Drones
Als het over drones of UFO’s in ons luchtruim gaat, schakelt mijn brein automatisch over op sceptische modus. Ik was sceptisch toen een half jaar geleden drones werden waargenomen boven onze kazernes. Nu ben ik ben sceptisch als in Pano* beweerd wordt dat er geen bewijzen zijn van directe Russische betrokkenheid. Die bewijzen waren er niet, zijn er niet, en zullen er vermoedelijk nooit komen. Maar afwezigheid van bewijs is in dit geval geen bewijs van afwezigheid. Theo Francken had gelijk toen hij zei dat Rusland dergelijke destabilisatie niet schuwt, en de veiligheidsdiensten hadden gelijk dat ze de Russische piste zo goed en zo kwaad als het kan onderzochten.
Een bepaald soort links heeft bezwaren tegen elke verhoging van de defensie-uitgaven. Dat geld moet naar de sociale zekerheid gaan. Fair enough. Maar het is meestal hetzelfde soort links dat vindt dat we voor onze militaire bescherming niet meer op de VS moeten rekenen. Die twee standpunten kunnen alleen verzoend worden met een stevige overtuiging dat Europa niets te vrezen heeft van Rusland, of dat die dreiging met een dosis goodwill-diplomatie kan worden afgewend.
Dat werpt ook een ander licht op wat op het eerste gezicht een academische discussie lijkt: hoe moeten we de aanloop naar de oorlog in Oekraïne interpreteren? Radicaal rechts en een bepaald soort links gelooft dat Rusland tot oorlog gedwongen werd doordat het Westen een agressieve diplomatie hanteerde (‘de uitbreiding van de Nato’) en doordat het het slechte voorbeeld gaf (‘agressie tegen Servië en Libië’) . Met die laatste redenering kan goed worden beargumenteerd dat een versterkte defensie met onder andere drones niet nodig is. Het volstaat dat Europa niet langer een agressieve diplomatie hanteert, dan zal Rusland niet meer gedwongen worden om oorlog te voeren.
* Voor een samenvatting van de kritiek in Pano, zie het artikel op vrt.nws (hier). Voor kritiek op dat artikel: zie de commentaar van Erwin Ureel op zijn FB-pagina, plus de commentaren eronder (hier). Voor een antwoord van Defensie, zie hier.
Links-liberaal en sociaal-liberaal
De Standaard van 15 april levert voorbeelden van zowel de links-liberale als de sociaal-liberale kant van de krant. Het commentaar van Bart Brinckman is typisch links-liberaal: de vakbonden bij de Bpost moeten zich leren aanpassen aan de gewijzigde economische situatie. Andere dienstverlening – van brieven naar pakjes – brengt andere werkuren mee. Jammer voor de postbodes die gewend waren geraakt aan de vroege uren, waardoor ze konden bijklussen en tijd hadden voor allerlei hobby’s. De economische logica moet worden gerespecteerd. Dat is de links-liberale kant want die is economisch liberaal.
Op pagina 6 komt dan de sociaal-liberale kant naar boven: een groot stuk over de uitgebuite kleinverdieners, met emotionele getuigenissen van een poetshulp, een weinig betrouwbare vakbondsbevraging, en een kop die suggereert dat poetshulpen nu dubbel zo hard werken als een jaar geleden. ‘We doen nu evenveel in vier uur als vroeger in acht uur.’ Ondertussen geloof ik best dat de werkdruk voor poetshulpen gemiddeld verhoogd is. Een van de beschreven mechanismen lijkt mij geloofwaardig. Doordat de dienstencheques duurder worden, verandert het klantenbestand: minder gepensioneerden en meer tweeverdieners. Die tweede groep stelt hogere eisen dan de eerste groep.
Fatische functie van taal
In de lessen over taalkunde zei ik ook snel iets over de ‘fatische’ functie van de taal: spreken om te spreken, om het communicatiekanaal open te houden, om jezelf en anderen gerust te stellen, om te bewijzen dat je bereid bent te luisteren als wederdienst omdat de andere ook bereid is om naar jou te luisteren. Had Freek Van de Velde toen al zijn column gepubliceerd ‘Praatziek zijn is gezond’ (DS 13/4), dan had ik die zeker in de les gebruikt. Van de Velde legt uit dat taal niet zo goed werkt om informatie over te brengen.
Als je weleens vanop afstand, door de telefoon, hebt moeten uitleggen hoe je een radiator ontlucht, het oliepeil checkt van een auto, of een papieren hoedje vouwt, dan weet je dat zoiets een uiterst frustrerende activiteit is.
En dan moet je dat eens proberen in een vreemde taal! Sommige handboeken voor Frans en Engels wilden warempel dat leerlingen instructies konden geven in een vreemde taal, iets wat hun leraren zelf amper konden. Het communicatieve taalonderwijs slaagde erin om de lat tegelijkertijd te hoog en te laag te leggen.
Ik had de column van Van de Velde ook kunnen gebruiken in andere hoofdstukjes: over het ontstaan van taal, en over het verschil tussen dieren- en mensentaal. Onze taal, schrijft Van de Velde
lijkt minder op de waarschuwingskreten van apen dan op een andere activiteit die je bij onze naaste biologische verwanten kunt waarnemen: ze vlooien elkaar. Bij een haarloze soort als de mens is dat lastiger. Dan maar de sociale banden aanhalen door gezellig te beppen.
Sociale ongelijkheid
Ik lees een kop in De Standaard (11/4): ‘Hoe meer sociale ongelijkheid, hoe onbeschofter de mens op sociale media’. Het stuk verwijst naar een ‘studie’. Hoe groot is de kans dat die studie wetenschappelijk iets waard is?
Heden en toekomst van AI
Dominique Deckmyn (DS 11/4) is niet te spreken over het ‘economisch plan’ van het Amerikaanse tech-bedrijf OpenAI.
‘Het komt er dus op neer,’ schrijft hij, ‘dat de overheid de zaar verlieslatende AI-industrie de komen jaren recht houdt met massale investeringen.’
Hoe zit het nu? Lijdt de AI-industrie zwaar verlies, of worden daar, zoals ik elders lees, ‘superwinsten’ gemaakt? Verder wil Deckmyn vooral niet dat Big Tech zomaar AI ontwikkelt zonder toelating van de overheid.
Maar de mogelijkheid dat de gemeenschap zou kunnen kiezen voor geen (of minder) AI, of dat die trager wordt ingevoerd, komt daarentegen bij OpenAI niet op.
Ja, nee, natuurlijk komt die gedachte bij OpenAI niet op. Ik vind het zelf ook een rare gedachte: een ‘gemeenschap’ die zou kunnen kiezen voor het niet of minder snel invoeren van treinen, televisies, internet, gsm’s, of AI. Of nog een rare gedachte: dat de ‘gemeenschap’ in China wel zou beslissen om snel AI in te voeren, maar dat de ‘gemeenschap’ in Europa zou beslissen om daar niet aan mee te doen.
Een beetje verder in de krant staat een groot interview met AI-experte Marietje Schaake, die warm en koud blaast. Europa moet een inspanning doen om AI sneller te ontwikkelen (‘bouwen, bouwen, bouwen’) maar tegelijk moet de staat zijn rol spelen, hoewel ook weer niet te veel, want dan ga je China en de VS achterna.
Wellicht zijn al die nuances noodzakelijk. Maar over haar uitgangspunt ben ik sceptisch: ‘In de race om AI denkt niemand meer na over hoe de finishlijn eruitziet,’ zegt ze. Maar dat is eigen aan een open economie: dat die finish-lijn niet wordt vastgelegd in een vooraf bepaald plan. Noch de bedrijven, noch de overheid weten hoe de finish-lijn er zal uitzien. Ze gaan allebei tewerk volgens het principe van ‘piecemeal engineering’, met een toekomstvisie die voortdurend wordt aangepast.
Kinderen en de sociale media
Ik heb al vaker geschreven dat ik de sociale media voor kinderen een slechte zaak vind, en daarom voorstander ben van een verbod. Voor Vlaanderen is er nu een verbod voor kinderen tot 13 jaar. Voor mij, en voor Koen Vidal (DS 16/4) mag dat gerust nog wat strenger. Twee bedenkingen bij het commentaar van Vidal. Hij framet de kwestie wel heel erg tégen Big Tech.
Veel ouders merken dat ze moeten opboksen tegen oppermachtige techbedrijven techbedrijven die topneurologen inhuren om via allerlei geraffineerde technieken zo veel mogelijk beslag te leggen op de speeltijd van hun kinderen.
Zo heb ik dat nooit ervaren. Toen mijn zoon 16 was, was er weinig dat hij liever deed dan videogames als Grand Theft Auto en Fifa spelen. Na enkele uren achter het scherm vertoonde hij dan ontnuchteringsverschijnselen die mij ongerust maakten. Daar moest, vond ik, worden ingegrepen. Maar was dat nu opbotsen tegen mijn zoon, tegen mijn eigen laksheid, of tegen de boosaardige firma’s die hun spelletjes altijd maar aantrekkelijker maakten?
Een tweede bedenking is deze. Vidal verwijst naar het boek van Jonathan Haidt: Generatie angststoornissen en noemt dat een ‘wetenschappelijke’ beschrijving van wat miljoenen ouders op microniveau voor hun ogen zien gebeuren. Dat boek van Haidt is een degelijk boek, een invloedrijk boek, een onderbouwd boek. Het is een boek dat dringend nodig was. Maar het is geloof ik verkeerd om het ‘wetenschappelijk’ te noemen. Het is alsof ik zou schrijven dat Maarten Boudry in zijn laatste boek ‘wetenschappelijk’ beschrijft hoe de Verlichting verraden wordt.
Nogmaals de pensioenkwestie
Als het over pensioenen gaat, citeert De Standaard graag PVDA-specialist Kim De Witte. Dat is een beetje alsof men telkens als het over migratie gaat de specialist van Vlaams Belang zou citeren. Ik beweer niet dat Kim De Witte zijn cijfers niet kent, of niets zinnigs beweert, maar dat gaat ook op voor een Vlaams Belang-specialist die over migratie praat.
De twee laatste artikels in De Standaard (14 en 16/4) zijn overigens niet eenzijdig. Het uitgangspunt is de studie van het Planbureau, en daarover mogen zowel de PVDA als het kabinet-Jambon hun mening geven. Het planbureau beweert dat de hervorming ertoe zal leiden dat de ongelijkheid tussen de pensioenen zal toenemen. Ik heb er lang over gediscussieerd met Grok en we zijn het niet helemaal eens geraakt. Grok is koppig, en ik ook. Maar we zijn het erover eens dat de laagste pensioenen het zwaarst getroffen worden door de malus-regeling en door de strengere loopbaanvoorwaarden. Die lage pensioenen ontstaan immers in de eerste plaats bij deeltijds werk, onderbroken loopbanen (zorg, ziekte, werkloosheid), lagere start of vervroegde pensionering.
Ik heb in elk geval begrepen dat de pensioen in het algemeen dalen tegen 2070: -15,2 procent voor ambtenaren, -7,2 % voor werknemers, en -3,2 % voor zelfstandigen. Door die besparingen en door de langere loopbanen zouden de pensioenkosten dalen met 33 % ten opzichte van de situatie zonder hervorming.

"Een bepaald soort links" is nogal omfloerst omschreven, zo vind ik. Valt onder "een bepaald soort rechts" elkeen die in deze drones-zaak Francken steunt? Van tscheldt tot N-VA-er Ceder, Doorbraak, Bouchez, tja tot wie niet eigenlijk van de N-VA aanhang?
BeantwoordenVerwijderen