Robert Duval (1931-2026)
‘Robert Duval is dood,’ zei mijn vrouw. Normaal vraag ik dan hoe oud hij geworden is. Maar dit keer had ik mijn mening daarover al gevormd. ‘Die moet al heel oud geweest zijn. In To Kill a Mockingbird was hij al niet meer van de jongste en die film is van ’62.’
Iedere filmliefhebber zal geloof ik, na enig nadenken en zonder het op te zoeken, tien films met Duval kunnen opsommen, meestal in een of andere opvallende bijrol. In mijn lijst van tien zou ongetwijfeld de tv-film Stalin (1982) voorkomen. Duval speelde daarin de Russische dictator. Goed, hij geleek fysiek niet zo goed op Stalin, maar dan moet je weten dat in die film de rol van Lenin werd gespeeld door Maximilian Shell en de rol van Boecharin door Jeroen Krabbé. Dat is natuurlijk allemaal niet zo erg als wat we in Death of Stalin (2017) zagen. Daarin werd de rol van Chroestjov gespeeld door Steve Buscemi. Nu vraag ik je. Trouwens, nu we het toch over Russen hebben, Duval speelde ook de rol van een Russische generaal in de tv-film Hemingway and Gehlhorn (2012). Hij wilde met Martha Gelhorn naar bed en maakte daarover ruzie met de beroemde schrijver.
Duvals naam zal altijd verbonden blijven met zijn rol als Killgore in Apocalypse Now (1979) en als Tom Hagen in The Godfather (1972). In die eerste film levert hij de quote ‘I love the smell of napalm in the morning.’ Daar kan niets tegenop. In The Godfather zijn zijn uitspraken minder memorabel. Hij komt hij niet veel verder dan het kille ‘Mr. Corleone never asks a second favor once he’s refused the first.’ Iedereen zal toegeven dat de film tientallen quotes bevat die meer indruk maken.
Hoer!
Dagelijks zie ik op FB enkele tekeningen van Peter van Straaten voorbijkomen waarop iemand iets grappigs zegt. Die grap kun je meestal niet navertellen, al heeft Karel van het Reve dat wel eens geprobeerd. Nu zag ik er gisteren een die ik wel kan navertellen. Een meneer staat op straat, kijkt boos naar een raamprostituee en roept luid: ‘Hoer!’. De grap zit in de overtreding van de communicatieregels. Sommige woorden gebruik je alleen om iemand uit te schelden die niét beantwoordt aan het scheldwoord dat je hem toeslingert. Je kunt Mussolini niet uitschelden voor ‘fascist’ of Hitler voor ‘nazi’. Er bestaan wel uitzonderingen. Je kunt bijvoorbeeld Raoul Hedebouw uitschelden voor ‘communist’. Hij zal niet ontkennen dat hij dat is, maar hij hoort het niet graag.
Hendrik Vos en het protectionisme
Het loont de moeite om het opiniestuk van Marc Reynebeau (DS 28/1) over Mercosur* te leggen naast het stuk van Hendrik Vos over het industrieel beleid (DS 17/2). Men merkt het verschil tussen een linkse populist als Reynebeau en een linkse liberaal als Vos, weliswaar een héél linkse liberaal. Politiek lopen de standpunten gelijk: de economie moet streng geregeld worden door de overheid om de consument en het klimaat te beschermen, en het beleid moet de vraag uit industriële kringen voor goedkope fossiele energie naast zich neerleggen. Maar er zijn verschillen in de ideologie. Bij Reynbeau overheerst het chagrijnige afgunstsocialisme, de haunting fear dat er ergens kapitalisten zouden zijn die superwinsten maken. Dat wordt meestal gekruid met verwijzingen naar grauwe 19de-eeuwse toestanden, is het Daens niet, dan is het wel Het gezin Van Paemel.
Vos begint ook met een verwijzing naar het grauwe verleden, meer bepaald naar zijn vader die in een papierfabriek werkte, en die in de jaren 70 zijn baan verloor. Maar Vos wil met dat voorbeeld laten zien dat de fabrieksluitingen van de jaren 70 – in papier, staal, textiel en mijnbouw – niet noodzakelijke tot een sociaal-economische ramp moesten leiden. En dat het beleid van de overheid om die sectoren te ‘redden’ alleen geleid hebben tot ‘zombie-achtige reanimaties’. Zo ook moet vandaag de overheid niet tussenkomen om oude energiebronnen te reanimeren, maar om de innovatie bevorderen in de richting van hernieuwbare energie. Vos verzekert ons terloops dat het geluid van windmolens, in tegenstelling tot wat Trump beweert, geen kanker veroorzaakt. ‘Niemand twijfelt eraan dat de toekomst ligt in de hernieuwbare energie,’ besluit hij.
Vos bepleit hier een typisch liberaal vooruitgangsoptimisme. Maar los van de wetenschappelijk-technische vraag hoeveel we moeten verwachten van zonne- en windenergie, zijn er ook vanuit liberaal standpunt twee kanttekeningen te maken. Ten eerste is de prijs van fossiele brandstof zo onnatuurlijk hoog juist vanwege overheidsingrijpen met taksen, en ten tweede is het niet wijs als de overheid het tempo van een innovatie wil bepalen, noch door die te vertragen met subsidies in zombie-sectoren, noch door die te versnellen met dwingende regulaties. Zelfs áls we moeten overschakelen van petroleum en gas naar wind en zon, is het niet aan de overheid om het marstempo daarvan te bepalen. Een geforceerd marstempo kan misschien met ecologische of geopolitieke redenen worden verantwoord, maar niet met economische.
* Zie mijn stukje hier.

'chagrijn' en 'haunting fear'?
BeantwoordenVerwijderenWerkelijk, gebruikt Reynebeau die termen?
Zo moet ook destijds Woeste, conservatief en anti-socialist hebben geklonken. Echte liberalen wisten gelukkig toen al beter!
Niet Reynebeau gebruikt die woorden, maar ik. Het is een op mijn beurt wat chagrijnige samenvatting van wat ik in een vorig stukje schreef over het onderwerp. Zie de link in voetnoot.
VerwijderenZover was ik mee hoor. Toegegeven, toch wat chagrijnig van mij.
BeantwoordenVerwijderen