dinsdag 6 oktober 2026

Besparen op cultuur, e.a.

 


Cijfers
    De Vlaamse begroting bedraagt 67 miljard per jaar. Om die in evenwicht te krijgen moet 2 miljard bespaard worden in 2027, oplopend tot 3 miljard in 2029. Van die drie miljard moet 1,2 miljard komen uit besparingen op eigen werking en op subsidies, en daarvan moet moet 47 miljoen komen van subsidievermindering aan cultuur. Voor wie percentages wil uitrekenen: het jaarlijkse totale cultuurbudget bedraagt, afhankelijk van wat men er juist onder verstaat, 420 tot 520 miljoen. In tabelvorm wordt dat:

 

 

Erfgoed, musea en archieven

     Vlaanderen heeft een socialistische minister van Cultuur, Caroline Gennez, die de besparingen niet volgens de kaasschaafmethode heeft doorgevoerd – overal een beetje besparen –  maar met een progressieve visie. ‘We hebben de makers, de kritische stemmen gespaard.’ De bevriende progressieve ‘sector’ wordt ontzien; bijna de helft van de besparingen worden gerealiseerd door subsidies te schrappen voor erfgoed, musea en archieven.
     Daar is natuurlijk van die kant veel reactie gekomen. Een aantal historici heeft een open brief geplaatst in De Morgen waarin ze oproepen tot het ‘
bewaren en blijven valoriseren van wat cultuurmakers en kritische stemmen uit het verleden ons hebben nagelaten.’ Maar de solidariteit van de hedendaagse kunsten, schrijft Jan Dumolyn, blijft er beperkt als het om ‘een hoop stenen’ en om ‘oude papieren’ gaat. Hij klaagt over een ‘intrinsiek dédain in wat gemeenzaam ‘de sector’ wordt genoemd, tegenover middeleeuwse kunst, historische landschappen, volkskunde, stoeten en processies …’

 

Onherstelbare schade

     In de brief van de historici werd ik vooral getroffen door twee woorden: de besparingen zouden kunnen leiden tot ‘onherstelbare schade’. De historici hebben het dan over de universitaire opleidingen in hun vak. Zelf ben ik nog banger dat er archieven zouden verdwijnen, want dan zou een volgende regering zonder socialistische cultuurminister de situatie niet meer kunnen rechttrekken. Die gedachte kan ik moeilijk verdragen. Van Karel van het Reve wordt gezegd dat hij op faculteitsvergaderingen zijn mond hield, maar dat hij een keer is gaan razen toen iemand voorstelde om ‘verouderde atlassen uit de universiteitsbibliotheek te verwijderen.’ Ik kan er ook niet goed tegen dat bibliotheken hun weinig of niet gelezen boeken wegdoen.

 

Partijpolitiek

      Bart Eeckhout begint zijn commentaar van 2 oktober met de redelijke opmerking dat bij elke begroting geldt: damned if you do, damned if you don’t. Daarna gebruikt hij wat superlatieven om de keuze van Gennez tegen de erfgoedsector te hekelen, en daarna besteedt hij de helft van zijn commentaar aan kritiek op de N-VA ‘die dat laat passeren,’ waarbij hij in zijn enthousiasme eindigt bij het dossier van de Palestijnse beursstudenten en het luchthavenbeleid. Tja, natúúrlijk heeft het N-VA hier een verachtelijk compromis goedgekeurd waarmee haar eigen cultuurbeleid in het verleden weer wordt afgebroken. Dat is wat politieke compromissen altijd zijn: verachtelijk. Demir wil niet besparen op onderwijs, dan moet ze in ruil collega Gennez haar zin laten doordrijven op cultuur. Ik heb in elk geval liever Demir op onderwijs en Gennez op cultuur dan omgekeerd.

 

Crowdfunding

     Kan de erfgoedsector geen beroep doen op crowdfunding om zijn financiering veilig te stellen. Dat gaat niet. Het publiek is gewend geraakt aan subsidies. De burger zal redeneren: waarom zou ik geld geven aan iets dat altijd al door de overheid werd betaald? Bovendien is bijvoorbeeld historisch onderzoek op grond van archieven een buitengewoon eerbare, maar tegelijk een buitengewoon elitaire activiteit. Die kun je alleen sponsoren via mecenaat of via het verlichte despotisme van subsidies.

 

Bozar

     Naast de erfgoedsector verliest ook het kunstencentrum Bozar de Vlaamse subsidies ten bedrage van 760.000 euro. In totaal had Bozar 750.000 bezoekers. Als dat allemaal betalende bezoekers zouden zijn, dan kan de verloren subsidie gecompenseerd worden door een prijsverhoging van 1 euro per toegangsticket. Als de helft betalende bezoekers zijn, dan zou de ticketprijs met 2 euro moeten stijgen. Jan Wostyn speculeert op X.com dat die prijsstijging de welstellende cultuurconsument er niet van zal weerhouden om evenementen van Bozar bij te wonen. 

 

Bozar (2)

     Er circuleert op de sociale media een bericht van Vlaams parlementslid Maurits Vande Reyde. 

 

Kreeg bericht van iemand in Bozar. De directeur leidde het concert in. Omwille van het wegvallen van subsidies, weigerde hij het “ook in het Nederlands te doen”. 

 

     Hoe moet ik dat nu zeggen? Ik hóóp dat het bericht waar is. 

 

 Verbindende cultuur

      Dat  progressieve cultuursector ontzien wordt, neemt niet weg dat de radicaal linkse medemens in de Gennez-besparingen een aanval van rechts ziet. ‘Dat is geen besparing,’ las ik ergens op de sociale media, ‘van enkele euro’s op cultuur … maar een politieke moord en afrekening. Cultuur is gevaarlijk voor rechts … Cultuur verbindt, en rechts wil verdelen en heersen, ten dienste van de superrijken en multinationals.’

     Nou ja, cultuur kan wel eens verbinden. Het is leuk als je politieke tegenstander toevallig ook van polyfonie of barokmuziek houdt. Maar zijn de hedendaagse podiumkunsten werkelijk verbindend? Misschien gold dat voor het Griekse theater van 2.500 jaar geleden, maar ondertussen is er veel veranderd. Max Weber suggereert ergens dat het domein van de kunst mogelijk getekend is door een aristocratische geest die vijandig staat tegenover de menselijke broederlijkheid. 

 

 


Wetenschapper – politicus – publieke intellectueel


     Als je de twee essays van Weber over ‘Wetenschap als beroep’ en ‘Politiek als beroep’ samenlegt, en met Julien Benda in het achterhoofd, zou je gemakkelijk zes categorieën kunnen opstellen

 

- de zuivere – dat wil zeggen waardevrije – wetenschapper 

- de wetenschapper die politicus wil zijn (in de collegezaal)

- de zuivere publieke intellectueel

- de publieke intellectueel die zich gedraag als politicus (in het openbaar debat)

- de politicus die een publieke intellectueel wil zijn (in het beleid)

- de zuivere – dat wil zeggen ‘verantwoordelijke’ – politicus

 



De girl math van de Vlaamse regering


     Een krant kan zijn opiniestukken laten schrijven door experten, ideologen, of ervaren scribenten. De Standaard heeft daar de categorie ‘Jong talent’ aan toegevoegd, voor de ruriek ‘De mening’.  Jong zijn die mensen zeker, en getalenteerd ook: ze schrijven stukken die ik op hún leeftijd zeker niet had kunnen schrijven. Maar je merkt snel dat ze nog niet zo heel lang geleden opstellen schreven voor het vak Nederlands.

     Een van de jonge talenten is Nona De Dier. Iedere keer dat er van haar een stuk staat, lees ik het tekstje onder haar naam: ‘Nona behaalde in 2023 een diploma rechten en studeert momenteel taal- en letterkunde (Duits-Zweeds) aan de UGent. Ik denk dan: dat is iemand als ik. Na mijn eerste masteropleiding, heb ik mij ook aan een tweede gewaagd.

     In haar laatste stuk (DS 6/10) beweert ze dat de Vlaamse regering aan girl math doet. Ik kende dat begrip niet, maar Nona legt het uit: ‘de mentale bochten waarin jonge vrouwen zich wringen om hun irrationele uitgaven te legitimeren.’ Ze vindt dat begrip ook toepasbaar op Diependaele en zijn discipelen omdat ‘de aangekondigde besparingen op veel vlakken alleen te verklaren zijn aan de hand van irrationaliteit.’ Maar er is juist niets irrationeels aan de pogingen om een begroting in evenwicht te brengen. 
     ‘

De begroting is een instrument, en geen doel op zich, schrijft Nona. Of om in de Bijbelse retoriek te blijven: de sabbat is er voor de mens, de mens niet voor de sabbat.’  

 

     Het is juist die retoriek die heel sterk aan girl math doet denken. Het rode cijfer aan het eind van de maand wordt zorgvuldig verdrongen door de aangevoelde nood aan nieuwe schoenen. ‘Susan neeeeds things,’ zei mijn Amerikaanse neef schertsend als hij over zijn vrouw sprak. Ook roept Nona even het beeld op van de regering als ‘een schraapzuchtige trol gezeten op een berg geld’, waarvan ze echter moet toegeven dat het niet klopt. Maar er schermert wel, geloof ik, een volstrekt irrationele angst van de schrijfster door. Ik kan haar geruststellen: moderne staten zitten nóóit op een berg geld.

     Het stuk van Nona heeft ook een rationele kern. Sómmige uitgaven van de staat kunnen inderdaad ook inkomsten genereren. Maar juist dat argument gaat heel snel over in girl math*. Als de subsidies aan de het filminvesteringsfonds Screen Flanders stopgezet worden, hoor je heel snel dat dat geld ‘incentives voor de industrie’ zijn en dat het ‘zichzelf terugbetaalt.’ (DS 6/1). Ik koester het grootste wantrouwen tegenover die redenering**.

     Ook wijst Nona op de andere mogelijkheid om een begroting in evenwicht te brengen: meer belastingen. Daarover heb ik laatst zelf ook iets geschreven***. Mooi is echter de manier waarop Nona het formuleert.

 

Zo suggereert recent onderzoek dat een overheid die wil saneren, dat beter via belastingverhogingen doet, in plaats van te bezuinigen … dan hoeft de oefening niet zo pijnlijk te zijn als deze. 

 

     Wat pijnlijker is, laat zich moeilijk objectief meten. Is het voor mij pijnlijker als ik door nieuwe belastingen 100 euro minder pensioen krijg dan wel als ik verneem dat archieven, waar ik geen gebruik van maak, moeten sluiten? Zeker is dat mensen die een netto-loon of uitkering op hun rekening gestort krijgen minder pijn lijden door een belastingverhoging dan een middenstander die een deel van zijn inkomsten zelf moet storten aan de staat.

     Maar het mooie is vooral de naïeve formulering ‘recent onderzoek suggereert dat …’ Dat recent onderzoek zal zeker bestaan, en ook heel oud onderzoek dat hetzelfde beweert. Zoals er ook recent en oud onderzoek bestaat dat het tegenovergestelde beweert. De formule ‘recent onderzoek’ doet hier denken aan een nieuwe ontdekking die de oude paradigma’s helemaal door elkaar geschud heeft. 

 

* Een ander geval waar men snel vervalt in girl math is dat van regeringen die al te fel rekenen op terugverdieneffecten of die de kostprijs van openbare werken onderschatten. 

 

** Bij een vorige besparingsronde in het cultuurwezen heb ik enkele bedenkingen geformuleerd: hier en hier. Over de economische voordelen van cultuursubsidies schreef ik dit: ‘Cultuur zorgt voor tewerkstelling, zei ze, en die tewerkgestelden betalen belastingen. Daar kwamen nog eens de ‘indirecte’ gevolgen bij. Mensen gingen naar het theater en bezochten daarna een café. Dat lijkt mij een foute redenering. Als we belastingen betalen om het toneel te ondersteunen, en als de mensen daarna een glas drinken op café, is dat allemaal geld dat ze niet kunnen gebruiken om op Zalando een paar nieuwe schoenen te bestellen. Op die manier vermindert de tewerkstelling in de schoenenindustrie en bij Zalando. Het is de oude parabel van het gebroken venster. Nu kun je het fijner vinden om in een maatschappij te leven waar we meer belang hechten aan cultuur, dan aan schoenen.  Maar dát is een heel andere zaak.’

 

 *** Over besparen of belasten: zie mijn recente stukje hier.

 

 

2 opmerkingen:

  1. Hey Philippe, kan je die dt fout in je als altijd zeer lezenswaardige bijdrage corrigeren?:
    dat het ‘zichzelf terugbetaald.

    BeantwoordenVerwijderen