woensdag 8 april 2026

Respect voor zorgtaken, e.a.

Respect voor zorgtaken
  
   
 Een maand geleden was er veel discussie over de pensioenberekening voor vrouwen die thuis zorgtaken op zich namen. Vooral linkse vrouwen gingen heel breed in hun beschouwingen: het ging over de asociale regering, de betaalbare kinderopvang, en de mogelijkheid om vrouwen die thuis blijven een volwaardig zorgloon toe te kennen. Het leek om een centenkwestie te gaan, maar het was in werkelijkheid een vraag om het werk van vrouwen te respecteren.
     Ik vermoed dat die vraag om respect ook de diepere reden van veel egalitarisme is. Men maakt zich geen zorgen over de aandelenportefeuille van Elon Musk. Maar men kan de gedachte moeilijk verdragen dat die Musk zich misschien, vanwege die aandelenportefeuille, beter vindt dan zijn medemens. Het gaat om morele waarden. Het gaat om respect, de op één na hoogste waarde op de piramide van Maslow.
     Het heeft dan ook weinig zin om in discussies over een vrouwvriendelijke pensioenberekening alleen het argument van de betaalbaarheid boven te halen. Ikzelf trap altijd in die val. Eleonara Mingarelli slaagde er in een opiniestuk (DS 14/3) om die val te vermijden. Ze schreef:

De redenering dreigt een fundamenteel onderscheid over het hoofd te zien. Arbeid binnen het gezin is iets anders dan arbeid voor een werkgever. De eerste is ingebed in relaties van zorg, verplichting en genegenheid; de tweede functioneert binnen een logica van contracten, loon en productiviteit. We zorgen toch niet voor onze kinderen om dezelfde redenen waarom we gaan werken, laat staan met het oog op een toekomstig pensioen? … Een gezin functioneert niet op basis van pure berekening. Het is geen uitwisseling van diensten waarbij elke bijdrage precies kan worden gemeten en vergoed. Het gezinsleven volgt, alle tragische uitzonderingen ten spijt, een heel andere morele logica: die van vrijgevigheid, samenwerking en zorg.

     Dat zijn woorden van wijsheid. Je zou kunnen zeggen dat links in de discussie zonder het te beseffen de neoliberale logica overnam.
     Maar aangezien er op de harmonieuze gezinsrelatie ook heel wat ‘tragische uitzonderingen’ bestaan, van echtscheidingen tot vroegtijdig overlijden, zou kunnen overwogen worden om de pensioenrechten van een echtpaar samen te voegen zodat ze, in geval van nood, kunnen worden opgesplitst.


De geseksualiseerde non in films
     In de marge van de 
Sancta-controverse publiceert De Standaard (8/4) een stuk over films die kloosterzusters als seksuele wezens voorstelden: Story of a Cloistered Nun, The Nun and the Devil, Behind Convent Walls, Black Narcissus, Viridriana, Benedetta … Alleen de twee laatste films heb ik gezien. 
     Een titel die jammerlijk ontbreekt maar die begin de jaren 70 een groot succes was in Vlaamse bioscopen was De non en haar kind. Ik heb de film niet gezien, maar heb altijd bewondering gehad voor de marketeer die de Vlaamse naam bedacht heeft voor het belegen Spaanse melodrama  El derecho de nacer. Zowel de socialistische bakker als de pilaarbijtende verkoopster van lederwaren, die anders nooit naar de bioscoop gingen, wilden weten hoe dat zat met dat kind en met die non.
     Het stuk in de Standaard gaat ook in op The Devils (1971) van Ken Russell. Blijkbaar heeft de censuur toen een scène geschrapt over nonnen die zich collectief bevredigden op een levensgrote Christus aan het kruis. Zo’n censuur heeft een positieve kant. Mijn katholieke vader – der Raimund ist sehr fromm, zei zijn Zwabische hospita tijdens de oorlog – mijn katholieke vader dus was erg onder de indruk van die film. ‘Indrukwekkend,’ zei hij. Nochtans bevatte de film ook zo al veel choquerende scènes. Maar was de achteraf gecensureerde scène weerhouden gebleven, dan had hij daar anders over gedacht.


De serie waarin het huwelijk wordt gesloopt
     De recensie in De Standaard (8/4) over Something Very Bad Is Going to Happen heeft mij overtuigd: ik zal de serie een kans geven. Recensent Marijn Lems begint zijn commentaar met een gevoel dat ik ook ken:

 Soms zie je een serie die door andere critici zo verkeerd begrepen is, dat je hun ongelijk wel van de daken zou willen schreeuwen.

      Ja, dat gebeurt, ik heb dat ook wel eens voor, alhoewel ik toevallig over Something Very Bad enkele heel lovende recensies gelezen had, zoals die op Roger Ebert.com. Ook ben ik door Lems wat bang geworden want hij schrijft dat de reeks ‘heilige huisjes zoals het huwelijk sloopt tot er niets van overblijft’, terwijl ik hoop dat er van mijn eigen huwelijk binnen enkele jaren nog altijd iets zal overblijven. Lems schrijft ook dat

de metaforische nadruk ligt op het verborgen geweld dat vaak achter de huwelijken van onze ouders en grootouders schuilgaat.

     Van andere ouders en grootouders weet ik het niet, maar als het over de huwelijken van mijn ouders en grootouders gaat, hebben ze dat geweld inderdaad goed verborgen gehouden. Of misschien denkt Lems wel aan mijn generatie en mijn huwelijk, want ik heb de leeftijd bereikt dat ik best zijn vader zou kunnen zijn. Dát geweld heb ik zelfs voor mijzelf verborgen kunnen houden.
     Iets helemaal anders. Lems schrijft dat het ‘geniale’ van de reeks is dat ze lang ‘in het midden houdt of de angsten reëel of ireëel zijn.’ Maar daar is niets geniaals, of zelfs maar origineels, aan. Die langgerekte dubbelzinnigheid is een wezenskenmerk van wat de Fransen ‘le fantastique’ noemen, en waar een groot deel van het horror genre onder valt. Denk voor een klassiek voorbeeld aan Rosemary
s Baby. 


AI en de vrije markt
     Bedreigt AI de vrije markt? Dat is mogelijk, en wel op drie manieren. De eerste bedreiging is van fundamentele aard. We kunnen ons voorstellen dat AI op termijn de verhouding tussen productie, consumptie en investering efficiënter zou kunnen regelen dan de markt. Over die mogelijkheid is al gespeculeerd vóór AI bestond. Men sprak toen van een ‘supercomputer’. De tweede bedreiging is dat de grote techbedrijven samensmelten tot één monopolie en zo de hele markt corrumperen. Als je de huidige concurrentie ziet tussen de VS en China, en binnen de VS, denk ik niet dat dat snel zal gebeuren.
      De derde mogelijkheid is de meest indirecte maar ook de meest imminente: dat de paniek rond AI en de ingrijpende gevolgen die we mogen verwachten, wordt aangegrepen om de oude gedachte van een staatsgeleide economie te doen herleven. Het is de gedachte die ik haast dagelijks in De Standaard aantref. Vandaag nog (8/4) in het commentaarstuk van Hans Cottyn: ‘een doortastende overheid’, ‘regels en beperkingen’, ‘een sterke en vrije democratie die de arbeidsmarkt regelt, de ongelijkheid beteugelt en de winsten doet terugvloeien naar werknemers en gemeenschap.’
     Dat technologische vooruitgang en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe reguleringen vergen is overigens evident. Anderzijds schept de nieuwe technologie misschien ook de mogelijkheid om oude reguleringen af te bouwen. We kennen de toekomst niet, maar als AI ertoe zou leiden dat nog slechts een minderheid van de bevolking nuttig productief werk kan leveren, dan wordt een universeel basisinkomen een noodzakelijke maatregel -- die veel bestaande welvaartstaatsbureaucratie overbodig kan maken.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten