woensdag 25 februari 2026

BBP: een kanttekening, e.a.


BBP: een kanttekening

      Het boekje Over welvaart van onze premier heb ik nog niet gelezen, maar het zou raar moeten lopen als er nergens iets ongunstigs over het postmodernisme en het neoliberalisme wordt gezegd. Ik zal er mijn slaap niet voor laten. Wat het postmodernisme precies inhoudt weet ik niet, en wat het neoliberalisme inhoudt weet niemand. Voor links betekent het meestal niet meer dan dat de liberale principes ook op het economische domein worden toegepast, en dát zal wel de definitie van De Wever niet zijn. Marc Reynebeau (DS 25/2) verzekert mij ervan dat ik mij geen zorgen hoef te maken:

Hoezeer hij ook stelt het neoliberalisme te verfoeien, Bart De Wever lijkt nog in de ban te blijven van de sfeer waarin hij in de jaren 80 politiek opgroeide, die van de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher.

       Dat is een hele geruststelling.
     Minder geruststellend is de opmerking van Ive Marx (DS 24) dat van De Wevers humor in zijn recente essay niet zoveel te merken valt. Maar dat wist ik al. In zijn vorige essays Over Identiteit en Over Woke bleven de grappen ook achterwege. Marx maakt nog een andere kanttekening:

In De Wevers boekje vind je een grafiekje dat laat zien dat het bruto binnenlands product per inwoner in de Verenigde Staten sterker is gegroeid dan in de EU … Als je echter begint om te rekenen naar productiviteit per uur, dan wordt het verschil met de best presterende Europese landen – waaronder België – bijna volledig uitgewist. De enige reden waarom er een kloof per hoofd van de bevolking is, is simpelweg omdat we hier een pak minder uren werken. We nemen bijvoorbeeld meer vakantie op.

     Dat klopt natuurlijk. De Amerikanen nemen kortere lunchpauzes, werken langere uren, en klagen over de Europeanen die ‘altijd op vakantie zijn.’  Nu kun je bij die aantekening van Marx ook weer aantekeningen maken. De grafiek is bijvoorbeeld niet zozeer interessant omdat hij een kloof in productiviteit aantoont, maar omdat die kloof groter wordt. Dat is niet omdat de Amerikanen ondertussen nóg kortere lunchpauzes nemen, nóg langere uren werken en nóg minder op vakantie gaan. Het tegendeel is waar: ook de Amerikanen werken minder en minder, iets wat socioloog Charles Murray documenteert én betreurt in Coming Apart. Bovendien is het normaal dat in een vrijere economie meer plaats is voor sectoren met een lage productiviteit – hamburger restaurants – naast sectoren met een hoge productiviteit. Het is dat laatste wat De Wever wil aankaarten, en dat weet Marx ook wel. De rest van zijn betoog gaat over die ‘éne sector’ die verantwoordelijk is voor de ‘kloof’ namelijk de informatietechnologie.
     Dit gezegd zijnde blijft de kanttekening van Marx over het bbp interessant. We hebben het bbp-cijfer nodig als we willen spreken over welvaart, maar het is een erg ruwe benadering. De rijkdom van een rustig leven en veel vakantie wordt niet gemeten. En als we het bbp willen gebruiken om iets te bewijzen, moeten we dubbel oppassen. Een liberale uiteenzetting die een positief verband legt tussen vrije markt en bbp, moet er toch ook even de Gini-index bij halen om te zien of dat bbp een beetje redelijk verdeeld is. En een linkse* uiteenzetting die een positief verband legt tussen migratie en bbp moet minstens dat BBP per inwoner uitrekenen.
     Frédéric Bastiat heeft indertijd nog op een andere valstrik gewezen. Het moedwillig inslaan van een ruit en het laten herstellen ervan komt in het bbp terecht in dezelfde kolom als het maken van een nieuwe broek. Elchardus legde het op zijn manier uit:

 Of, om een actueel voorbeeld te nemen, wanneer een vrouw tijdens het joggen wordt aangerand, ernstig gewond raakt en medische verzorging nodig heeft, wordt dat als een bijdrage aan het bbp geregistreerd. 

      Cijfers, het blijft een moeilijke kwestie. Wie dat niet gelooft, kan best eens twee columns over migratie met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld een van Frank D’hanis (hier) en een van Mark Elchardus (hier). 

* Eventueel ook van links-libertarische zijde.


Frank D’hanis en Johan Sanctorum
     FB-vriend Frank D’hanis besluit zijn dagelijkse post met de melding: ‘Mijn schrijfwerk steunen? Dat kan via Buy-me-a-coffee.
 De vrijwilligheid van die steun is mij uitermate sympathiek. Andere scribenten die graag iets willen verdienen, beperken de toegang tot hun website of hun substack-pagina. Wie de volledige teksten wil lezen of toegang tot alle functionaliteiten wil, wordt verplicht om te betalen. Maar die scribenten behoren tot de neoliberale bent, waar D’hanis overduidelijk niet toe behoort. Of moet ik toch achterdochtiger zijn en wordt mij hier een verslavend product aangeboden waar later ik later harde valuta zal voor moeten betalen? D’hanis zelf waarschuwt voor zo’n vuile streken in zijn FB-post van 9 januari.

De AI-bedrijven zijn druk bezig om hun technologie te consolideren en er een cashkoe van te maken. Ik vind het vreemd dat daarbij niet vaker de metafoor van de drugdealer gebruikt wordt. Met beetjes en stukjes krijgen we gratis stalen AI toegespeeld, we worden afhankelijk en dan wordt de prijs opgedreven. Het business model is zo duidelijk als maar kan zijn.

     Het voorstel van D’hanis om zijn schrijfwerk te steunen door hem een koffie te betalen deed mij aan een gelijkaardig voorstel denken van een andere publicist: Johan Sanctorum. Zijn blogstukken eindigen altijd met de mededeling: ‘Vrijwillige bijdragen, om mijn pen van wat inkt te voorzien, zijn welkom.’
      Dat was, toen ik erover nadacht, niet de enige gelijkenis tussen de twee columnisten. Ze zijn allebei filosoof van opleiding, hebben overal een mening over, zijn niet vies van enige provocatie, kruiden hun morele verontwaardiging met een scheut satire, en schrijven uitdrukkelijk voor de eigen achterban, van wie de ene stevig links en de andere onverdund rechts is. Sanctorum is daarbij geloof ik de minst orthodoxe, want die kan mij ook wel eens langs links voorbijsteken. Hij lijkt beter te begrijpen dat sommige kwesties eigenlijk nogal ingewikkeld zijn, ook al moet je er eenvoudig over schrijven. Je denkt bij jezelf: die Sanctorum, il n’est pas dupe. D’hanis daarentegen leeft in een rechtlijniger universum en hij gelooft trouwhartig elke sociologische studie die zijn standpunt bevestigt.
    Een gelijkenis die ik niet verwacht had was de populistische inslag, die bij Sanctorum een grondtoon is, maar dus ook bij D’hanis occasioneel opduikt. Dat laatste zag je bijvoorbeeld toen er een rel ontstond naar aanleiding van de zwangerschap van Melissa Depraetere. De minister moest om medische redenen stoppen met werken terwijl haar ministerloon gewoon doorliep. Men kan zich makkelijk voorstellen hoe daar op de sjowsjels over geschreven werd. ‘Weer eentje die haar zakken vult.’ ‘Krapuul dat alleen aan zichzelf denkt.
 In de privé vlieg je eruit of krijg je een fractie van je loon.’ ‘De matras van de partij zit vol, hopelijk weet ze van wie het kind is.’ ‘Moet ze nu al platliggen? Onze grootmoeders werkten op het veld tot de vliezen braken.’ 
     De normale reactie van links is dan om zulke reacties streng te veroordelen als ‘anti-politiek’. Maar D’hanis tapte uit een ander vaatje, al kwam dat misschien ook omdat Zuhal Demir, zijn bête noire, het voor haar collega Depraetere had opgenomen.

“Boosaardige griezels” noemt Demir al die boze mensen online ... Maar ik geloof niet dat al deze mensen moreel corrupt of heel erg dom zijn … Morele helden moeten we er niet van maken maar misschien zijn ze zo anti-politiek omdat ze terecht het gevoel hebben dat die politiek hun belangen nooit eerst zet. Hoe winnen we die mensen terug?

     Een andere gelijkenis tussen Sanctorum en D’hanis, is dat ze mij nauwelijks tot tegenspraak prikkelen. Ik moet maar een column lezen van Ive Marx, waar ik het voor 75 procent mee eens ben,  en er valt mij van alles te binnen om te repliceren, vooral gedachten die al langer deel uitmaken van mijn monologue intérieur, maar die nu door dat Marx-stukje een kristallisatieproces doormaken. Maar als Sanctorum of D’hanis iets schrijven – of ik er nu akkoord mee ga of niet – valt er mij heel weinig te binnen. Ik kom niet veel verder dan: ja, die mensen denken nu eenmaal zo.
      En er is nog iets anders. Laatst schreef D’hanis een stukje waarin hij de democratische intenties van N-VA in twijfel trok. Bart De Wever en Joren Vermeersch hadden geschreven dat we iets konden leren van het economisch dynamisme van Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten, Darya Safai had het verzet van Reza Pahlevi tegen de Ayatollahs geprezen, en Michael Freylich had iets ten gunste van Israël gezegd. Daarop stelt D’hanis, geheel naar waarheid, dat Singapore en de Emiraten een autocratisch systeem hebben, dat de vader van Reza Pahlevi een dictator was, en dat Israël de mensenrechten schendt in Palestijns gebied. En hij concludeert dat die vier prominente N-VA’ers het in hun hoofd hadden gehaald om Singapore, de Emiraten, het Iran van de Sjah en de bezettingspolitiek van Israël te ‘lauweren als maatschappelijk-politieke voorbeelden om na te streven.’ Ik zou over die conclusie natuurlijk wel iéts kunnen zeggen, maar dat iéts kan iedereen zelf wel bedenken.
     De gelijkenis die mij nog het meeste treft is dat beide polemisten zo vlot schrijven. Daar ben ik als agony writer jaloers op. Ik ben uren bezig met een stukje aan elkaar te formuleren*, maar bij Sanctorum lijkt het alsof het proza in een geut uit de pen vloeit waar vrijwillige lezers de inkt voor betalen. Nu is elk vlot lezend stukje niet altijd vlot tot stand gekomen, maar bij D’hanis moet het echt wel zo in het werk gaan. De man heeft geloof ik les in het middelbaar. Toen ik nog les gaf, had ik tussen de lesvoorbereidingen en de verbeteringen voor niéts tijd. Alleen de vijf laatste jaren nam ik het wat rustiger, had ik tijd om pianolessen te volgen, begon ik wat vaker naar films op tv te kijken,  en kon ik een of twee keer per week week een stukje op mijn blog plaatsen.
     Nee, op zo’n vlotte pen ben ik jaloers. Als ik zoiets had, dan zou ik mijn stukjes hierboven in een uurtje bij elkaar geschreven hebben en had ik de rest van de dag vrij gehad. 

* Ik maak al een uur zoek om het verontrustende stukje van D’hanis terug te vinden waarin hij waarschuwt voor de AI-bedrijven die ons als drugdealers verslaafd maken aan hun gratis product waar ze later een opgedreven prijs voor zullen vragen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten