D’hanis over de pijn van het zijn
In een stukje over de duistere machten die onder het kapitalisme ons leven beheersen betreurt D’hanis het lot van de ‘99 %’ die voortsnellen in een ‘steeds nauwere pijplijn school-studie-werk-pensioen-dood.’ Het vat mijn leven goed samen. Alleen de laatste episode ontbreekt nog. Ondertussen zijn er natuurlijk ook wel eens leuke dingen gebeurd.
Conservatieve krant
Op het VTM-nieuws hoorde ik dat de oproep om Westerse politici te doden was verschenen in een ‘conservatieve Iraanse krant.’ Zo hadden de Duitsers indertijd ook hun ‘conservatieve’ kranten zoals de Völkischer Beobachter en Der Stürmer en Der Angriff.
Fietsslot
Ook al staat mijn fiets in Oostende in een gesloten fietsstalling, toch doe ik hem voor de zekerheid op slot. Als ik mij voorover buig om het slot los te maken denk ik altijd heel even aan de film Barney’s Version (2010), meer bepaald aan een vroege scène met Barney en zijn vrienden op een caféterras in Italië. Ik geloof nochtans niet dat er in die scène een fiets, een fietsslot of een fietsstalling voorkomt.
Godsbewijs van Gödel
Van het kosmologisch en het teleologisch godsbewijs blijft er door de vooruitgang van de wetenschap niet veel meer over. En ook het moreel godsbewijs heeft betere tijde gekend omdat althans voor het ontstaan van de moraal evolutionaire verklaringen zijn gegeven. Maar tegen het ontologisch godsbewijs heeft de fysica minder in te brengen. In de versie van Gödel gaat dat als volgt: áls God mogelijk is, bestaat hij ook, met een wiskundig bewijs om de stelling te ondersteunen. Let wel: Gödel heeft die eerste stap, de mogelijkheid, niét proberen te bewijzen.
Reynebeau
Een heel eenvoudige maatregel die De Standaard zou kunnen nemen om haar kwaliteit te verbeteren is om de columns van Reynebeau tweewekelijks in plaats van wekelijks te publiceren. Er zijn veel betere maatregelen denkbaar, maar die zouden ofwel meer geld kosten, ofwel meer denkwerk en oordeelsvermogen vragen.
Investeren en controleren
Wie moet investeren in innovatie? Almachtige techmiljardairs of almachtige regeringen? In beide gevallen stelt zich het probleem van de controle. De regeringen worden onder controle gehouden door verkiezingen, de techmiljardairs worden onder controle gehouden door consumptiegedrag van hun uiteindelijke klanten. De twee – verkiezingen en consumptiegedrag – kunnen worden gemanipuleerd.
Tocqueville over gehoorzaamheid en verkiezingen
Sinds ik een humeurig stukje geschreven heb over de AI-slop van History After Dark zie ik die memes minder vaak verschijnen op mijn tijdlijn. Ik had toen onder andere aanstoot genomen aan een pseudo-quote van Tocqueville over democratische verkiezingen die gemanipuleerd worden door de rijken, de media, en de grote bedrijven. ‘You are not choosing your government; you are choosing which face the government wears for the next four years.’ Dat was niet Tocquvilles appreciatie van de democratie.
Ik heb het boek ondertussen helemaal uitgelezen en uiteindelijk iets gevonden wat aanleiding kan hebben gegeven tot de meme. In het tweede boek, deel IV, hoofdstuk VI schrijft Tocqueville over de graad van gehoorzaamheid die een moderne overheid eist van haar onderdanen. ‘Dans ce système, les citoyens sortent un moment de la dépendance pour indiquer leur maître, et y rentrent.’ Maar dat is nog altijd een heel andere redenering dan die van History After Dark.
De stijl van George Orwell
Ergerlijk is ook de stijl van de History After Dark-memes. Je kunt dat eens grappig vinden, maar wat moet je bijvoorbeeld denken van de volgende woorden die Orwell wordt zou gericht hebben aan de paus? You live in a massive, solid-gold palace, guarded by men with swords, and you toss a completely meaningless copper coin to a starving beggar.’ Dat is niet grappig meer, en wel omdat juist Orwell onophoudelijk een nuchtere, feitelijke, waarachtige stijl aanprees en toepaste. Iedereen weet dat het paleis van de Paus niet uit massief goud bstaat. Er heeft nooit in de geschiedenis een paleis van massief goud bestaan. Orwell zou nooit zoiets schrijven, en al zeker niet als dichterlijke overdrijving.
De school en het leven
In de auto luister ik al eens naar chansons van Serge Reggiani – altijd dezelfde waardoor de muziek tot achtergrond wordt en de tekst niet meer tot mij doordringt. Af en toe hoor ik eens een lied dat ik nog niet kende, Le prof, bijvoorbeeld dat eigenlijk van Sylvain Lebel is. Dan dringt de tekst wel door. ‘A huit heures pile, il entrait dans la classe / comme d’autres montent à l’échafaud’ en ‘Sa vie n’était qu’une longue défaite.’
Het is de zoveelste anti-school tirade. De leraar is een sukkel. Hij vertelt onbelangrijke dingen over aardrijkskunde en geschiedenis, over de bolvorm van de aarde, onze voorouders de Galliërs en de nederlaag van Napoleon bij Waterloo. De leerlingen die zich voor zulke zaken interesseren zijn ‘des lèche-culs’. De zanger besluit zijn lied als volgt:
Je suis parti voir la gueule de la vie
Il n'en avait jamais parlé.
Het is de bekende kritiek van Seneca: ‘Non scholae sed vitae.’ We zouden op school dingen moeten leren die in het leven – het échte leven – belangrijk zijn. Daar heb ik allerlei vragen bij. Moeten we snotapen laten bepalen wat in het leven belangrijk is? Is het ‘la gueule de la vie’ – kleine criminaliteit, prostitutie, het vreemdelingenlegioen – zoveel beter dan een leven gewijd aan studie? En vooral: moeten leraren de boel verpesten door levenslessen mee te geven die men beter zelf kan ontdekken op straat en in de voetbalclub?
Vertalen
Een van de bekendste liedjes van Reggiani – eigenlijk van Patrick Bruel - is ‘L’italien’. Er bestaat ook een Italiaanse versie van. De titel luidt: Il francese.
Derde Wereldoorlog
Jo Komkommer vertelt in een autobiografisch stukje over een gesprek tussen zijn vader en garçon Vincent van restaurant De Linde.
Op een keer dwaalde, tijdens het opnemen van de bestelling, het gesprek af en kwam de oude vader van Vincent ter sprake. “Die man heeft toch veel meegemaakt. De Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog,…” Mijn vader – die hoopte dankzij de Russen alsnog het einde der tijden te mogen meemaken – voegde er triomfantelijk aan toe: “En binnenkort de Derde Wereldoorlog!” Vincent noteerde de bestelling van de avond en antwoordde bedachtzaam: “Als alles goed loopt natuurlijk, meneer Komkommer…”’
Annie M.G. Schmidt maakt een vergelijkbaar grapje in háár autobiografie.
Toch vind ik het interessant om zo’n groot stuk eeuw te hebben meegemaakt. Twee wereldoorlogen en als ze een beetje opschieten nog een derde.
Er bestaat geloof ik een beperkt areaal aan mogelijke grappen, die dan door verschillende mensen op verschillende tijdstippen zelfstandig ontdekt worden. Gelukkig is de taal zo soepel dat die grappen iedere keer weer een lichtjes anders ingekleed worden.
Koude hand
In het vierde jaar gaf ik mijn leerlingen heel wat korte verhalen van Herman-Pieter De Boer te lezen. Als je iets uitlegt over narratieve structuren, kun je dat evengoed aan de hand van een leuk verhaal doen. In een van de verhalen jaagt een meester de kinderen in de klas angst aan doordat hij de dood voorstelt als een koude hand. Ondertussen, maar te laat, heb ik een passende illustratie gevonden bij dat verhaal.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten