maandag 5 mei 2025

Trump en ... de rechtstaat, Lenin, Harari

 Trump en de rechtstaat
    De Standaard publiceert een groot interview met Grondwetspecialiste Kime Lane Scheppele (3/5). Ze denkt dat de VS met Trump kunnen afglijden naar een dictatuur, zeker als Trump een derde ambtstermijn zou opnemen. Ondertussen loopt het nu al mis. Uitspraken van rechtbanken worden ‘aanvaard’ maar niet uitgevoerd, ambtenaren worden ontslagen zonder dat de wettelijke procedures worden gevolgd, buitenlanders met een verblijfsvergunning worden het land uitgezet vanwege politieke acties, een Amerikaanse diplomaat die kritisch schrijft over Trump verliest zijn veiligheidsmachtiging, de afschaffing van USAID zal leiden tot massale kindersterfte.
     Kijk, dat doe ik nu altijd. Ik zie zo’n groot stuk staan over Trump waarin de Grote Vragen van Democratie en Rechtstaat worden besproken, en ik ga meteen op zoek naar de concrete maatregelen. Die Grote Vragen interesseren mij maar ik weet ondertussen dat ik mij nooit goed genoeg zal kunnen oriënteren in de kwestie van de checks and balances van het Amerikaanse systeem. Vroeger dacht ik dat de oplossing eenvoudig was: meer rechters, minder politici. Maar dat was zonder de opkomst van het juridisch activisme gerekend.
     Een ding weet ik zeker. Toen Trump schreef: ‘Wie het land dient, kan de wet niet schenden’ zei hij iets dat fundamenteel tegen de liberale politieke filosofie ingaat. Veel presidenten vóór hem, zullen op een onbewaakt moment hetzelfde hebben gedacht – Andrew Jackson, F.D. Roosevelt – maar dat Trump het zo openlijk zegt, is zorgwekkend.

Trump en Lenin
     Toen ik op de opiniepaginas van De Standaard (3/5) die kop zag Trump is de Lenin van nu, dacht ik: dat wordt niets. Een sensationele kop met een flutartikel eronder. Ik had het verkeerd voor. Het is juist een heel interessante vergelijking die cultuurhistoricus Eelco Runia maakt. Ik geloof nooit dat een mogelijke Trump-revolutie zo breed en diep kan gaan als die van Lenin (of die van Hitler), maar de gelijkenis tussen de improviserende, chaos veroorzakende zigzagbewegingen van Trump in 2025, en die van Lenin in 1917, is niét triviaal.
     Nu zou je denken: Trump is een opportunist die niet weet wat hij wil, behalve dat hij aanbeden wil worden, en Lenin was een ideologische scherpslijper die maar al te goed wist wat hij wou. Maar dat beeld van Lenin klopt niet. Hij heeft heel zijn leven nagedacht over hoe hij met zijn partij een socialistische revolutie kon uitvoeren, maar hij had noch in 1917, noch in de jaren erna een idee hoe dat socialisme eruit moest zien. Hij gooide in Staat en revolutie snel een schets op papier van een soort anarcho-syndicalistische maatschappij. Maar wat hij daarna deed – één-partijstaat,  oorlogscommunisme, bureaucratie, Nieuwe Economische Politiek, enzovoort – had met die schets nauwelijks iets te maken.
      Het enige wat Lenin op voorhand zeker wist, was dat zijn partij in naam van de arbeiders de  macht moest grijpen en houden, en dat ze zich door geen enkele scrupule, regel, traditie of wet moest laten intomen. Maar wat ze met die macht moest doen, zou men pas dag na dag bepalen, op grond van de ‘concrete analyse van de concrete situatie’. Wel had Lenin een vrij precies idee van welke vijanden hij wou uitschakelen: adel, fabriekseigenaars, grootgrondbezitters, rijke boeren, hoge ambtenaren, rechters, priesters, en verder alle politieke tegenstanders van zijn partij.
      Ook bij Trump zie je dat hij zijn politiek dag na dag bepaalt. De slogan Make America Great Again is even vaag als die van Lenins Opbouw van het socialisme. Maar Trump lijkt, net als Lenin, wel een precies idee te hebben van welke  vijanden hij wil uitschakelen: de Deep State, de woke universiteiten, de links-liberale pers, de Democraten en ten slotte de weerspannige Republikeinen. Dat hij daarbij geen last heeft van scrupules weet iedereen. Maar of hij ook succesvol alle regels, tradities en wetten uit de weg zal kunnen ruimen is een andere vraag. Dát zal hij in elk geval niet op de manier van Lenin kunnen doen. 

Yuval Harari over Trump
     Ik heb indertijd dat boek Sapiens van Yuval Harari gelezen zonder er warm of koud van te worden, en ik heb nu hetzelfde met zijn recente stuk over Trumps visie op de wereld. (DSW 3/5). Begrijp mij goed: er staat in dat stuk niets wat ik verkeerd vind. Trump gelooft niet in de liberale wereldorde, maar alleen in macht. Zo is dat. Harari toont aan dat zo’n visie geen stabiele wereld garandeert. Natuurlijk niet. Kleinere landen kunnen worden opgeslokt door grotere landen, er komt een niet te stuiten wapenwedloop, en vroeg of laat komt er een conflict omdat een van de blokken zich sterker waant dan de andere. Dat is allemaal waar.
     Wat Harari niet vermeldt, is dat Poetin en Xi ongeveer dezelfde visie hebben op de wereld. En dat is niet als whataboutery bedoeld. Wat ik bedoel is het volgende: het heeft niet veel zin dat Trump of Zelenski  of om het even wie ‘belang hechten aan gerechtigheid, moraliteit en internationale wetgeving’.  Zolang Poetin en Xi dat ook niet doen, komt het vooral op macht aan. Ik weet niet of Trump ooit militair Canada of Groenland zal binnenvallen. Maar Rusland is Oekraïne binnengevallen, en China zal Taiwan binnenvallen.
     Ondertussen heeft Harari gelijk op één punt. Het protectionisme van Trump en zijn beperkte visie op de internationale economie als nulsomspel hebben de internationale samenwerking nog moeilijker gemaakt dan ze al was. Trump heeft het economisch globalisme verzwakt dat de laatste 40 jaar voor zoveel welvaart heeft gezorgd. Maar economische samenwerking helemaal los zien van het geopolitieke machtsspel, dat gaat ook niet. Met tegenzin moet ik hier Jonathan Holslag gelijk geven. 

Kortjes allerlei

Niets in de krant
     Ik kan de krant niet openslaan, of ik voel de neiging bij mij opkomen om te reageren. Daar ga ik mee akkoord, daar ga ik niet mee akkoord, enzovoort. Soms zijn er ook dagen dat ik de neiging niet voel. Vandaag bijvoorbeeld, 30 april. Er staat nochtans een interview in de krant  met ABVV-leider Bert Engelaar en een groot stuk van Marc Reynebeau over ‘normatieve indifferentie’ en ‘reactionair cynisme’. De voorpagina bloklettert ‘Federaal migratiecentrum fluit regering terug over gezinshereniging.’ Ik zou iets over die titel kunnen schrijven* en over de gezinshereniging zelf, maar ik weet bijna zeker dat ik daarbij zou herhalen wat ik al eerder eens geschreven heb. Ik noteer dus in mijn imaginair dagboek, zoals Lodewijk XVI op 14 juli 1789 in zijn echte dagboek: ‘Rien.’

* Bijvoorbeeld: kan een Federaal migratiecentrum een regering terugfluiten? Het is al erg genoeg dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat kan. 

De lidwoord ‘het’?
      Verdwijnt het lidwoord ‘het’ uit het Nederlands? vraagt De Standaard (2/5) zich af. Wat volgt is een voorspelling dat de ‘taalpuristen’ de strijd zullen verliezen tegen de ‘straattaal van de adolescenten’. Dat is best mogelijk. Dan zal zo’n stuk in De Standaard er ooit anders uitzien. ‘Verdwijnt de lidwoord ‘het’ in de Nederlands?’wordt dan de kop. 
    En wat doen we met de persoonlijke voornaamwoord ‘het’? Ik stel voor: laten vallen. Ik herschrijf dus de eerste alinea:

Voor taalpuristen is alsof ze een nagel over de schoolbord horen krassen. Hoe komt toch dat mensen de onzijdig lidwoord steeds vaker laten vallen. De lezerspubliek wil graag weten of invloed van de Arabisch kan zijn.’

      Ik zie dat ik in mijn enthousiasme ook de buigings-e van onzijdige heb laten vallen. 

De wilde hamster en de regering
     Heerlijke kop in De Standaard. ‘De wilde hamster is bijna uitgestorven, en dat is de schuld van de regering.’ Die laatste toevoeging zou men om redenen van humor veel vaker moeten gebruiken in krantenkoppen.

Open VLD
     Open VLD moet kiezen, schrijft Frederik Abbeloos (DS, 3/5), ‘tussen het links-liberale alternatief en de rechts-liberale reconquista.’ Ik zoek in het artikel naar wat dat links-liberale alternatief kan inhouden en kom uit bij: vóór legalisering van wiet, vóór hogere erfbelastingen, en tégen preventief fouilleren. De rechtsliberale reconquista zou staan voor minder belastingen en meer law and order.

Genderfluïde
      Weinigen weten dat, maar ook ik vertoon kenmerken van genderfluïditeit. Toen ik nog les gaf, had ik minstens vijf keer per jaar een leerling die zijn vinger opstak om een vraag te stellen en van wal stak met ‘Mevrouw …’ De klas begon dan te lachen en die leerling kreeg een rood hoofd van schaamte. Zelf deed ik het allebei, lachen en een rood hoofd krijgen.
      Ja, in het onderwijs van vandaag is gynocentrisme de norm. 

Andere kamer
     Ik ga van de keuken naar de voorraadkamer om iets te halen, en als ik in de voorraadkamer ben, weet ik niet meer wat ik kom halen. De enige oplossing bestaat erin om op mijn stappen terug te keren en voor ik in de keuken ben, weet ik weer wat ik nodig heb.
      Het overkomt mij minstens één keer per week, en dat is al heel mijn leven zo. Ik ben er altijd van uit gegaan dat iedereen die ervaring kent, dat die ervaring voorkomt in alle beschaving waar mensen huizen bewonen met keukens en voorraadkamers  En nu blijkt dat niet zo te zijn. Ik zei gisteren tegen mijn vrouw dat het mij wéér overkomen was, van die keuken en die voorraadkamer, en ze antwoordde dat ze zoiets nog nooit had meegemaakt. 
     Ab uno disce omnes, zeiden de Romeinen, maar ze dwaalden.

De Amerikaans-Oekraïense grondstoffendeal
     Lectr, de huiscartoonist van De Standaard, tekende een kaartje waarin hij de Oekraïne na de grondstoffendeal verdeeld ziet in een Amerikaans en een Russisch gebied. Het Amerikaanse gebied is in het geel gekleurd, het Russische gebied in het rood. Dat Lectr een economisch akkoord vergelijkt met een militaire annexatie is zijn goed recht als tekenend politiek comentator. Maar ik betreur dat hij dat rode gebied laat samenvallen met de maximale eisen van Rusland. Hopelijk gebruikt Lavrov dat kaartje niet bij de onderhandelingen.




AfD verbieden?

     ‘De Duitse Nationale Veiligheidsraad heeft beslist,’ schrijft Koen Vidal, ‘dat de partij Alternative fur Deutschland (AfD) ‘rechts-extremistisch’ is. Het woord ‘beslist’ is goed gekozen. Zoiets kun je misschien wel ‘vaststellen’, maar alleen nadat je ‘beslist’ hebt welke criteria je zult gebruiken.
     ‘De evaluatie nam maanden in beslag en gebeurde op basis van een rapport van 1.100 bladzijden,’ schrijft Vidal nog. Dat maakt op mij niet veel indruk, omdat je de conclusie ook na enkele dagen kunt trekken en in een rapport van 5 bladzijden kunt neerschrijven. Het politieke programma en de propaganda van AfD, zegt de Veiligheidsraad, zijn niet in overeenstemming met de Duitse Grondwet. Dat is best mogelijk. Juristen kunnen daarover heel lang discussiëren, maar zelf denk ik alleen: et alors. Waarom zou een partij niet mogen aansturen op een verandering van de Grondwet?
     Het is goed dat er een Grondwet is om de democratie in toom te houden. Een meerderheid van 50 % + 1 moet niet de macht krijgen om zomaar om het even wat te beslissen. Daarom bestaat er ook in Duitsland een regel dat je een Grondwetswijzing pas kunt doorvoeren met een tweederde meerderheid zowel in het Parlement als in de Raad van de deelstaten. Tot voor kort stond er in de Grondwet bijvoorbeeld een regel dat het begrotingstekort maximaal 0,35 % van het BBP mocht bedragen. Die regel heeft men nu afgeschaft met een tweederde meerderheid.
     Vidal schrijft dat AfD zich aan de ‘grondwettelijke spelregels’ moet houden. Dat is waar. De partij moet zich ook aan de wettelijke spelregels houden. Maar niets belet een partij om te ijveren voor de verandering van die spelregels. Kan op die manier de liberale democratie worden afgeschaft? Zeker. Maar als tweederde van de burgers, en tweederde van de verkozenen, vinden dat dat noodzakelijk is, dan ben je op de grenzen van het systeem gebotst, en kun je je als liberaal-democraat alleen nog terugtrekken in je tuin of je studeerkamer, of in het ondergronds verzet.
     Ondertussen is de kans klein dat AfD een tweederde meerderheid behaalt om de Grondwet te hervormen zoals ze dat zou willen. De kans is groter dat de andere partijen samen beslissen om AfD te verbieden. Daar is geloof ik zelfs geen grondwetsherziening voor nodig. Een gewone meerderheid volstaat, en een beslissing van het Constitutioneel Hof. Dat lijkt mij eerlijk gezegd een groter en reëler gevaar voor de democratie.
     Ben ik nu niet vergeten aan het begin van mijn stukje aan te geven dat ik niet de minste sympathie voel voor de AfD 
  ook al omdat ik die partij zo slecht ken?

*

     Koen Vidal beweerde in zijn commentaar ook dat AfD aan electorale doping doet door in haar propaganda eisen te stellen die strijdig zijn met de Duitse Grondwet. Ik heb lang geaarzeld of ik daarover iets moest zeggen. Ik doe het nu toch. Beste Koen, álle politieke partijen doen aan electorale doping want ze beloven allemáál zaken waarvan ze weten dat ze om een of andere reden niet realiseerbaar zijn. En ten tweede: die doping bestaat er dus in om programmapunten naar voren te schuiven waar een deel van het electoraat om vraagt. Is daar in een democratie iets mis mee?
      Je kunt nu zeggen dat AfD in tegenstelling tot andere partijen geen morele remmingen kent en dat de partij onfatsoenlijke eisen naar voren te schuift. Dan is het aan de politieke rivalen van AfD en aan commentaarschrijvers om het electoraat te overtuigen van wat fatsoenlijk is en wat niet. Ik vind dat de PVDA ook onfatsoenlijke eisen heeft. Ik ben zelfs bereid die eisen als electorale doping te beschouwen. Maar ik zie daar geen argument in om die partij van staatswege te discrimineren.




 

zondag 4 mei 2025

Overtuigen met grafieken


Overtuigen met grafieken
     Op 1 mei publiceerde Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Voka, negen grafieken* die de typische 1-mei-retoriek moesten ontkrachten. Die retoriek houdt in dat in ons land

  1. langer werken absoluut onmogelijk is 
  2. de begrotingsproblemen kunnen worden opgelost met hogere belastingen
  3. vermogen niet belast wordt
  4. de werknemers nu al hyperflexibel zijn
  5. de beperking van de werkloosheid in de tijd tot onhoudbare toestanden leidt 
  6. het begrotingstekort overdreven wordt om besparingen te verantwoorden
  7. de openbare diensten ‘kapot bespaard’ zijn terwijl miljarden naar Defensie gaan
  8. de sociale zekerheid eveneens ‘kapot bespaard’ is 
  9. de lonen stagneren

     Ik vind die grafieken van de Voka-man erg interessant, maar mij moet hij niet overtuigen. Ik ben al overtuigd. De vraag is veeleer: zullen ze een socialistische 1-mei-mens kunnen overtuigen? Ik denk het niet. Zo iemand denkt meteen dat zulke grafieken niet helemaal betrouwbaar zijn, weerlegd worden door andere grafieken, context missen** of niet relevant zijn.
 
     In zes van de grafieken wordt de situatie in België vergeleken met die van andere Europese landen. De Belgen werken korter, ze zijn minder flexibel, ze hebben een groter begrotingstekort en ze betalen hogere belastingen, zelfs op hun vermogen. Maar een socialist heeft niets aan die vergelijkingen. Het is niet omdat andere landen een beperking van de werkloosheid in de tijd hebben dat wij dat systeem moeten overnemen. Het is niet omdat België de derde hoogste vermogensbelastingen van Europa heeft dat die niet nog hoger kunnen.
      Ook de overige grafieken zullen niet overtuigen. Het is niet omdat er 1,6 miljoen mensen tewerkgesteld zijn in de openbare diensten, dat er niet nog enkele honderdduizenden meer nodig zijn. Het is niet omdat de uitgaven voor de sociale zekerheid in 45 jaar tijd gestegen zijn van 14 tot 27 procent van het BBP dat een nog hogere stijging overbodig is. Het is niet omdat de loonkosten sinds 2020 met 20 procent gestegen zijn, dat ze niet dringend nog verder moeten stijgen.
     De uitdrukking die ik hierboven gebruikte was telkens het is niet omdat. Dat geeft de kern van het probleem weer. Uit een geïsoleerde cijfergrafiek, vergelijking of evolutie kun je logisch nooit besluiten wat er eigenlijk zou moeten gebeuren. Zo kunnen socialisten mij met stijgende ongelijkheidscijfers evenmin ervan overtuigen dat de belastingen dringend nóg progressiever moeten worden gemaakt.
      Eigenlijk is het nog erger. Mensen hebben meer vertrouwen in hun gevoel dan in kille cijfers. Laat je aan een socialist de grafiek zien van de loonkostenstijging, dan antwoordt hij dat de levensduurte nog veel meer gestegen is. Laat je dan een nieuwe grafiek zien waarin de loonstijging vergeleken wordt met de levensduurtestijging, en blijkt uit die grafiek dat de netto koopkracht sinds 2020 niet is áfgenomen, maar met 3,5 procent is tóegenomen, dan zal hij antwoorden dat dat cijfer niet kan kloppen. Ik heb ooit een discussie gevoerd met een collega die hetzelfde loon kreeg als ik, met dezelfde periodieke loonsverhogingen. Zelfs met mijn loonbriefjes in de hand kon ik haar niet overtuigen dat ons beider koopkracht gestegen was. Ze kwam nu minder goed rond dan vroeger, zei ze. Punt.

 
* Die grafieken staan hier.
**  Uiteraard missen de grafieken context. De stijging van de loonkosten bijvoorbeeld zou men moeten vergelijken met de stijging van de inkomsten.

zaterdag 3 mei 2025

De provinciale hoofddoek


De provinciale hoofddoek
     De Oost-Vlaamse provincieraad voerde woensdag een hoofddoekenverbod in voor de provinciale scholen. Dat is goed nieuws. Het slechte nieuws is dat Vooruit, die in het provinciebestuur zit, het verbod niet wou goedkeuren. Het tweede slechte nieuws is dat De Standaard haar commentaar van 2 mei gebruikte om tegen het hoofddoekenverbod te pleiten. Maar dan is er weer goed nieuws. In dezelfde Standaard lees ik dat de maatregel bijna overbodig was. Alle provinciale scholen in Oost-Vlaanderen hebben al een verbod op religieuze tekens in hun reglement staan. Er is maar één provinciale school – Richtpunt Campus Gent – waar zo’n 100 leerlingen een hoofddoek dragen.
      Over één argument van De Standaard wil ik in de gauwte iets kwijt. ‘Het risico bestaat,’ schrijft Inge Ghijs, ‘dat de leerlingen de school verlaten, wat slecht is voor de integratie.’ Maar het verbod slaat, geloof ik, op lagere en middelbare scholen, met leerlingen die onder de leerplicht vallen. Die kunnen dus niet zomaar ‘de school verlaten.’ Voor een tegenargumentatie ten gronde verwijs ik naar een uitstekende FB-post van Jan De Zutter. (Zie hier)
     Overigens  ik kan het niet laten  – Ghijs gebruikt ook het argument  dat een hoofddoekenverbod polariseert. Dat is wat misschien wel waar, maar de hoofddoekdracht zelf polariseert ook. Dat polariseren staat dus bij wijze van spreken in de teller en de noemer, en kan dus beter geschrapt worden.

vrijdag 2 mei 2025

Politiek 'links' en 'rechts'


     Ik behoor tot degenen die de woorden ‘links’ en ‘rechts’ nog dagelijks gebruiken, terwijl ik er tegelijk van overtuigd ben dat ze niet meer dan losse kreten zijn. Een van de talrijke problemen is dat de zaken er heel anders uitzien als je de begrippen benadert met een analytische dan wel met een genetisch-historische of een filosofische methode. Van nature voel ik mij aangetrokken tot de analytische methode: een lijstje opstellen van eigenschappen en dan aanvinken of die al dan niet aanwezig zijn: lagere belastingen: rechts; open-grenzen: links; enzovoort. Ik kom er nog op terug.
      Laatst zag ik op x.com een polemiekje tussen de Gentse professoren Wouter Duyck en Jan Dumolyn voorbijkomen. Duyck had beweerd dat het fascisme en het nazisme eigenlijk linkse, socialistische ideologieën waren; Dumolyn vond dat onzin. Ik kende de argumenten voor beide stellingen, maar ik besloot om daar toch nog eens boek over te lezen. Het werd dat van de libertair L.K. Samuels, die schrijft over de ‘False Left-Right Political Spectrum’. Samuels loopt niet hoog op met het klassieke hoefijzermodel waarbij links tegenover rechts wordt geplaatst, maar waar de extremen elkaar weer naderen.


       Het is geen erg goed boek. Samuels combineert de stijl van een pamflet met die van een universitaire scriptie. Bij dat laatste loopt veel mis. Toen ik lang geleden het eerste hoofdstuk van mijn eigen scriptie inleverde, twintig bladzijden geschreven in mijn mooiste handschrift, in potlood, prees mijn promotor mij omdat ik de meest gemaakte fouten had vermeden. Veel studenten, zei ze, springen  van de hak op de tak, ze herhalen voortdurend zichzelf zonder het te beseffen, en ze gebruiken op elke bladzijde overbodige citaten. LK. Samuels doet dat ook allemaal.
      De vlijt van Samuels staat buiten kijf. Zijn bibliografie is veel uitgebreider dan wat je van een scriptie voor een masterproef kunt verwachten; ze gelijkt meer op die van een doctoraatsthesis. Daarentegen verraadt de omgang met de bronnen – allemaal secundaire bronnen trouwens – de grote onzekerheid van de auteur. Zo schrijft hij: 

Na het bestuderen van het 21-puntenprogramma van 1920, dat onder andere het recht op arbeid inhoudt, heeft politicoloog en geschiedkundige William Brustein geconcludeerd dat het nazisme als een politieke arbeiderspartij is ontstaan.

     Dat had Samuels gerust zelf mogen concluderen, zonder daar een politicoloog-historicus bij te halen. Natúúrlijk ontstond de Nazi-partij als ‘arbeiderspartij’. Wat zullen we nu hebben? De NSDAP was de verderzetting van de DAP, de Deutsche Arbeiter Partei.
     Nog mooier is deze:

Karl Radek, een marxistisch theoreticus en internationaal communistisch leider, was een van de passagiers van de verzegelde trein’ waarmee Lenin en andere revolutionaire leiders in 1917 naar Rusland reisden. [Pierre Broue, The German Revolution: 1917–1923 (Chicago, IL: Haymarket Books, 2006), p. 87.]

     Het is gebruikelijk om in een geschiedkundige publicatie de personen die je introduceert kort even voor te stellen. Wat hier gezegd wordt over Radek – marxistisch theoreticus, communistisch leider, verzegelde trein – is inhoudelijk en stilistisch helemaal op zijn plaats. Alleen wordt de zin verknoeid door de overbodige voetnoot en bronvermelding. Aan mijn leerlingen gaf ik als stelregel mee dat ze in een paper gerust mochten schrijven dat water kookt op 100 graden zonder dat ze daar een bronvermelding aan toe moesten voegen. Zo ook is er geen bronvermelding nodig als je schrijft over de verzegelde trein waar Lenin en Radek op zaten. Mijn vader sprak over die trein zonder voetnoot.
     Omdat Samuels zo ontzettend veel gelezen heeft over zijn onderwerp – de ontwikkeling van het socialisme, communisme, fascisme en nazisme – maakt hij geen al te grote fouten, als je tenminste bereid bent zijn logica te volgen en zijn cherrypicking door de vingers te zien. Maar ik heb toch ook veel vraagtekens geplaatst. Hier bijvoorbeeld:

De passieve houding van links tegenover het nazisme veranderde toen het Derde Rijk zich in 1936 ging mengen in de Spaanse burgeroorlog, aan de tegenovergestelde kant van de Sovjet-Unie. 

     Het is niet waar dat het linkse antifascisme pas op gang kwam door de Spaanse Burgeroorlog in 1936. Het 7de Congres van de Communistische Internationale bijvoorbeeld, dat oproept tot een antifascistisch eenheidsfront, dateert van 1935. Waar Samuels wel gelijk in kan hebben is dat het vanaf de Spaanse Burgeroorlog gemakkelijker was om het fascisme als ‘rechts’ te benoemen. Franco had veel kenmerken van ‘rechts’ die je niet terugvindt bij het fascisme en het nazisme: traditionalisme, religie, standenmaatschappij, monarchie.

*

     De begrippen links en rechts zijn, zoals bekend, ontstaan tijdens de Franse Revolutie. Oorspronkelijk verwees links naar radicaal-republikeins. Ik weet eigenlijk niet vanaf wanneer ze in zwang gekomen zijn buiten Frankrijk. Je kunt de keynote speech van Dimitrov op het hierboven vermelde 7de Congres uitpluizen, en nergens kom je de woorden links of rechts tegen in de moderne betekenis van die woorden.
     Het zal buitenstaanders verbazen, maar communisten gebruikten de woorden links en rechts eigenlijk alleen om afwijkende tendenzen binnen de eigen partij te omschrijven. 
Traditioneel had het begrip links voor de communisten dus een negatieve betekenis. Ik werd als leerling ooit betrapt toen ik Lenins boek De linkse stroming aan het lezen was. ‘Ha,’ zei de leraar, ‘linkse stroming, daar wist Lenin alles van, hé.’ Hij had de ondertitel niet gelezen waarin die linkse stroming gekarakteriseerd werd als ‘kinderziekte van het communisme’*. 
     Ook Samuels heeft die rare communistische invulling van de begrippen links en rechts opgemerkt, al raakt hij er niet helemaal wijs uit. Hij heeft het zelfs moeilijk met het woord sociaalfascisme dat de communisten gebruikten om de sociaaldemocratie mee aan te duiden. Samuels meent daaruit te kunnen besluiten dat ook de communisten inzagen dat het fascisme een socialistische economie nastreefde. Maar dat heeft er niets mee te maken. Sociaalfascisme is gewoon een scheldwoord, zoals zoveel begrippen uit de communistische traditie.

*

        Men kan natuurlijk, als men weinig weet, ook allerlei bijleren uit een zwak boek. Samuels wijdt een hoofdstuk aan het ‘progressief fascisme’ van woke. Hij gebruikt daarbij andere voorbeelden dan die die ik altijd tegenkom. Hij wijdt uitgebreide hoofdstukken aan het economisch beleid van Mussolini en Hitler. Hij noemt dat beleid ‘keynesiaans’, ‘links’, en ‘socialistisch’. Ach, waarom niet?  Verder heeft Samuels op zijn steekkaarten een groot aantal citaten verzameld van auteurs die over dat economisch beleid hetzelfde beweren als hijzelf, en hij is met die citaten zo in zijn nopjes dat hij ze telkens opnieuw aanhaalt. Als ik zulke herhalingen in een papieren boek tegenkom, kan ik ze gemakkelijk overslaan; met een e-reader is dat moeilijk.
     Een apart hoofdstuk gaat over het verband tussen de slavernij in het Amerikaanse Zuiden en het socialistische gedachtegoed. Samuels bespreekt en citeert politici als John C. Calhoun, George Fitzhugh en Henry Hughes, lieden die de slavernij verdedigden met paternalistische argumenten. Het is voorspelbaar dat die argumenten dan raakpunten vertonen met het socialisme. Maar uit zo’n vaststelling zou ik geen verregaande conclusies trekken. Als je dat wel doet, kom je al snel bij de stelling dat elk paternalisme, en elke afwijking van het zuivere liberalisme, eigenlijk gelijkstaat aan slavernij. Mocht dat zo zijn, dan vind ik de gradaties binnen de slavernij belangrijker dan het concept zelf.
     In hetzelfde hoofdstuk beweert Samuels dat Marx de slavernij ondersteunde want hij had in 1846 geschreven:

 Zonder slavernij zou er geen katoen zijn, en zonder katoen zou er geen moderne industrie zijn. Het is de slavernij die de kolonies hun waarde geven. Slavernij is daarom een economische instelling van het hoogste belang. Zonder slavernij zou Noord-Amerika van moderne vooruitstrevende natie veranderen in een patriarchaal land. [Karl Marx to Pavel Vasilyevich Annenkov, (Letter, Dec. 28, 1846.) Published in Marx/Engels Collected Works Vol. 38, International Publishers, 1975, p. 95.]

      Als promotor van de scriptie zou ik hier streng zijn. Samuels krijgt een punt voor de correcte bronvermelding, maar daar houdt het op. Ten eerste dateert het citaat van 1846, met andere woorden uit een tijd dat Marx nog geen marxist was en geen invloed uitoefende op de socialistische stroming die verondersteld wordt het slavendom te hebben ondersteund. Ten tweede stelt Marx een feit vast – de slavernij als steunpilaar van de Amerikaanse economie – zonder dat feit te verdedigen. En ten derde: als Samuels zo vlijtig gelezen heeft in de 50 delen van het Verzameld Werk, zou hij moeten weten dat Marx tijdens de burgeroorlog artikels schreef tégen de slavernij, en dit nota bene in de Amerikaanse pers.

*

      Het zesde hoofdstuk van het boek kon ik moeilijk lezen zonder plaatsvervangende schaamte te voelen. Samuels onderbreekt zijn betoog over ‘links’ en ‘rechts’ om uit te weiden over zijn ervaring als activist. De man is vier jaar ouder dan ik, maar neemt nog altijd deel aan acties en betogingen, voornamelijk voor de vrede. Dat op zich is bewonderenswaardig.
     Het lachwekkende is echter dat hij ook nog eens deelneemt aan het sectaire gekibbel dat aan zulke acties voorafgaat. Zo was hij lid van de
 Peace Coalition of Monterey County en maakte hij daar als vertegenwoordiger van de Libertarians for Peace ruzie met de vertegenwoordigers van de Monterey County Tea Party, de Green Party, de Veterans for Peace, de National Lawyers Guild en de lokale Quaker gemeenschap. Oorzaak van de ruzie: de vraag of men moest eisen dat president Obama zijn Nobelprijsmedaille voor de Vrede terug zou geven gezien de militaire interventies waar hij op had aangestuurd. En dáárover wordt er vergaderd, wordt er gestemd en wordt er, zoals altijd in die actiecomités, gestemd of er gestemd mag worden. Is dát nu iets waar een 70-jarige zich over op moet winden?

*

      Bij het laatste hoofdstuk had ik geen last van plaatsvervangende maar van echte schaamte. Samuels past daar de analytische methode toe in zijn meest kinderlijke vorm. Hij heeft een tabel opgesteld waarin nazisme, Mussolini-fascisme en communisme met elkaar worden vergeleken. Daarvoor heeft hij een lijst gemaakt met 45 kenmerken gaande van ‘antibourgeois-mentaliteit’ tot ‘protectionisme’, ‘oorlogsvoorbereiding’, ‘staatspensioenen’ en ‘begrotingstekorten’. En dan heeft hij afgevinkt waar de gelijkenissen zitten. Het zal de lezer niet verwonderen dat met die methode bijna alle vakjes zijn afgevinkt. De meest notoire uitzondering is dat het nazisme en het communisme allebei ‘genocidair’ waren en het Mussolini-fascisme niet. Zon afvinklijst is de methode van een middelmatige scriptie, maar het is helaas ook de methode die ikzelf zou willen toepassen als ik niet zo bang was om mij belachelijk te maken.
     De lezer zal begrijpen dat je met die methode je definities makkelijk kunt manipuleren om het resultaat te bereiken dat je wil. Samuels wil graag bewijzen dat nazisme en fascisme ‘links’ zijn. Dat lukt. Maar als je andere eigenschappen kiest, kun je weer een andere conclusie trekken. Ik zag onlangs een discussie op Facebook over de vraag wie de meeste aanslagen pleegde: extreemlinks of extreemrechts. Een van de deelnemers meende het juiste antwoord te kennen: ‘Gezien de politieke islam een extreemrechtse ideologie is, is 95% van alle terreur extreemrechts van nature.’ Kijk, daarvoor zijn de begrippen links en rechts niet uitgevonden.
     Wat mij wel bevalt is dat Samuels in zijn conclusie botweg toegeeft dat je de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ gewoon van plaats kunt verwisselen. Hij tekent een as waarin de staatsinterventie geleidelijk toeneemt: anarchisme, libertarisme, klassiek-liberalisme, conservatisme, linksliberalisme, sociaaldemocratie, nazisme/fascisme, communisme. Zijn historisch links begint dan ergens bij het klassiek-liberalisme van de Franse Girondijnen in 1789 terwijl het hedendaagse begrip links vanuit de andere hoek vertrekt, bij het extreme communisme, en dan opschuivend naar gematigder versies van economische staatsinterventie.
     Het kwalijkste punt in dit horizontale schema vind ik de onnatuurlijke plaats van de sociaaldemocratie, die veel te dicht bij nazisme/fascisme komt te liggen. Samuels heeft gelijk met zijn kritiek op het ‘hoefijzermodel’. Maar zijn schema met één as geeft óók een vertekend beeld. Het goeie oude kwadrantenstelsel geeft volgens mij nog altijd een veel beter resultaat. En ‘links’ en ‘rechts’ kun je dan voor heel even vergeten. Ik doe hieronder een poging. 




* Overigens was het begrip links in de jaren 70-80 ook in zijn moderne betekenis ingeburgerd in het milieu van Amada-PVDA. Een potentiële bondgenoot werd routineus omschreven als een eerlijke linkse.



donderdag 1 mei 2025

Socialisme, paternalisme, wensdenken


      Aan de vooravond van 1 mei plaatst Dominique Willaert een post over het socialisme. Voor hem is socialisme ‘solidariteit en kameraadschap’. Dat zijn zeker twee mooie idealen. Maar is socialisme ook geen uiting van paternalisme en onderliggend wensdenken? Ik citeer Willaert

 Arbeid vereist een organisatie op maat van wat mensen arbeidsfierheid en -voldoening heeft. Mensen moeten blij en fier zijn op en met het werk dat ze verrichten en het moet ook haalbaar zijn. Nu wordt arbeid al te vaak gereduceerd tot ‘loon’! De productie moet in functie komen te staan van wat een samenleving echt nodig heeft, van de reële noden en behoeften. Een economie moet in de eerste plaats in functie staan van betaalbare en toegankelijke woningen, gezondheidszorg, publiek transport, energie. Heel wat rommel die wordt geproduceerd is schadelijk en onwenselijk. Nogal wat goederen en ook diensten (denk aan veel van de digitale shit) fungeren als verzadigde vetten en snelle suikers: ze maken ons ziek. Een socialistische maatschappijvisie impliceert een samenleving waarin de mens centraal komt te staan en niet de winsten en de groei. We moeten dit blijven tegen elkaar zeggen: dat er voldoende welvaart en rijkdom aanwezig is om iedereen aan boord te houden en niemand achter te laten*.  

     Het paternalisme neemt twee vormen aan. De eerste vorm betreft de consumptie. In een vrije maatschappij mag je zelf kiezen waar je je geld het liefste aan besteedt: aan de aankoop van een ‘toegankelijke woning’ of aan ‘digitale shit, verzadigde vetten en snelle suikers.’ In een paternalistische maatschappij daarentegen is er een instantie die de samenleving vertegenwoordigt en die beslist wat je ‘echt nodig’ hebt en wat ‘rommel’ is**.
       De tweede vorm van paternalisme betreft de productie. Willaert vindt dat een bevredigend en haalbaar werk belangrijker is dan het ‘loon’. Dat is een begrijpelijke voorkeur. Ik heb indertijd mijn kantoorjob verlaten om les te gaan geven en ik heb daarbij veel voldoening en fierheid ervaren. Dat had overigens meer te maken met de inhoud van het werk dan met de arbeidsorganisatie, maar dat dat laatste ook een rol speelt, valt niet te ontkennen.
      Men kan het werk van een heftruckchauffeur, een magazijnier, een booglasser, een metselaar, een visser, een informaticus, een journalist, een verkoopster, een callcenter medewerker enzovoort organiseren op verschillende manieren. Het is de taak van de ondernemer of manager om hierbij te zoeken naar creatieve oplossingen die zijn werknemers tevreden houden zodat ze niet naar een andere job uitkijken. Maar bij die oplossingen kan er een spanning ontstaan tussen efficiëntie en ‘mensenmaat’. Soms gaan die samen, en soms niet.
     Veronderstel dat er op een industrieterrein twee bedrijven naast elkaar staan. In bedrijf A is het werk op mensenmaat georganiseerd, met een aangenaam niveau – niet te hoog, niet te laag – van automatisering, met een roterende taakverdeling, met gevarieerde taken die zichtbaar zijn in het eindproduct, met een rustgevende werkomgeving en vooral met een rustig werkritme. In het bedrijf ernaast, bedrijf B, wordt veel sneller gewerkt, er is minder geïnvesteerd in de verfraaiing der werkplaats,  het arbeidsproces is gefragmenteerd en monotoon, en een deel van het werk gebeurt zelfs aan de ‘lopende band’. Het ritme ligt hoog en het duurt enige tijd voor nieuwe werknemers zich kunnen aanpassen. De meesten van hen zijn niet van plan om er tot hun 67ste werken.
     Er is nog een ander verschil tussen de twee bedrijven. In bedrijf B ligt de productiviteit dubbel zo hoog en zijn ook de lonen dubbel zo hoog. Mijn vraag aan Willaert is nu: mogen de arbeiders vrij kiezen in welk bedrijf ze gaan werken? Ik vind van wel. Zij mogen zelf kiezen of ze ‘loon’ of ‘arbeidsvoldoening’ het belangrijkste vinden. Dat moeten de socialisten niet voor hen doen.
     Willaert zou kunnen tegenwerpen dat zo’n bedrijf-op-mensenmaat als A vandaag niet bestaat. Dat is waar. Dat is omdat alle arbeiders ondertussen gekozen hebben voor het productievere, hogere lonen uitbetalende bedrijf B***, of, realistischer, voor een bedrijf dat een tussenweg zoekt tussen A en B.
     Dat was het paternalisme.
       En hoe zit dat met het onderliggend wensdenken? Een socialist zoals Willaert zal het misschien niet toegeven, maar zijn droom is eigenlijk om de mensenmaat van bedrijf A te combineren met de hoge lonen van bedrijf B****. Hij denkt dat dat mogelijk is door de welvaart beter te verdelen. Dan is er genoeg om iedereen de mogelijkheid te geven een ‘toegankelijke woning’ te kopen, en om langdurig werklozen een ruime uitkering te betalen. Kijk maar naar de winsten die bedrijf A en B maken. Maar dat is een misvatting. Die winsten moeten voor een groot deel opnieuw worden geïnvesteerd. Alleen wat de ondernemers consumeren aan villa’s en dure auto’s kan worden verdeeld, en zoveel is dat nu ook weer niet.
    ‘Er is welvaart genoeg,’ ik heb het mijn vriend G.V. zo vaak horen zeggen. Dat was eind de jaren 70. De fabrieken draaien, redeneerde hij, de producten rollen van de band, men zou ze bij wijze van spreken gratis aan de werklozen kunnen uitdelen*****. Er was iets in de redenering die mij niet overtuigde, maar ik wist niet wat. Pas toen ik het begrip ‘kapitaalconsumptie’ leerde kennen, zag ik het plots. Niet alleen die producten worden geconsumeerd, ook die lopende band en die fabriek zelf worden ‘geconsumeerd’, zij het dat we die consumptie meestal ‘slijtage’ noemen.

 

* Ik heb het citaat lichtjes ingekort. Met name heb ik alle verwijzingen naar natuur en ecologie weggelaten, omdat die kwestie wetenschappelijke kennis veronderstelt en collectieve voorkeuren betreft. Die kennis heb ik niet, en over die voorkeuren heb ik weinig te zeggen.

** Zie ook mijn stukje Consumofobiehier.

*** Niet álle arbeiders. De tv-serie Yellowstone gaat over cowboys die heel bewust kiezen voor een heel laag loon om het werk te kunnen uitvoeren dat hun voldoening en fierheid verschaft. 

**** Het combineren van de voordelen van bedrijf A en bedrijf B is overigens best mogelijk. Sinds de industrialisatie is het zo gegaan in alle landen van de wereld. Het middel daartoe was ‘groei’ – net het middel dat Willaert verwerpt. 

***** In werkelijkheid gebruikte G.V. dat argument om te pleiten voor werktijdverkorting zonder loonverlies, maar de logica is dezelfde.

Trump, mijn stukjes en ik

     Soms slaag ik erin om dagen na elkaar niet aan Trump te denken. En dan krijg ik op de sociale media weer een bericht van J.S. ‘Noem het fascisme, autocratie, dictatuur, kies maar. Maar noem het iets, Philippe Clerick. En gebruik jouw stukken en je bereik om vanuit libertaire, rechtse hoek dit radicaal te verwerpen en aldus een duidelijke scheidingslijn te trekken.’
     Onlangs heb ik nagedacht over de vraag waarom ik stukjes schrijf, en het trekken van duidelijke scheidingslijnen was daar niet bij*. Het is mijn ding niet, wat weer niet betekent dat ik tégen zulke scheidingslijnen ben. Zo geloof ik dat Trump een ploert is, en dat Rusland Oekraïne is binnengevallen en niet omgekeerd. Maar ik geloof niet dat ik iemand die dat anders ziet daarvan zal kunnen overtuigen. Ik zal ook niemand overtuigen die vindt dat Trumps beleid een zegen is voor de VS en dat het hier dringend navolging verdient. Er zijn trouwens heel weinig mensen van dat soort die onder mijn 
bereik vallen.
      Wat ik over Trump geloof, is trouwens difuus. Daar heeft J.S. gelijk in. Misschien zal ik mij dat later beklagen. Als iedereen binnen 10 jaar kan vaststellen dat de VS een dictatuur geworden is, een land waar alleen nog pro forma verkiezingen worden gehouden en de Democratische kandidaten van deelname worden uitgesloten, een land waar de New York Times en CNN hun berichtgeving afstemmen op wat de rechts-populist in het Witte Huis dicteert, dan zal men mij terecht verwijten dat ik indertijd de klaarziendheid miste om te zien wat een blinde kon zien. Maar ik ben dan 80, en ik weet niet of ik mij dat dan nog zo zal aantrekken. Voor hetzelfde geld woedt dan in Europa een oorlog.
     Ik krijg ondertussen genoeg anti-Trump stukken voorgeschoteld**. Trump die, tegen een rechterlijke uitspraak in, beveelt dat een Salvadoraan wordt aan El Salvador wordt uitgeleverd. Trump die een advocatenkantoor onder druk zet. Trump die onwillige procureurs laat ontslaan. Trump die verslaggevers van Associated Press de toegang tot het Witte Huis ontzegt. Trump die weer van mening veranderd is over Oekraïne. Trump die organisaties van de oppositie laat screenen op corruptie. Trump die de voorzitter van de Federal Reserve wil ontslaan. Trump die agressieve plannen smeedt tegen Canada en Groenland.
     Kijk, in de tijd dat Obama president was, volgde ik de Amerikaanse politiek van dichterbij dan nu. Ik las bijvoorbeeld de column van Thomas Sowell die wekelijks betoogde dat Obama een regelrechte ramp was voor de VS. Ik had heel wat boeken van Sowell gelezen en dacht daarom dat hij wel eens gelijk kon hebben. Maar ik voelde niet de neiging om die mening op mijn beurt uit te dragen in mijn stukjes. Wie iemand zocht die een duidelijke scheidingslijn trok, kon bij Sowell terecht.
     De vraag van J.S. heeft overigens een redelijke kern. Hij vraagt niét dat ik Trump in het algemeen aanval. J.S. weet ook dat in Vlaanderen de héle pers uitermate vijandig staat tegenover Trump. Ik kan mij zelfs niet herinneren dat er op de opiniepagina’s van De Standaard ook maar één stuk gepubliceerd werd dat begrip vroeg voor Trump terwijl daar al vaker begrip is gevraagd voor Poetin. Het heeft geen zin dat ik nog eens herhaal wat Bjorn Soenens, Romina van Camp en Steven De Foer zeggen en schrijven.
     Wat J.S. wel vraagt is dat ik speciaal vanuit ‘libertaire, rechtse’ hoek een radicale stem laat horen tegen Trump. Dat lijkt een beetje op de oude eenheidsfrontgedachte: communisten, socialisten, liberalen, christendemocraten, democratische nationalisten, conservatieven en libertairen, allemaal samen tegen Trump. 
     Jammer genoeg ben ik geen goede libertair. Was ik dat wel, dan zou ik de helft van Trumps beleid moeten verwerpen omdat het te ver gaat, en de andere helft omdat het niet ver genoeg gaat. Ik zou moeten vragen dat hij de afslanking van het overheidsapparaat veel radicaler doorvoert dan Musk heeft gedaan, dat hij meer tax cuts afkondigt, dat hij onmiddellijk alle militaire steun aan Oekraïne stopzet, dat hij alle subsidies voor alle universiteiten – woke of niet – beëindigt, en dat hij verder alle drugs legaliseert, de helft van de gevangenen vrijlaat, alle importheffingen voor buitenlandse producten eenzijdig en volledig afschaft, en de zuidgrens van zijn land openzet voor alle arme en vermoeide immigranten die naar de VS reizen yearning to breathe free

* Zie Waarom stukjes schrijven. Ondertussen heb ik al vaak bedenkingen genoteerd bij Trump en zijn beleid. Zie Trump – Verzamelde stukjes.

** Van J.S. zelf kreeg ik drie nieuwe doorverwijzingen die ik met belangstelling gelezen heb. 

1. https://amp.cnn.com/.../poli.../actblue-trump-memo-doj-probe

2. https://www.google.com/.../fbi-arrest-judge-hannah-dugan...

3. https://www.google.com/.../el-salvador-prison-trump... 

'Gemakkelijke' klassieke muziek

     Bij de radio heb ik dat ook, die neiging om te reageren. Als mijn vrouw en ik samen in de auto zitten, staan er allerlei nieuws- en praatprogramma’s op, en dan hoor ik de wonderlijkste dingen. Laatst was er iemand die uitlegde hoe men kon leren houden van klassieke muziek. Je moest niet beginnen met de moeilijke muziek van Bach, maar met de gemakkelijke muziek van Mendelsohn, Tsjaikovski en Resphigi. 
     Als 15-jarige heb ik wel eens een plaat van Medelsohn* en Tsjaikovski meegebracht van de bibliotheek. Ik kon die muziek, ondanks mijn inspanningen, niet mooi vinden. Van Respighi vermeldde de geïnterviewde speciaal Pini de Roma. Ik ken dat stukje van de Disney-film Fantasia die ik zo vaak met mijn zoon gezien heb toen die nog klein was. De vliegende walvissen vond ik fantastisch, maar die muziek was een gruwel voor mijn oren.
     Als ik gemakkelijke muziek moest aanraden voor beginners, dan zou ik toch veeleer denken aan Vivaldi, Händel** en die vermaledijde Bach – met uitzondering van zijn orgelmuziek en op voorwaarde dat zijn clavecimbelmuziek op een piano wordt gespeeld.

* Nu ik erover nadenk, was het waarschijnlijk niet Mendelssohn, maar Brahms.
** Over Händel als ‘gemakkelijke’ componist, zie ook mijn stukjes  hier, hier en hier. 

Vrede in Oekraïne: een openingsbod

     Vandaag plaatste Joren Vermeersch een stevige post op FB over de vredesperspectieven in Oekraïne. Rusland, denkt hij, ondervindt heel veel nadeel van de oorlog, maar het regime haalt er voordeel uit. De oorlog is een uitstekend middel om repressie uit te oefenen. Wie kritiek uit op het regime, kan verwachten dat hijzelf of een familielid kort daarna een mobilisatiebrief in de bus krijgt. Mocht de oorlog eindigen op een compromis, dan zou de kritiek in Rusland niet meer in te tomen zijn, en zou de omvang van de verliezen openbaar worden. 
    Als dat zo is, mag verwacht worden dat het regime zal vasthouden aan de maximale eisen zoals Lavrov die graag formuleert: 1) demilitarizering en ‘denazificering’ van Oekraïne, 2) verbod op aansluiting bij de Navo, 3) volledige annexatie van de Krim, Donetsk, Loehansk, Cherson en Zaporizja met inbegrip van de kerncentrale van Zaporizja 4) teruggave van de bevroren tegoeden, en 5) Russificatie van het Oekraïense culturele leven.
     Maar misschien is Vermeersch te pessimistisch en moeten we het Russische eisenpakket slechts zien als een openingsbod. Dan komt het er alleen op aan om van Westers-Oekraïense zijde een vergelijkbaar openingsbod te doen. Bijvoorbeeld 1) demilitarizering en ‘denazificering’ van Rusland, 2) verwijdering van alle kernraketten uit Wit-Rusland en opheffing van de gemeenschappelijke ‘regionale strijdkracht’, 3) volledige teruggave van de Krim, Donetsk, Loehansk, Cherson en Zaporizja, met inbegrip van de kerncentrale van Zaporizja, 4) schadevergoeding aan Oekraïne voor de vernietiging van gebouwen en mensenlevens, en aan het Westen voor de steun die het heeft moeten geven tegen de agressie, 5) teruggave van het tussen 1994 en 1996 weggehaalde Oekraïense kernarsenaal, en 6) erkenning van het Oekraïens als officiële taal in Rusland.
      Bij het Westerse openingsbod wil ik graag de verduidelijkende formulering toevoegen: ‘Kan sporen van satire bevatten.’ Laten we van het openingsbod van Lavrov hetzelfde hopen. 

Boudry en De Wever

     Maarten Boudry heeft een nieuw boek uit en dat werd voorgesteld in Antwerpen. Bart De Wever prees het boek en opende daarna, in de woorden van Boudry,

een spervuur van kritische vragen over de positieve rol die het christendom speelde bij de totstandkoming van de verlichting (volgens hem, niet volgens mij), de steile opmars van woke aan onze universiteiten en UGent in het bijzonder, en zijn geliefde conservatisme (Hij hoopte dat ik eindelijk uit de kast zou komen, maar ik had geen idee over welke kast hij het had).

     Dat De Wever het boek van Boudry prees, geloof ik graag. Ik woonde ooit incognito een bijeenkomst van N-VA bij en daar prees De Wever de boeken van Boudry ook áchter diens rug, net als die van Steven Pinker en die ‘van die Noor of Zweed, ik ben zijn naam vergeten.’ Die Noor of Zweed dacht ik toen, zou Norberg kunnen zijn, of misschien Hans Rosling. Het was blijkbaar Norberg.
    Maarten Boudry gelooft dat de Verlichting niet voortvloeit uit het Christendom, maar juist in verzet daartegen tot stand kwam. Zou het niet allebei kunnen zijn? Houdt juist dat verzet niet in dat er een gemeenschappelijke grondgebied is waarop de stijd kan worden uitgevochten.
     De Wever herkent in Boudry, zeer tot diens verlegenheid, een bepaald soort conservatisme. Zo absurd is dat niet. Het hangt ervan af hoe je de begrippen invult. Je kan bijvoorbeeld zeggen dat de polen van conservatief en progressief zijn opgeschoven. Veel van wat vroeger progressief was, wordt vandaag omarmd door de conservatieven, terwijl een deel van de zelfbenoemde progressieven zijn opgeschoven naar woke. Wie dus is blijven staan op het progressieve standpunt van 25 jaar geleden is in zekere zin conservatief geworden. Boudry mag die etikettering op goede gronden betwisten, maar dat is voor mij een semantische discussie in de marge.
    Er is een meer fundamentele reden voor rationalisten als Boudry om niet als een kuise Suzana terug te deinzen voor het etiket conservatief. Volgens Steven Pinker, waar Boudry terecht naar opkijkt,  is een bepaald soort conservatisme een onderdeel van de Verlichting, veeleer dan een tegenreactie erop. Hij denkt daarbij vooral aan Burke. En laat dat nu net het conservatisme van De Wever zijn. Ik zeg niet dat Pinker een Burkeaan is. Maar hij is ook geen ánti-Burkeaan*.  

** Denk ook aan die andere Burkeaan Friedrich Hayek, die de beroemde tekst schreef Why I Am Not A Conservative.

Wordt x.com gemanipuleerd?

     X.com is verworden, lees ik overal, tot een kanaal voor radicaal-rechts. Men bedoelt dan meestal dat radicaal-rechtse berichten niet meer worden gecensureerd of tegengehouden. Zoiets kan ik alleen goedkeuren vanaf mijn vaste plaats aan de zijlijn. Het zou iets anders zijn mocht Musk nu de radicaal-linkse berichten gaan censureren of tegenhouden, maar daar lees ik nooit iets over. Ik lees alleen dat die linksen en radicaal-linksen zichzelf censureren door weg te trekken van het platform.
     Een ding weet ik zeker: als er ooit bewijzen gevonden worden van manipulatie ten voordele van rechts en ten nadele van links, dan zal ik dat de dag erna lezen in een stuk van Dominique Deckmyn in De Standaard (25/3). Voorlopig echter  heeft hij nog geen smoking gun ontdekt. Wel heeft hij op de NYT drie getuigenissen gelezen die verontrustend zijn. Een ervan is van Anastasia Maria Loupis die zich benadeeld voelde door x.com. Een ongelukkige omstandigheid hierbij is dat mevrouw Loupis niet links is, maar radicaal-rechts, al heeft dat haar niet belet om kritiek te geven op Musk. Die is naar haar zin te toegeeflijk in de kwestie van visa voor hoogopgeleide buitenlanders. En nu zou mevrouw Loupis daarvoor gestraft zijn. Ze zag haar bereik van 150.000 lezers plots dalen naar minder dan 10.000.
      Deckmyn haalt aan dat Musk op zijn platform wel freedom of speech maar geen freedom of reach belooft. ‘Iedereen mag zijn zegje doen, maar x.com voelt zich niet verplicht om elke boodschap bij een zo groot mogelijk publiek te promoten.’  Dat vind ik overigens een gezond principe. Ongezond zou zijn als à la tête du client wordt ingegegrepen om bepaalde gebruikers een groter of kleiner bereik toe te kennen, of als er algoritmes gebruikt worden die met inhoudelijke criteria bepaalde boodschappen zichtbaarder of minder zichtbaar maken. Voorlopig is dat nog lang niet bewezen door drie getuigenissen in de NYT.
      Maar áls het bewezen wordt, zal Deckmyn niet nalaten om mij daarvan op de hoogte te stellen, en dan plaats ik ook een aanvalletje tegen Musk op x.com. Zo zal ik meteen zelf kunnen zien of mijn bereik van 150.000 lezers stand houdt.  

Ik voeg hier graag aan toe wat Paul Graham over de kwestie schrijft in zijn essay The Origins of Woke:

Twitter, dat misschien wel het centrum van woke was, werd opgekocht door Elon Musk om het te neutraliseren, en hij lijkt daarin te zijn geslaagd – en overigens niet door linkse gebruikers te censureren zoals Twitter vroeger rechtse gebruikers censureerde, maar juist zonder te censureren. [14] Consumenten hebben merken die zich te veel met woke inlieten, nadrukkelijk afgewezen. Het merk Bud Light is er misschien permanent door beschadigd. Ik ga niet beweren dat de tweede overwinning van Trump in 2024 een referendum was over woke; ik denk dat hij won, zoals presidentskandidaten altijd doen, omdat hij charismatischer was. Maar de afkeer van kiezers voor woke moet hebben geholpen.
Elon deed echter nog iets anders waardoor Twitter naar rechts kantelde: hij gaf meer zichtbaarheid aan betalende gebruikers. Betalende gebruikers leunen gemiddeld naar rechts, omdat mensen van uiterst links een hekel hebben aan Elon en hem geen geld willen geven. Elon wist vermoedelijk dat dit zou gebeuren. Aan de andere kant is het uiterst links zelf die
zich de das omdoet. Als ze dat wilden, zouden ze morgen Twitter weer naar links kunnen doen kantelen.