De ‘legitieme eisen’ van de Franse jeugd
Ik krijg de hik als iemand op de televisie het cliché gebruikt als zouden de vreedzame manifestanten opkomen voor ‘legitieme eisen’. Dát men vreedzaam betoogt is inderdaad legitiem, maar de eisen waarvóór men betoogt zijn wat mij betreft pure waanzin. Er is niets legitiems aan eisen om grotere uitgaven van een staat die bijna failliet is in een land met een stagnerende economie.
Overigens begrijp ik waar het cliché van de legitieme eisen vandaan komt: een mens wil graag de nuance opzoeken, en hij meent die te vinden in het maken van een of andere onderscheid, bijvoorbeeld in dat tussen de vreedzame betogers en de geweldenaars. Dat is een terecht onderscheid; helaas om het in de verf te zetten gaat men ongemerkt een stap te ver. Ik weet niet of die drogreden een naam heeft, maar je komt hem vaak tegen. Men maakt een onderscheid, en men denkt dat het onderscheid zelf een argument is, in dit geval dat de vreedzame betogers, aangezien ze vreedzaam zijn, wel legitieme eisen móeten hebben.
Aangezien die respons zo vaak voorkomt, zouden de vreedzame betogers eigenlijk moeten hopen dat er zich zoveel mogelijk relschoppers aansluiten: des te luider hoor je dan de genuanceerde roep om enerzijds het geweld te veroordelen en anderzijds respect op te brengen voor de eisen.
Maar nu voel ik zelf de nood aan nuance in mij opkomen. In werkelijkheid is het zo dat geweldexcessen in de marge van een vreedzame betoging een dubbel effect hebben: voor sommige toeschouwers worden de eisen door het geweld gediscrediteerd, voor anderen worden ze indirect gelegitimeerd.
En nu ik toch aan het nuanceren ben: misschien zouden we wel kunnen spreken van legitieme wensen. Want dat iemand iets wenst, kun je hem niet kwalijk nemen. Zelf wens ik bijvoorbeeld dat er in de toekomst niet te veel aan mijn pensioen wordt geknaagd. Toch wil ik daar geen eis van maken. Zo’n eis stel je nooit aan de politici, maar aan het deel van de bevolking dat dat pensioen moet betalen.
Legitieme eisen over de pensioenleeftijd
Als de jonge manifestanten per se een legitieme eis willen stellen, zouden ze kunnen vragen om de sociale zekerheid in hun voordeel te veranderen. Het huidige modaliteiten van het pensioenstelsel en de ziekteverzekeringen zijn indertijd uitgewerkt met het oog op een samenleving met veel minder oude en zieke mensen. Het resultaat is dat de jonge werkende bevolking een groot deel van haar inkomen moet overdragen aan de grijsharigen en de kaalkoppen. Maar je ziet op de betogingen geen bordjes met de eis: Hogere pensioenleeftijd, Nu! Zoals de vinnige schrijfster Lionel Shirver het stelt in The Spectator:
Waves of protest have ensured that the state [in France] remains bloated, burdening younger taxpayers with the extreme cost of pensions that still kick in at age 62 – youth’s reaction to which appears to be an eagerness to jump on the same gravy train at the earliest age possible.
Voor de goede orde voeg ik eraan toe dat overdracht van welvaart tussen werkende jongeren en op hun lauweren rustende ouderen onvermijdelijk is in elke samenleving. Ook als de ouderen uitsluitend van hun spaarcenten zouden leven, zouden ze met die spaarcenten producten en diensten te kopen die niet naar jongeren gaan, maar wel door jongeren worden geproduceerd.
Economische stagnatie en sociale eisen
Een heldere analyse van de economische toestand in Frankrijk vindt men in in een stuk van de nogal linksliberale econoom Noah Smith: France and the Limits of Liberalism*. Elchardus vat de kwestie samen in zijn column in De Morgen*: wie beweert dat er ruimte is voor een ruimer sociaal beleid bedriegt het publiek. De economische stilstand in Europa kan maar doorbroken worden door productieve investeringen van de privé-sector of de overheid. En wie meer wil investeren, moet minder consumeren.
Elke stap in de juiste richting betekent op korte termijn minder welvaart, minder welzijn, minder cultuur, minder erfgoed, minder groei in de gezondheidszorg, minder pensioen, hogere lasten...
Islamogauchisme: verschillende betekenissen
De draad op Facebook onder mijn vorige stukje over islamogauchisme bewijst hoe moeilijk het is om over een meerzinnig, polemisch gebruikt woord te discussiëren. Je hebt dat ook met begrippen als neoliberalisme, extreemlinks, islamisme … Zelfs woorden die alleen maar in de omschrijving van het begrip islamogauchisme worden gebruikt, zoals ideologie, convergentie, samenwerking en toenadering, zorgen al voor problemen. Men moet al van heel goede wil zijn om de argumenten op hun betekenis en niet op hun onvermijdelijke dubbelzinnige verwoording te beoordelen, en meestal is goede wil niet de belangrijkste drijfveer om te twisten over politiek.
Naar het voorbeeld van een woordenboek, heb ik hieronder een aantal mogelijke betekenissen van het begrip islamogauchisme opgesomd. Bij elk van die betekenissen kan men zich de vraag stellen of de bewuste term wel het goed gekozen is. Dat is een onbelangrijke kwestie. Men kan zich daarentegen ook belangrijke vragen stellen: of ze een reëel dan wel denkbeeldig verschijnsel beschrijven, of het beschreven verschijnsel marginaal dan wel zwaarwichtig is, en of het verschijnsel als positief, als onschuldig dan wel als nefast moet worden beoordeeld. Daar gaan we. De opgesomde betekenissen of verschijnselen sluiten elkaar niet uit. Sommige krijgen slecht in combinatie hun volle draagwijdte.
- Er bestaat een geheime samenzwering tussen islamisten en extreemlinks
- Er vindt een fusie plaats tussen de ideologie van het islamisme en het gauchisme
- Extreemlinks en islamisten werken systematisch samen in een ‘eenheidsfront’
- Extreemlinks en islamisten werken bewust samen rond bepaalde thema’s
- Links spant zich in om bepaalde typische eisen van de moslimgemeenschap te realiseren
- Links neemt een positieve houding aan tegenover verdere moslimmigratie
- Linkse partijen doen aan cliëntelisme onder de moslimgemeenschap om electoraal te scoren
- Extreemlinkse partijen proberen prioritair te rekruteren onder de moslimgemeenschap
- Extreemlinkse partijen volgen een strategie van straatmobilisatie met in de slipstream daarvan geweld van moslimjongeren
- Extreemlinks vergoelijkt straatgeweld van moslimjongeren door te wijzen op hun gerechtvaardigde frustraties of door eenzijdig de nadruk te leggen op het politiegeweld
- Extreem-linkse ‘anarchisten’ vechten zij aan zij met apolitieke moslimjongeren tegen de politie
- Links stimuleert victimisme en nihilisme onder de moslimmigranten door racisme als verklaring te geven van hun precaire positie (bijvoorbeeld in het onderwijs)
- Links verspreidt een wereldbeeld waarbij het Westen de historische en actuele onderdrukker is van de moslimwereld
- Bijvoorbeeld: extreemlinks radicaliseert haar anti-Israëlstandpunt, komt zo tegemoet aan de publieke opinie binnen de moslimgemeenschap en ‘importeert’ op die manier een conflict uit een explosieve regio
- Links levert in op haar traditioneel secularisme om de moslimgemeenschap ter wille te zijn
- Bijvoorbeeld: links remt kritiek op de conservatieve islam af door die te veroordelen als islamofobie.
Van (3) – systematische samenwerking tussen gauchisten en islamisten in een eenheidsfront – zul je in Europa weinig voorbeelden vinden. Het dichtst in de buurt komt Samidoun, een pro-Palestijns netwerk dat actief is in Europa, de VS en Canada. Samidoun is verbonden is met het marxistische Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (FPLP) dat samenwerkt met Hamas. Het FPLP heeft met zijn Abu Ali Mustafa-brigades deelgenomen aan de raid van 7 oktober. Andere voorbeelden zijn individuele Westerse gauchisten die de Hamas-raid goedpraten.
(14) en (15) is een kritiek die je het vaakst hoort van traditioneel linkse mensen. Die noemen islamogauchisme een vorm van ‘regressief' links, terwijl ze zelf vasthouden aan de oude vorm van seculier en progressief links. Dat zijn de mensen die vinden dat niet zijzelf veranderd zijn, maar een deel van de linkerzijde.
Zelf ben ik het meest beducht voor (6) omdat een verdere moslimmigratie (via illegaliteit, asielprocedures en gezinshereniging) de nu reeds moeizame integratie verder zal bemoeilijken.
Sammy Mahdi en het islamo-nihilo-gauchisme
In het kader van het de straatrellen maak ik mij verder zorgen om de hierboven vermelde punten (9), (10), (11), (12) en (13). Op de Zevende Dag van 25 oktober kreeg Sammy Mahdi een vraag over het straatgeweld. Hij zag het islamogauchisme als
een verbond tussen extreem-links, en mensen met een migratie-achtergrond die het gevoel hebben dat ze niet tot de samenleving behoren en die meegezogen worden in dit verhaal en die zich verzetten tegen de samenleving waar ze in principe alles aan te danken hebben.’
Ik ben het met hem eens. Dat is daarom geen formeel of bewust nagestreefd verbond. Je zou kunnen spreken van islamo-nihilo-gauchisme, waarbij het nihilisme de schakel vormt tussen twee verschillende groepen die niets verwachten van de liberaal-democratische samenleving.
Links begrip voor het straatgeweld
Geraard Goossens heeft op zijn Facebook-pagina een paar fraaie citaten verzameld van revolutionaire sympathisanten. Het zijn echo’s van wat ik in mijn PVDA-tijd te horen kreeg en zelf ook verkondigde. Alleen zeggen of schrijven de huidige PVDA-leiders zoiets niet meer. Maar of ze zoiets denken, weet ik niet. Het zou mij toch verwonderen dat ze minder revolutionair dan een Franse successchrijver, een Oostendse leraar die FB-stukjes post, en een activistische film- en theatermaker.
De Franse schrijver Edouard Louis, lees ik op Wikipedia, is zelf afkomstig uit een arm gezin. Hij is een vertegenwoordiger van het Franse temperament dat voor zoveel revoluties heeft gezorgd dat ik telkens weer moet opzoeken welke van die revoluties het nu precies is die in Les misérables voorkomt. Louis schrijft:
Wanneer je een arbeider bent, of wanneer je een jonge zwarte of een jonge arabier bent en op straat de hele dag gecontroleerd wordt, een hele de dag vernederd wordt, wanneer je gedood wordt door de politie – Adama Traoré, een zwarte jonge man, werd vermoord om de simpele reden dat hij zwart was – als je daarmee leeft, is het normaal dat je de boel in brand steekt op straat … Wat ik wil zeggen is dat ik er geen enkel probleem mee heb dat men de straten van Parijs in brand steekt en dat men dingen gaat vernietigen, want je moet dit systeem veranderen. En dus, aan politiek doen wil zeggen al dan niet bloed aan je handen hebben. Er is nu eenmaal geen grote revolutie zonder excessen.
Vlamingen zijn daarin braver. Frank D’hanis beperkt zijn allusies op geweld tot de clichés van ‘de vonk die overslaat’ en van veranderingen die ‘niet zonder slag of stoot’ worden afgedwongen. Verder zet hij zijn hyperbolen vooral in voor de beschrijving van de huidige miserabele toestanden.
We laten ons niet langer afbeulen, vernederen, in een onleefbare wereld zetten … Het is op straat dat de vonk voor de verandering zal overslaan. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan.
En Dominique Willaert houdt het bij het neutrale woord ‘verzet’ al heeft hij voor zijn conclusie iets pikanter opgediend.
Zolang het establishment er niet in slaagt om la violence sociale te beantwoorden met herverdelende en sociale maatregelen, zal het verzet alleen maar toenemen. De huidige liberale democratieën in Europa zijn immers een systeem dat door en door rot is.
‘De liberale democratieën die door en door rot zijn’ … hoe groot is niet de verleiding om nu te verwijzen naar een bepaald discours dat in de jaren 30 in de mode was.
Extreemlinks
In het gewone taalgebruik noemen we VB ‘extreemrechts’ en PVDA ‘extreemlinks’. Helemaal rechtvaardig is het niet want dezelfde woorden worden gebruikt voor politiek-geïnspireerde gewelddadige groepen. Veel van de relmakers in Brussel en Luik zijn in een redelijke definitie extreemlinks te noemen, zonder dat ze iets met de PVDA te maken hebben. En toch vergeet men vaak – met opzet – om dat onderscheid te maken. Anderzijds doet PVDA zelf onvoldoende om zich van de relmakers te onderscheiden. Ook daar had Sammy Mahdi op de Zevende Dag een punt. In plaats van flyers uit te delen, zei hij, die uitlegden wat je rechten tégen de politie waren, konden ze beter flyers uitdelen die opriepen om de bevelen van de politie op te volgen.
Categorieën van manifestanten
Je kunt bij de straatrellen vooreerst een a priori onderscheid maken tussen
- Vreedzaam gewelddadig
- Politiek apolitiek (‘voor de kick of voor de plunderingen’)
- Gematigd extremistisch
- Autochtonen allochtonen.
De grens tussen ‘gematigd’ en ‘extremistisch’ is een politieke kwestie: voor mij zijn al die manifestanten – ook de vreedzame – minstens in enkele opzichten extremistisch. De grens tussen autochtoon en allochtoon lijkt mij dan weer een kwestie van definitie. Cossaer vind het belangrijk om een goed onderscheid te maken tussen ‘wonende in een banlieu’, ‘van migratieachtergrond’, ‘immigrant’ en ‘buitenlander’. Ik til daar minder zwaar aan, en gebruik ‘allochtoon’ hier als afkorting voor ‘van migratieachtergrond’.
Als je de bovenstaande vier onderscheidingen met elkaar combineert, bekom je 12 categorieën. Sommige categorieën zullen heel groot zijn, zoals vreedzaam+autochtoon+politiek. Andere categorieeën zullen zo goed als leeg zijn, zoals vreedzaam+autochtoon+apolitiek. Als iemand apolitiek en vreedzaam is, met andere woorden noch geïnteresseerd in politieke eisen, noch op zoek naar kicks en plunderingen, waarom zou zo iemand dan een vrije dag opofferen om te gaan manifesteren?
Interessant is de discussie over de categorie gewelddadig, omdat die bij de rellen in Frankrijk zo groot was. Volgens een speculatie in De Standaard bestond die vooral uit enerzijds autochtoon+extremistisch-politiek (de black blocks die vechten tegen de politie) tegenover allochtoon+apolitiek (plunderaars) anderzijds. ’t Is best mogelijk, maar ik heb op de televisiebeelden in elk geval ook blanke plunderaars gezien.
Heeft de Islam er iets mee te maken?
Toen terroristen dodelijke aanslagen pleegden onder het roepen van ‘Allahoe Akbar’ hoorde je van linkse zijde soms de lachwekkend opmerking: ‘Zoiets heeft niets met de islam te maken.’ Bij straatrellen ligt het evenwel anders. Zoals Lode Cossaer zich op Substack terecht afvraagt: ‘Waarom zou Islam ertoe leiden dat iemand Sephora, Nike of Chanel leegrooft?’ Wat is hier het ‘causale mechanisme’? Dat zijn zinnige vragen. Een bepaalde versie van de Islam kan inderdaad tot aanslagen inspireren – dat weten we – maar bestaat er ook een versie die tot plunderingen aanzet? En zo ja, kennen de jongeren die versie? Hebben die jongeren dat gehaald uit hun vlijtige studie van de Koran? Hebben ze zoiets gehoord in de moskee?
Daarna vraagt Cossaer zich nog iets anders af: ‘Waarom zien we hetzelfde opportunistische plunderingsgedrag bij rellen in totaal andere religieuze contexten?’ Dié vraag zet mij aan het denken.
Er zijn in de Westerse wereld na de Tweede Wereldoorlog allerlei onlusten geweest: half-insurrectionele arbeidersbetogingen, de studentenrevolte van 1968, de zogenaamde wilde stakingen en fabrieksbezettingen van de jaren 70-80 … maar als we specifiek denken aan oproer met vernielingen en plunderingen denk ik toch in de eerste plaats aan de rassenrellen in de VS (1967, 1992) en die in de Parijse voorsteden (2005 en 2023). Dat waren rellen die minstens gedeeltelijk over identiteit gingen, waar die in de VS werd afgebakend door huidskleur en die in Frankrijk door migratie-achtergrond en religie. Dan zou ik in dat laatste geval de religieuze entiteit niet zomaar afschrijven als een mogelijk, zij het indirect, ‘causaal mechanisme’.
Mijn hypothese is dan de volgende: natuurlijk zijn andere ingrediënten nodig om tot de cocktail van plundering en vernietiging te komen: armoede, hormonen, adrenaline, generatieconflict, algemeen maatschappelijk onbehagen, het gevoel van slachtoffer te zijn, enzovoort. Maar de cocktail wordt bijzonder explosief als er een identitair element bijkomt: bijvoorbeeld: het idee van tot de moslimgemeenschap te behoren, en niet tot de Franse natie. Ik laat hierbij in het midden of dat identitaire gevoel alleen voortkomt uit racisme van buiten en victimisme van binnen de gemeenschap, dan wel of het zich ook nog eens wortelt in een religieuze traditie van zich af te zonderen van de kafirs (Koran 3:28, 5:51, 6:1).
Het is niet onmogelijk mijn hypothese aan te vallen in de flanken. Wat als blijkt – wat best mogelijk is – dat de plunderaars geen onderscheid maken tussen moslimwinkels en de winkels van ongelovige honden? Wat als blijkt dat de meerderheid van de plunderaars behoort tot de minderheid die nooit naar de moskee gaat, zich op anonieme enquêtes atheïst noemt, varkensvlees eet, en zusters en moeders heeft die onbedekt op straat rondlopen? Dan wordt het hypothetische causale mechanisme wel erg indirect.
De PVDA en de islam
Ik was laatst op het Manifiesta-evenement van de PVDA. Behalve dat er nu véél meer volk was, geleek de sfeer en het publiek erg op wat ik gekend heb 40 jaar geleden op de 1-meifeesten van de partij. Het grote zichtbare verschil was dat er nu veel meer vrouwen rondliepen met hoofddoeken. Ik geef toe dat ik daardoor licht gechoqueerd was. Ik moest mijzelf streng toespreken om niet aan islamo-gauchisme te denken: ‘Wat je hier ziet, Clerick, is niets meer of niets minder dan wat je ook elders op straat en op de bus ziet.’
* Het artikel van Noah Smith staat hier: France and the limits of liberalisme. Het stuk van Elchardus vindt men (hier of hier).

"bijvoorbeeld: het idee van tot de moslimgemeenschap te behoren, en niet tot de Franse natie. Ik laat hierbij in het midden of dat identitaire gevoel alleen voortkomt uit racisme van buiten en victimisme van binnen de gemeenschap, dan wel of het zich ook nog eens wortelt in een religieuze traditie van zich af te zonderen van de kafirs (Koran 3:28, 5:51, 6:1)....".
BeantwoordenVerwijderenIk heb het nog maar eens gevraagd aan AI en nee, de plunderaars in commerciële kwartieren als Saint-Denis-Gare de l'Est maakten geen onderscheid tussen handeltjes van gelovige moslims of ongelovige Christen- of andere animistische -heidense honden.
Zowel Mohammed en Ali werden even ongenadig kaalgeplukt als Jean en Pierre. De plunderaars mogen zich het deugdig etiket van "kleurenblind" opplakken.
'Mohammed en Ali ongenadig kaalgeplukt' ... inderdaad. Dat tegenargument vermeld ik, als veronderstelling, in de alinea die volgt op die die u citeert.
VerwijderenTelkens ik op mezelf het etiket "nuance" kleef vraag ik me tegelijkertijd af of ik uit onzekerheid over mijn geponeerde stelling dan wel uit een mezelf indekken handel. Maar vervolgens tal van zinnen met een 'Maar' probeer ik zoveel mogelijk te vermijden.
BeantwoordenVerwijderenTouché. Ik heb er een paar 'maren' uitgegooid. Anderzijds wordt 'maar' niet alleen gebruikt voor nuancering, maar ook voor tegenstelling en beperking.
Verwijderen