Over het rumoerige debat op De Afspraak tussen Bart Schols en Soundos El Ahmadi heb ik tot nu toe mijn mond gehouden. Het debat had ik niet gezien, en over de reactie van Schols had ik niet veel te melden. Schols had op de sociale media geschreven:
Ik besef nu dat je je als witte man blijkbaar niet zomaar in eender welke discussie kan mengen. Dankjewel daarvoor.
Men verweet Schols dat hij de uitval van El Ahmadi verkeerd weergaf. Ze had gezegd dat hij als ‘man’ moest zwijgen over de onveiligheid van vrouwen, en Schols had daar ‘witte man’ van gemaakt. Anderen verweten Schols dat hij als een wokie aan zelfbeschuldiging had gedaan. Who cares?
Maar bij Christophe Vekeman las ik iets interessants:
Ik ga nu even voorbij aan de weinig doeltreffende ironie die Schols hier waarschijnlijk gebruikte, en aan het wat zure zelfmedelijden dat sprak uit de door hem gebezigde woorden. Dat laat ik hier even buiten beschouwing, zeg ik, want los daarvan sluit de door hem geformuleerde vaststelling wel degelijk aan bij wat sommigen wérkelijk blijken te menen.
Dat was twee keer de waarheid. Velen menen wérkelijk dat er discussies zijn waar een ‘witte’ man zich niet zomaar in kan mengen. En Schols zijn uitspraak was waarschijnlijk ‘ironisch’ - in de meer algemene zin van het woord. Maar aangezien die ironie hier ‘zuur’ en ‘zelfmedelijdend’ is, kunnen we in technische termen beter van ‘sarcasme’ spreken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten