maandag 14 december 2020

Klerikale en atheïstische humor

      ‘Hoe noem je een non die drankjes bestelt aan de toog?’ – ‘Een ba(a)rmoeder’. Ik hoorde het mopje ooit van een pater die soms bij ons aan huis kwam, en het heeft mijn vooroordeel vorm gegeven dat clerici van de laatste drie generaties een erg flauw gevoel voor humor hebben. Heeft het iets met hun maagdelijke staat te maken? Ik weet het niet.
     Het rare is dat je de flauwe humor van beroepsgelovigen ook vaak vindt bij hun tegenhangers, de  beroepsóngelovigen, en speciaal als ze het over godsdienst hebben.* Maarten Boudry brengt in zijn boek Illusies voor gevorderden de transsubstantieleer van de katholieke kerk ter sprake: het geloof dat een hostie – Maarten spreekt van een ‘koekje’ – verandert in het lichaam en bloed van Jezus, en dat niet symbolisch maar letterlijk. Iemand die dat niet gelooft, zoals de meerderheid van de hedendaagse katholieken, vindt die transsubstantiatie te belachelijk voor woorden, en dat is, vind ik, al reden genoeg om er niet te hard mee te lachen.**
 
     Maarten vindt dat niet. Hij haalt een Amerikaanse professor biologie aan die een geconsacreerde hostie doorboorde met een roestige nagel en het fotografisch ‘bewijsmateriaal’ op zijn website publiceerde met de wetenschappelijke conclusie: ‘It’s just a fucking cracker’. Dolle pret! Op één of andere manier doet die professor mij denken aan de pastoor in La regenta –  het Spaanse Madame Bovary –  die zich vanop de kansel week na week vrolijk maakt over het geloof van de oude Egyptenaren die katten als goden vereerden. Risum teneatis amici, riep hij uit. Vandaag zou hij misschien zeggen: ‘It’s just a fucking cat!’. Zeker, zeker, een kat.
     Maarten heeft ook zijn eigen hostie-mopje. Er bestonden voor de hostie indertijd allerlei regels. Je mocht die als leek niet met de handen aanraken, maar hij werd door de priester rechtstreeks op de tong gelegd. Je mocht niet op die hostie bijten. Op school hoorde ik het verhaal van een kind dat dat ooit gedaan had, en toen werd zijn mond gevuld met bloed. En je begrijpt ook dat het een drama was als een hostie op de grond viel; en dat je niet-gebruikte hosties moeilijk in de vuilnisbak kon gooien. Er bestonden allerlei procedures om, in Maartens woorden, ‘je van dergelijk klein gevaarlijk afval te ontdoen.’ ‘Klein gevaarlijk afval’. In de marge van mijn exemplaar heb ik genoteerd: ‘Erg flauw.’
    Als Steven Pinker over godsdienst spreekt, zie je die flauwe, licht vulgaire humor ook soms opduiken. In zijn ‘impressionistische’ eerste hoofdstuk van Our Better Angels schetst hij het geweld van vroeger tijden aan de hand van literaire bronnen zoals de Illias, de Odyssee, het Oude Testament, het Nieuwe Testament, de Lancelot-en-prose, Shakespeare, de Grimm-sprookjes en oude kinderversjes. Bij het Oude Testament hangt hij een negatief beeld op van de Bijbelse personages, wat niet zo moeilijk is. Van de God Yaweh zegt hij dat Hij de stad Sodom vernietigde met een ‘goddelijke napalmaanval’. Napalmaanval - wij herkennen hier een variant van het ‘klein gevaarlijk afval’-mopje.*** 
     Het kan erger. Van koning Salomon zegt Pinker dat hij herinnerd wordt voor het bouwen van de tempel en voor het schrijven van de boeken Spreuken en Prediker, en van het Hooglied, ‘hoewel,’ voegt Pinker eraan toe, ‘hij met een harem van zevenhonderd prinsessen en driehonderd bijvrouwen duidelijk niet al zijn tijd aan schrijven besteedde.’ Welnee, niet al zijn tijd aan schrijven besteed, hij heeft daarnaast, stel je voor, seks gehad. Dat doet mij denken aan een verhaal dat Tom Lanoye ooit in een interview vertelde. Een hoogzwangere docente gaf les over Guido Gezelle en besprak de platonische homo-erotiek in ‘Die avond en die roze’. Een student stond op en zei: ‘Die baby in uw buik is er ook platonisch gekomen zeker?’ Lanoye vond dat grappig.
     Mooi is dan weer als zo’n flauwe ongelovige te maken krijgt met een geestelijke van de oude stempel, een erfgenaam van de spirituele salon-abbés van de 17de en 18de eeuw. Pauselijk nuntius Pecci, later zelf paus onder de naam Leo XIII, werd ooit benaderd door een diplomaat die hem een tabaksdoos voorhield waarop een naakte vrouw was afgebeeld. ‘Vous aimez les objets d’art, monseigneur. Regardez cela,’ zei hij. ‘Oh, c’est très beau,’ antwoordde de nuntius. ‘C’est Madame sans doute?’

 

* Er zijn natuurlijk ook erg geestige atheïstische uitspraken van nu en vroeger, zoals de beroemde repliek van Laplace toen Napoleon zijn boek over het ontstaan van het zonnestelsel had aangevallen. Napoleon was boos omdat de geleerde geen enkele maal iets over God had gezegd. ‘Sire,’ antwoordde Laplace, ‘je n’avais pas besoin de cette hypothèse.’

 ** Als voorbeeld past de transsubstantiatieleer overigens goed in het betoog van Maarten. We mogen inderdaad niet vergeten hoe ernstig allerlei opvattingen genomen werden in het katholicisme van amper vijftig jaar geleden.

 *** Karel van het Reve heeft er trouwens ook zo eentje als hij God van het Oude Testament vergelijkt met Idi Amin. Maar bij hem is het mooi verwoord.

6 opmerkingen:

  1. De humorloze ernst van het traditionele katholicisme dat ik als kind nog heb beleefd sloeg ook bliksemsnel om in haatdragende en niets ontziende razernij indien er laatdunkend of spottend gedaan werd over hun geloofspunten. Ik zie steeds meer dezelfde agressieve en dikwijls domme houding bij de kwezels die tegenwoordig de politiek correcte levenswijze proberen op te leggen. Plus que ça change...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een pater kapucijn zei ooit tegen mijn ouders dat “veel gelovige vrouwen zich met plezier verbranden aan een gewijde kaars.” Ik heb dit mengsel van vulgariteit en zelfspot altijd vrij meesterlijk gevonden. Maar ja, de kapucijnen was een zeer volkse orde.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Een bepaald type priesters maakte zich gemakkelijk vrolijk over kwezels, maar ik ben niet zeker dat dat zélfspot was.

      Verwijderen
  3. Zelfspot in de zin dat ze durfden lachen met gelovigen die hun leer meer dan ernstig namen. Trouwens, een man die zichzelf reduceert tot “gewijde kaars” neemt zich toch niet echt ernstig.

    BeantwoordenVerwijderen