogingen nodig zijn – vanwege het politieke compromis – dan liever op consumptie dan op arbeid en ondernemen.

"Keynes, dat is bekend, legde graag correlaties tussen globale grootheden, met als bekendste voorbeeld het overband tussen inflatie en werkloosheid"
BeantwoordenVerwijderenZijn er economisten die niet graag verband leggen tudsen grootheden? Wat Keynes betreft, die legde vooral de verkeerde verbanden. Althans volgens Hazlitt, die de General Theory bijna regel voor regel weerlegt. In ieder geval kwam het ongelijk van Keynes betreffende werkloosheid en inlfatie uit in de jaren met het fenomeen van de stagflatie. Die stagflatie was dan oa het gevolg van een ander Keynesiaans concept nl deficit spending. Enfin , dat herinner ik mij nog uit de lessen economie van de jaren 70, maar ik zie het nu ook op mijn IA, pardon AI (de ezel wil het maar niet leren)
In de jaren 70*
BeantwoordenVerwijderenHet gaat niet om de 'verbanden' maar om de 'globale grootheden'. Inderdaad, de vaststelling van een stagflatie was, als ik het goed begrepen heb, een reden voor de Nieuw-Keynesianen om de globale verbanden minstens in een eerste analyse terug te brengen tot het micro-niveau van de 'miljoenen beslissingen'.
VerwijderenWat een contradictie was. Keynesianen zijn nogal links en die hebben over het algemeen niet veel op met micro-economie. Zij hebben het meestal over "het systeem".
BeantwoordenVerwijderen' verguld met De Decker'
BeantwoordenVerwijderenOok toen D.D. zat nee te knikken bij de opmerking dat de 1% hoogste inkomens in ons land op dat inkomen amper 23% wordt afgehouden?
Vergald is deze 45% daarmee.
Die 23 % is ook een controversieel cijfer. De cijfers die het best gedocumenteerd zijn vinden we in de inkomstenbelasting. Niemand zit daar in de categorie '45 %. De 1 % hoogste inkomens betalen 34,3 procent, het tweede hoogste tarief na, het het 99ste percentiel dat 36,7 % betaalt. Die cijfers geven echter noch het totaal van de belastingen, noch het totaal van de inkomsten weer. Bij de inkomsten moet je nog de roerende inkomsten uit kapitaal rekenen (belast aan 30 %) en de meerwaarden. Bij de noemer komen BTW, accijnzen, Sociale Zekerheid ... Het eindcijfer zal dus inderdaad lager liggen dan 43,3 %, maar 23 %? Het hangt ook af van welke categorieën je meetelt. Zijn patronale bijdragen een 'belasting' op het arbeidersloon, of op de eigenaars van de onderneming? Wat doe je met de bedrijfsbelasting? Is dát een belasting op de eigenaars van de onderneming of niet?
VerwijderenDat in de weerlegging van die 23% niet één keer het woord 'vennootschap' valt, hoe zou dat komen? Neen, dan doet Herman Matthijs vandaag in Doorbraak beter, hij wijst erop dat huurinkomsten binnen een vennootschap wél belast worden.
VerwijderenNaar de studie van zijn collega Andre Decoster verwijst hij dan weer niet.
Judocoach De Decker kan die getallen van Decoster beslist weerleggen.