woensdag 28 oktober 2026

Nobelprijs voor Nieuw-Keynesianen

    Telkens als er een ‘Nobelprijs’ Economie wordt toegekend, probeer ik een heel klein beetje te begrijpen welke ontdekking de winnaar of winnaars van dat jaar hebben gedaan. Dit jaar ging de prijs naar Robert E. Hall en Michael Woodford. Ze worden beschouwd als de grondleggers van de Nieuw-Keynesiaanse school, en als de naam Keynes valt, worden wij, van de Oostenrijkse school, achterdochtig.
     Keynes, dat is bekend, legde graag correlaties tussen globale grootheden, met als bekendste voorbeeld het overband tussen inflatie en werkloosheid: hogere inflatie leidt tot lagere werkloosheid en omgekeerd. Maar werkloosheid is een kwestie van miljoenen individuele beslissingen van bedrijven, van werknemers en van werklozen. En hier komen de Nieuw-Keynsianen op het toneel door die individuele beslissingen nader te bekijken, vooraleer ze op te tellen tot globale grootheden.
     Hall, met name, werkte verder op een hypothese van Milton Friedman: die van het ‘permanente inkomen’. Mensen baseren hun uitgaven niet zozeer op hun inkomen – de tering naar de nering zetten – maar op hun verwacht inkomen op langere termijn. Hall formuleerde de hypothese preciezer, zodat ze statisch kon worden getoetst. Om de toekomstige consumptie te voorspellen moet je kijken naar de huidige consumptie, niet naar het huidige inkomen, omdat de huidige consumptie al rekening houdt met het verwachte inkomen. Of preciezer: de huidige consumptie voorspelt de toekomstige consumptie; het huidige inkomen verbetert die voorspelling niet. En of dat waar is kan worden nagegaan aan de hand van statistieken uit het verleden waarin de evolutie van de consumptie en van de inkomens met elkaar worden vergeleken (samen met veel andere gegevens).
     Volgende maand gaat mijn vrouw met pensioen. We verwachten een daling van ons gezamenlijk inkomen. We zijn nu al onze consumptie aan het aanpassen. Maar omdat we helaas niet helemaal rationeel zijn, en niet zo goed in cijferen, zullen we het toch eerst moeten ondervinden welk consumptieniveau bij ons nieuwe inkomen past, door onze zichtrekening in de gaten te houden. Het model van Hall is ingenieus, maar mijn vrouw en ik passen er niet helemaal in. Maar dat er in de samenleving veel zulke misfits rondlopen, dat zal de econoom ook wel geweten hebben. 
     Een andere vraag is of zo’n ontdekking praktisch nut heeft. Kan de overheid er conclusies uithalen over het afbouwen, het uitbreiden of het verfijnen van staatsinterventie in de economie? Of is het meer iets zoals ontdekkingen in de fysica die ons –  dat wil zeggen een handvol geleerden die slim genoeg zijn om ze te begrijpen –  beter inzicht verschaffen in de bouwstenen van de natuur? Dát weet ik niet. 


1 opmerking:

  1. 'wij van de Oostenrijkse School'
    Is die O.S. voor algemeen stemrecht? Vanavond in De Afspraak was een licht opgewonden ondernemer Bart Verhaeghe wat dat betreft niet meteen duidelijk. Met een uitspraak in de trant van 'wanneer er in ons land meer mensen zijn die niet werken dan mensen die dat wel doen is het duidelijk tot wat dat politiek leidt'. Voilà!

    BeantwoordenVerwijderen