woensdag 18 februari 2026

Ongelijkheid in de VS: grafieken

          Hoe groot is de ongelijkheid eigenlijk die links zo graag wil bestrijden? In ons land is die vrij klein. Je kunt dat meten met een wiskundige formule die de zogenaamde Gini-index als resultaat heeft. Wij hebben een Gini-index van 0,25, waarmee we bij de top-5 van meest gelijke landen behoren. De VS hebben een Gini-index van 0,40, een van de hoogste ongelijkheidsmetingen van de rijke landen. Maar voor een leek is het moeilijk om zich iets voor te stellen bij een wiskundige formule. Wij houden meer van begrippen als de ‘1 percent’ en de ‘bottom 50 percent’.
    In wat volgt, gaat het alleen over de VS, waarvan ik, met de hulp van Gemini, gemakkelijker aan cijfers kan komen. Laten we beginnen met een eenvoudige grafiek: de evolutie van de besteedbare inkomens van de laatste 50 jaar. (De grafieken worden duidelijker als men er op klikt.) 

Evolutie van inkomens in de VS


      Dat is een erg alarmerende voorstelling. Je kunt die wat verzachten door het mediaan inkomen te kiezen in plaats van de Bottom-50. Of je kunt die wat verscherpen door de Top-0,1 en de Bottom-10 te kiezen, maar dan is die laatste lijn nog nauwelijks zichtbaar omdat ze ongeveer samenvalt met de x-as. In elk geval valt duidelijk af te lezen dat de ‘kloof’ tussen arm en rijk groter wordt, al is het ook weer niet zo dat ‘de armen armer worden’ - hun inkomen stijgt, maar slechts héél traag.
       Eigenlijk is het cijfermatige eindresultaat van de evolutie ook weer niet zo verwonderlijk. Een gezin uit de Top-1 heeft een inkomen dat dertig keer groter is dan het mediane gezinsinkomen. Hadden we iets anders verwacht? De gemiddelde egalitarist is er, geloof ik, van overtuigd dat de Amerikaanse Top-1 niet dertig maar ‘duizend-miljoen-miljard’* keer meer verdient dan de rest van de inwoners. Ik word het niet moe om het mopje van Hendrik Vos telkens opnieuw te gebruiken.
     De lijngrafiek heeft het voordeel dat ze de evolutie over de tijd kan weergeven. Maar het nadeel voor mij is dat ik die makkelijk verwar met een weergave van de actuele toestand. Dan ben ik geneigd om het volledige gebied tussen de twee lijnen te zien als ‘het deel van de koek’ dat door de rijken wordt opgeslokt. Daarom ga ik hieronder over op taartgrafieken.
     Ik kijk eerst even naar de vermogensongelijkheid.

Ongelijkheid in vermogen



       Hier hebben we alweer een alarmerende voorstelling van zaken. De Bottom-10 kun je op de grafiek niet eens weergeven omdat ze meer schulden dan bezittingen hebben. De Top-0,1 alleen al heeft 7 keer meer dan de Bottom-50. Of om het nog spectaculairder te stellen: één gezin uit de Top-01 heeft 2500 keer meer dan een gezin uit de Bottom-50. Anderzijds, toen ik begon les te geven, zullen er ongetwijfeld ook collega’s geweest zijn met een vermogen dat 2500 keer groter was dan het onze: het verschil tussen een afbetaald huis en een huis met een hoge hypotheeklening. Ook moeten we beseffen dat een groot deel van die rijkdom van de Top-0,1, de Top-1 en de Top-10 niet bestaat uit auto’s en huizen en computers, maar uit aandelen in bedrijven die auto’s en huizen en computers produceren.
     Dat brengt ons bij de consumptie-ongelijkheid. Het klopt dat de Top-0,1 meer en betere huizen, auto’s en computers heeft dan de doorsneeburger, maar hier is het verschil véél, véél kleiner.

Ongelijkheid in consumptie



          Met de consumptie als graadmeter blijft de ongelijkheid bestaan. De Bottom-10 krijgt maar 60 procent van waar ze recht zou op hebben bij een volmaakt gelijke verdeling en de Top-1 krijgt gemiddeld 8 keer te veel. Alleen de 40 procent tussen de Top-10 en de Bottom-50 (het okergele segment) krijgt gemiddeld een aandeel dat aan de egalitaire principes beantwoordt.
      Ik geef toe dat de strikt egalitaire verdeling, en de afwijkingen ervan, mij niet zo bezighouden. Wel zou de consumptie-ongelijkheid, vind ik, een interessante invalshoek moeten zijn voor wie graag herverdeelt. In laatste instantie is het immers de consumptie die moet herverdeeld worden. Het is de luxe-jacht van Bezos die de ogen uitsteekt. Maar die luxe-jacht zit dus in in dat kleine donkerblauwe segment, waarvan iedereen zal inzien dat het niet volstaat om alle sociale noden te lenigen. De liberaal in mij zal dan voor de zoveelste keer aanhalen dat het beter is om een grotere taart te bakken dan om de taart te herverdelen.
     Voor wie vindt dat een taartdiagram met de samengevoegde grootheden van de taartdiagram de consumptie-ongelijkheid onvoldoende illustreert heb ik ook nog een blokdiagram besteld, waaruit blijkt dat een gezin uit de Top-1 negentien keer zoveel consumeert als een gezin uit de bottom-10. Wie de ongelijkheid grafisch liever nóg groter voorstelt, moet de consumptiecijfers nemen van de Top-0,1. Maar dan zou je voor de grafiek een logaritmische schaal moeten gebruiken.


Ongelijkheid in consumptie tussen twee gezinnen








1. Vermogensongelijkheid (Wealth)

 

Vermogen omvat bezittingen zoals huizen, aandelen en pensioenrekeningen minus schulden.

 

Categorie

Aandeel in totaal vermogen

Top 0,1%

~14%

99% - 99,9%

~16%

90% - 99%

~37%

50% - 90%

~28%

10% - 50%

~5%

Armste 10%

<0% (Netto schuld)

 

 

Zonder uitsplitsing van de armste 10 %

 

Categorie

Aandeel in totaal vermogen

Top 0,1%

~14,5%

99% - 99,9%

~16,5%

90% - 99%

~37%

50% - 90%

~30,5%

Armste 50 %

~5%

 

2. Inkomen vóór belastingen en transfers (Pre-tax Income)

Dit is het "marktinkomen" (salaris, dividenden, rente) voordat de overheid ingrijpt via belastingen of sociale uitkeringen.

 

Categorie

Aandeel in inkomen (Pre-tax)

Top 0,1%

~10%

99% - 99,9%

~9%

90% - 99%

~28%

50% - 90%

~36%

10% - 50%

~15%

Armste 10%

~2%

 

 

3. Inkomen ná belastingen en transfers (Post-tax Income)

Dit toont het effect van herverdeling (zoals de inkomstenbelasting en programma's als SNAP of Social Security). 

 

Categorie

Aandeel in inkomen (Post-tax)

Top 0,1%

~8%

99% - 99,9%

~8%

90% - 99%

~25%

50% - 90%

~36%

10% - 50%

~19%

Armste 10%

~4%

 

4. Consumptie-ongelijkheid (Consumption)

De ‘consumptie’ omvat alle uitgaven aan wonen, voedsel, vervoer, zorg, entertainment en kleding.

Huishoudens met lage inkomens geven vaak meer uitgeven dan ze verdienen (via leningen of spaargeld) en de allerrijksten consumeren slechts een fractie van hun inkomen.

 

Categorie

Aandeel in totale consumptie

Top 0,1%

~3%

99% - 99,9%

~5%

90% - 99%

~17%

50% - 90%

~39%

10% - 50%

~30%

Armste 10%

~6%

 

Mediaan gezin armste 10%: Consumeert jaarlijks ongeveer $28.500.

Mediaan gezin top 1%: Consumeert jaarlijks ongeveer $550.000.

 

4 opmerkingen:

  1. Het grote verschil in inkomen en bezit is een neveneffect van de mogelijkheid dat iedereen meer mag/kan verdienen, en daarom gaat zonder twijfel iedereen erop vooruit (voor sommigen met sociale hulp weliswaar). Dat is de kracht van vrijheid, zonder twijfel superieur aan elk ander systeem.

    Het probleem zit 'm ergens anders, twee problemen eigenlijk:
    - rijkdom vergaren is onderhevig aan het sneeuwbaleffect (bekend onder meerdere namem, ook wel netwerkeffect). Kort gezegd, veel geld hebben maakt het makkelijker om veel geld bij te verdienen met weinig directe materiële toegevoegde waarde door de eigenaar van dat geld.
    - veel geld hebben resulteert in veel macht. Wetten worden gelobbied, daarom kunnen superrijken dingen doen die niet maatschappelijk gedragen worden maar niet onwettig zijn. Of wel onwettig zijn maar nooit vervolgd worden.

    Er is een derde element, grote rijkdomsverschillen kunnen zowel bewondering opwekken als men meent dat het verdiend is, maar ook zorgen voor sociale onrust. Dat is de menselijke natuur, en daar moet rekening mee gehouden worden, wij wonen niet in een abstract universum, maar in de mensenwereld.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bijkomende uitleg:
      Rijkdom vergaren is zowel een positive-sum game, en soms weldegelijk een zero-sum game.
      Positive-sum, de ene kan rijker worden, en de andere ook. Beiden gaan erop vooruit.
      Maar er zijn situaties waar de ene dingen doet/verwerft, en daarmee de mogelijkheden van de andere beknot, of afneemt. Een rijke kan de markt naar zijn hand zetten, monopolies etableren, hele grondgebieden, straten, eilanden of plaats in satellietbanen opkopen, een ander kan dat niet meer en moet vaak meer betalen.

      Van beide situaties zijn er talloze voorbeelden. De vrije markt kan gecompromiteerd worden door grote rijkdomsverschillen. Grote rijkdomsverschillen brengen nogal eens het level-playing field uit balans.

      Daarom dat ik grote aanhanger ben van de gereguleerde vrije markt en de vrije democratie. Dat gaat met vallen en voortdurend terug opstaan, zoals de natuur zelf. Geen probleem, de aard van ons bestaan. Niet enkel van the human condition, but the condition of existence itself.

      Verwijderen
    2. Is het niet zo dat het sneeuwbaleffect voortkomt uit de investering van verworven rijkdom, en dat die investering wel voor toegevoegde waarde zorgt?

      Verwijderen
    3. Ja, dat is in veel gevallen zo, maar in andere gevallen niet.
      Als je over de vrije markt spreekt bestaat er geen black and white (dat geldt voor de meeste dingen in het leven).

      Er bestaan ingewikkelde manieren om op de beurs te speculeren, zelfs om veel geld te verdienen door bedrijven het faillissement in te drijven. Als je veel geld hebt kan je aan gesofisticeerde vormen van belastingontwijking doen die een gemiddeld persoon niet kan. Dus je wordt rijker, en anderen verliezen omdat hun belasting wel hoog blijft, of moet verhoogd worden.

      Regulering van de vrije markt is er op gericht die markt vrij te houden, de vrije competitie maximaal te behouden. Zelfs millieumaatregelen bieden in principe iedereen dezelfde baseline aan.

      Als ik uw - misschien zo niet bedoelde - gedachtegang doortrek, dan kan je ook maffia en drughandel verdedigen, zij hebben ook een positief effect op de economie, in sommige streken zijn ze de basis van de broodwinning.

      Dat gezegd zijnde is het niet altijd duidelijk wat het effect van marktinitiatieven en regulering gaat zijn. Vallen en opstaan. Trial and error. Niks mis mee. Nieuwe producten en services ontstaan, veranderen, verdwijnen of worden gereguleerd. Zo maken we vooruitgang, stap per stap.

      P.S.de evolutie van het leven werkt op deze manier al miljarden jaren. Ook de mensheid kan geen vast plan uitwerken. De grote fout van de communistische leer, maar ook van eenzijdig liberalisme dat alle regulering en democratische beslissingen afwijst als verhinderingen.

      Verwijderen