‘The Washington Post,’ schrijft De Standaard (6/5), ‘krijgt de Pulitzerprijs voor kritische berichtgeving over Trump.’ Toen de WP werd overgenomen door Bezos las je her en der dat het een Trump-krant zou worden. Ik heb toen geloof ik voorspeld dat de krant, ook na de overname, Trump-kritisch zou blijven.
Is er dan geen probleem met het vrije woord onder Trump? Toch wel, maar het is belangrijk dat dat juist omschreven wordt, in plaats van dat in algemene termen gesproken wordt over ‘de persvrijheid die enorm onder druk staat.’ Marjorie Miller, die aan het hoofd staat van de organisatie die de jaarlijkse Pullitzerprijzen toekent, vat de bedreigingen nuchter samen:
(1) de rauwheid van het politieke debat;
(2) de beperkte toegang van de media tot het Witte Huis en het Pentagon;
(3) de repressie tegen betogingen;
(4) de rechtszaken tegen kranten en televisiezenders voor ‘smaad en kwaadwilligheid.’
Dat zijn allemaal grensgevallen. Nergens wordt hier, zoals vaak in Europa, het principe zelf van de vrije mening gecontesteerd. Maar naast principes, moeten we ook rekening houden, schrijft Karel van het Reve, met ‘gevoel voor proporties, smaak, fatsoen en redelijkheid.’ Je zou haast denken dat Karel die woorden destijds geschreven heeft met Trump in het achterhoofd. Maar in 1954 was de barbaar amper 8 jaar oud.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten