woensdag 25 maart 2026

Reynebeau en de kemel van BDW, e.a.


       Marc Reynebeau heeft zijn bijdrage geleverd aan de discussie rond Cofnas. In tegenstelling tot de meeste bijdragen over dat onderwerp begint hij met een tirade tegen Bart De Wever en N-VA. Ik vermoed dat die obligate omweg langs N-VA begonnen is als een weddenschap, en dat ze dan geëvolueerd is tot een gimmick die dienst doet als handtekening van de auteur. Dat komt ook voor in de dicht-, schilder- en filmkunst. Men identificeert de stukken van Reynebeau niet alleen dankzij de naam onderaan, maar ook door de vindingrijkheid waarmee hij de afkorting N-VA in zijn tekst heeft gesmokkeld. Dit keer verloopt de omweg langs een citaat dat onze premier 
onvolledig, zonder context en in een andere betekenis heeft aangehaald. 

Premier Bart De Wever gaf er nog een staaltje van omtrent zijn mislukte btw-hervorming. Het ‘raspaard’ dat hij in gedachten had, bleek als een stinkende, lelijke en gehandicapte kameel’ uit het coalitieberaad te zijn gekomen. De Wever suggereerde zo dat compromissen alleen tot misbaksels kunnen leiden, al kwam dat, zeker in dit geval, door een gebrek aan politieke coherentie en leiderschap. Om zijn gelijk te illustreren maakte De Wever een allusie op een stelling van zijn verre voorganger Gaston Eyskens. Die illustreerde ermee hoe politiek overleg plannen zo grondig kan transformeren, dat wat als een paard in de kabinetsraad wordt gebracht, er als een dromedaris weer uitkomt.

      De brave Reynebeau schijnt met zekerheid te weten dat De Wever verwijst naar de uitspraak van Gaston Eyskens, terug te vinden in diens postume Memoires : “een dromedaris is een paard dat door de kabinetsraad is gestapt.” Maar dat is lang niet zeker. Heeft Reynebeau zelf de kameel-uitspraak nog nooit in een andere context gehoord, gelezen of gebruikt? Dat valt mij van hem tegen. Ikzelf ken de kameel-uitspraak al heel lang, en heb ze al vaak in gesprekken gebruikt. De Memoires van Gaston Eyskens had ik daarvoor niet nodig. Verder leert internet mij dat de grap in een minder expliciete versie al voorkwam in Reader’s Digest van september 1954, en in zijn klassieke vorm in Sports illustrated van december 1957: ‘A camel is a horse that was designed by a committee.’ 
      Maar Reynebeau heeft nog iets anders ontdekt, (of hij praat die ontdekking na): het racistische en discriminerende taalgebruik van De Wever.

De Wever maakt van Eyskens’ paard een raspaard, wat al een zweem van raciale superioriteit oproept. Dat contrasteert met het inferieure scharminkel   geen dromedaris (één bult), maar een kameel (twee bulten) – inferieur door fysieke gebreken, lelijk en gehandicapt [Reynebeau vergeet hier ‘stinkend’]. Het zijn eigenschappen die niet alleen neerbuigend klinken, maar in het register van de discriminatie bekendstaan als bodyshaming en validisme. Zo schoot De Wever twee keer een kemel.

     Alleen is nog niet duidelijk of De Wever met opzet, dan wel onbewust, voor een kameel-met-twee-bulten gekozen heeft in plaats van voor een dromedaris-met-één-bult. Misschien dacht hij gewoon aan het Engels waar dat onderscheid nog minder strikt dan in het Nederlands wordt gemaakt. Het is evenmin duidelijk of De Wever bedoelde dat álle kamelen stinken en lelijk zijn  een stigmatiserende veralgemening  dan wel alleen die ene kameel waarmee hij de btw-hervorming vergeleek. Ten slotte kan De Wever best eens verduidelijken of hij een ‘raspaard’ nu echt superieur vindt aan, en mooier dan, aan een robuust trekpaard van gekruiste afkomst.
       Dat De Wever niet had mogen spreken over een ‘gehandicapte’ of zelfs ‘andersvalide’ kameel is daarentegen evident. Dat behoeft geen verduidelijking. Het kan best dat een metaforische kameel mank gaat aan zijn linkerpoot, maar dan moet je dezer dagen niet spreken van een ‘gehandicapte kameel’ maar van ‘een kameel met een handicap’ of ‘een kameel met een beperking’. Tot mijn verbazing las ik onlangs dat je ook beter niet spreekt van ‘Turken’, maar van ‘Turkse mensen’.
      Hoe Reynebeau dan uiteindelijk van de kameel bij de Cofnas-rel terechtkomt, zal de lezer zelf moeten ontdekken. Het stuk staat in De Standaard van 25 maart, op de laatste bladzijde. 


Stubru en de katholieke beelden
     Mag ik iets schrijven over die journalisten van Stubru die in een rageroom van alles hebben stukgeslagen, waaronder ook een beeld van Jezus en Maria? Ik heb het filmpje niet gezien, maar ik heb erover gelezen. Bijna iedereen maakt spontaan de vergelijking met het vernietigen van Mohammedaanse symbolen. Wat zou het verschil geweest zijn als de Stubru-journalisten ook een Koran in brand hadden gestoken?
      De mensen van Stubru zelf vonden dat je symbolen van de eigen cultuur mocht stukslaan, maar niet die van een andere cultuur. Frank D’hanis vindt dat je in onze streken best kunt lachen met Jezus, want dan ‘bevraag’ je een ‘machtsbastion dat nog steeds pedofielen beschermt.’ Dat is volgens hem ‘trappen naar boven’, in tegenstelling tot lachen met de Islam, dat een voorbeeld is van 
trappen-naar-onder. Tja. En dan is er nog het verschil waar Isolde Van den Eynde over spreekt wanneer ze een gebeurtenis aanhaalt die gebeurde in de redactielokalen van Charlie Hebdo.
     D’hanis legt verder nog uit dat het onmogelijk is om beelden van Mohammed te schenden, want die bestaan niet. Maar is Dhanis dat wel helemaal zeker? Lezen we niet in het Chanson de Roland hoe de moslims in Spanje omgingen met het standbeeld van hun Mohammed, nadat ze zich door hem in de steek gelaten voelden: 

                    E Mahummet enz en un fosset butent 
                    E porc e chien le mordent e defulent

                    En M. gooien ze in een ravijn 
                    Waar varkens en honden hem vertrappelen en bijten.

7 opmerkingen:

  1. Reacties
    1. Een Brabander is natuurlijk wel een raspaard ;-)

      Verwijderen
    2. Philippe Clerick25 maart 2026 om 13:40

      Een 'Brabander' een raspaard ... Ik had mij die bedenking ook gemaakt, maar de formulering zo laten staan. Ik was een en ander over paarden gaan opzoeken, en daarna vergeten iets aan mijn tekst te veranderen.

      Verwijderen
  2. Wie het stukslaan van die beelden tracht goed te praten doet wat extremisten vaak doen, nml. recht praten wat scheef is. Vaak gebeurt dat dan tegen beter weten in en op het belachelijke af (bij het stellen van een these waarmee men iets tracht te staven).
    In deze zaak geef ik Rik Torfs gisteren in De Afspraak volmondig gelijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Koerskemels
    Dat met die kameel zit zo. Bart De Wever is een een belezen man en kent natuurlijk het gezegde “A camel is a horse designed by a committee.” Hij kent waarschijnlijk ook de woorden van Goethe want die heeft, in navolging van Diogenianus, gezegd: “Ein schäbiges Kamel trägt immer noch die Lasten vieler Esel.” Hiermee verwijst BDW waarschijnlijk naar het feit dat hij een compromis heeft moeten sluiten dat noodzakelijkerwijze op een misbaksel moest uitlopen, omdat in deze coalitie heel wat politici zitten die gedrag vertonen dat aan ezels doet denken.
    Bovendien verkiest BDW een vergelijking met een kameel en niet met een dromedaris. Beide soorten zijn nauw verwant, maar worden in heel andere omstandigheden gebruikt: kamelen in de koude en dromedarissen in de warme woestijngebieden. Men mag de kameel trouwens niet onderschatten, want ze worden net zoals paarden gekweekt voor races en de kampioenen halen prijzen tot over het miljoen euro. Het zijn dus letterlijk "koerskemels"° en gaat dus wel over hard lopen en niet over schoonheidswedstrijden, want kamelen zijn lelijke beesten, daar helpt geen lievemoederen aan. En tenslotte: ja, de exemplaren die ik al heb kunnen aanschouwen, stonken allemaal.
    * koerskemel zie https://www.vlaamswoordenboek.be/woordenboek-artikel/13356

    De magie van het plaasteren beeld.
    Ik heb met een mengsel van verbijstering en vrolijkheid de berichten gelezen over de oorlog tussen de godsdienstvandalen en de katholieke diehards die het voorval gebruiken om de Linkse VRT de oren te wassen.
    In het traditionele katholieke milieu was het plaasteren beeld een voorwerp van respect en verering. Ik herinner me nog het Drama van het Heilig Hart ten huize van mijn grootmoeder. Ze hadden daar een dergelijk beeld van HHH staan op de logeerkamer, het ding was zeker driekwart meter hoog en woog behoorlijk zwaar. Mijn tante, die een beetje leed aan poetsverslaving, trachtte het beeld te verschuiven en toen gebeurde het...de armen, die gestrekt waren om de mensheid te zegenen braken af aan de ellebogen en de halve schedel van het Heilige Hoofd was in gruzelementen geslagen.
    Wat doen met de stoffelijke resten? Mijn grootvader was een handige klusjesman maar dit ging zijn talenten te boven. Mijn voorstel om het beeld te recycleren om er hinkelkoten en dergelijke mee te tekenen, werd met heilige verontwaardiging van de hand gewezen. In de vuilbak gooien was je reinste blasfemie...goede raad was duur. Tot een bijgeroepen buurvrouw de oplossing vond: een plechtige begrafenis op een verloren hoekje achter in de tuin. Zo geschiedde.
    Dat was in de jaren vijftig en van alle betrokkenen ben ik de enige overlevende. Maar het valt me toch op hoe zeventig jaar later plaasteren beeldjes toch nog tot de verbeelding spreken van de Vlaming die er blijkbaar een grote symbolische betekenis aan hecht. Voor sommigen vertegenwoordigen deze kitscherige afbeeldingen blijkbaar het instituut Kerk waarmee doorslaggevend moet worden afgerekend, voor de ware gelovige is het blijkbaar een schanddaad van belang en een aanslag op de traditionele waarden van Europa.
    Ik stond erbij en ik keek ernaar.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Destijds oogstte Bart Peeters nog veel kritiek voor zijn rubriek "Koken met Jezus". Ik vond die rubriek zeer grappig, maar over humor is het moeilijk discussiëren. Maar ik doe het toch.

    Vernietigingshumor heeft twee dimensies. Eén: de onverwachte gewelddadigheid van een braaf persoon, zoals een stubru-presentator. Twee: het aantasten van een symbool. Hoe machtiger het symbool, hoe meer de massa dit als gedurfd en grappig zal ervaren. Als het symbool staat voor iets machteloos, zal men het ervaren als grof en weerzinwekkend. En natuurlijk zal een persoon die achter het symbool staat, de vernietigingshumor niet appreciëren.

    De geweldige Neveneffecten zijn ooit de Vlaamse media binnengewaaid met een filmpje waarin ze knuffels molesteerden. Daar was toen ook veel kritiek op: die onschuldige knuffels! Wie dat grappig vond, deed dat door het onverwachte extreme en nutteloze van het geweld.

    Staat Jezus nog voor macht, in België? Nee, als je het bekijkt vanuit de geloofsbelijdenis: oudere mensen en Afrikaanse immigranten maken "de dienst" uit. Ja, als je bedenkt hoeveel scholen en zorginstellingen nog opereren onder katholieke koepel. En er is nog altijd veel woede over het kindermisbruik in de kerk. Maar is Jezus daar het beste symbool om de kerk onderuit te halen? De profeet heeft zeker niet voor ogen gehad dat zijn Kerk een machtsbolwerk ging worden waarin massaal en straffeloos kinderen zouden worden verkracht. Ik zou misschien een beeld van de paus genomen hebben, of een kazuifel in brand gestoken hebben. Maar ik zou andere humor bedrijven, zoals "koken met Jezus". Ik vond zelfs die knuffelmolestering van de neveneffecten niet echt grappig.

    Staat Mohammed voor macht in België? Praktizerende moslims zijn er in grote getale. De dreiging die van de Islam uitgaat is die van het terrorisme, zoals de aanslagen in Zaventem. Autochtonen ervaren een nieuwe, vreemde religie als bedreigend. Zelf ervaar ik als atheïst het stijgend belang van Islam als verontrustend omdat religies nu eenmaal niet stroken met mijn wereldbeeld. Maar men ziet vanuit bepaalde (linkse) hoek de moslims toch nog altijd als migranten en dus "zwakkeren" in de samenleving.

    Voor mij moet er met alles de spot gedreven kunnen worden, maar als het meer pesterij is dan humor, hoeft het zeker niet. Humor die niet spot, is een hogere vorm. Jonas Geirnaert heeft zich bij op het podium gehesen van "beste grap ooit", met zijn korte Koekoek-Duif-sketch in "De Slimste Mens", een programma waar overigens humor vaak vervalt in pipi-kaka-seks.

    D.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. "Vernietigingshumor heeft twee dimensies. Eén: de onverwachte gewelddadigheid van een braaf persoon, zoals een stubru-presentator." Wellicht was dat het enige opzet. Meer ondoordacht dan bewuste subversieve provocatie.

      Verwijderen