FB-vriend Frank D’hanis besluit zijn dagelijkse post met de melding: ‘Mijn schrijfwerk steunen? Dat kan via Buy-me-a-coffee.’ De vrijwilligheid van die steun is mij uitermate sympathiek. Andere scribenten die graag iets willen verdienen, beperken de toegang tot hun website of hun substack-pagina. Wie de volledige teksten wil lezen of toegang wil hebben tot alle functionaliteiten, wordt verplicht om te betalen. Maar die scribenten behoren tot de neoliberale bent, waar D’hanis overduidelijk niet toe behoort. Of moet ik toch achterdochtiger zijn en biedt hij mij een verslavend product aan waar later ik later harde valuta voor zal moeten betalen? D’hanis zelf waarschuwt voor zulke vuile streken in zijn FB-post van 9 januari.
De AI-bedrijven zijn druk bezig om hun technologie te consolideren en er een cashkoe van te maken. Ik vind het vreemd dat daarbij niet vaker de metafoor van de drugdealer gebruikt wordt. Met beetjes en stukjes krijgen we gratis stalen AI toegespeeld, we worden afhankelijk en dan wordt de prijs opgedreven. Het business model is zo duidelijk als maar kan zijn.
Het voorstel van D’hanis om zijn schrijfwerk te steunen door hem een koffie te betalen deed mij aan een gelijkaardig voorstel denken van een andere publicist: Johan Sanctorum. Zijn blogstukken eindigen met de mededeling: ‘Vrijwillige bijdragen, om mijn pen van wat inkt te voorzien, zijn welkom.’
Dat was, toen ik erover nadacht, niet de enige gelijkenis tussen de twee columnisten. Ze zijn allebei filosoof van opleiding, hebben overal een mening over, zijn niet vies van enige provocatie, kruiden hun morele verontwaardiging met een scheut satire, en schrijven uitdrukkelijk voor de eigen achterban, van wie de ene stevig links en de andere onverdund rechts is. Sanctorum is daarbij geloof ik de minst orthodoxe, want die kan mij ook wel eens langs links inhalen. Hij lijkt beter te begrijpen dat sommige kwesties eigenlijk nogal ingewikkeld zijn, ook al moet je er eenvoudig over schrijven. Je denkt bij jezelf: die Sanctorum, il n’est pas dupe. D’hanis daarentegen leeft in een rechtlijniger universum en hij gelooft trouwhartig elke sociologische studie die zijn standpunt bevestigt.
Een gelijkenis die ik niet verwacht had was de populistische inslag, die bij Sanctorum een grondtoon is, maar dus ook bij D’hanis occasioneel opduikt. Dat laatste zag je bijvoorbeeld toen er een rel ontstond naar aanleiding van de zwangerschap van Melissa Depraetere. De minister moest om medische redenen stoppen met werken terwijl haar ministerloon gewoon doorliep. Men kan zich makkelijk voorstellen hoe daar op de sjowsjels over geschreven werd. ‘Weer eentje die haar zakken vult.’ ‘Krapuul dat alleen aan zichzelf denkt.’ ‘In de privé vlieg je eruit of krijg je een fractie van je loon.’ ‘Moet ze nu al platliggen? Onze grootmoeders werkten op het veld tot de vliezen braken.’ ‘De matras van de partij zit vol, hopelijk weet ze van wie het kind is.’
De normale reactie van links is dan om zulke reacties streng te veroordelen als ‘anti-politiek’. Maar D’hanis tapte uit een ander vaatje, al kwam dat misschien ook omdat Zuhal Demir, zijn bête noire, het voor haar collega Depraetere had opgenomen.
“Boosaardige griezels” noemt Demir al die boze mensen online ... Maar ik geloof niet dat al deze mensen moreel corrupt of heel erg dom zijn … Morele helden moeten we er niet van maken maar misschien zijn ze zo anti-politiek omdat ze terecht het gevoel hebben dat die politiek hun belangen nooit eerst zet. Hoe winnen we die mensen terug?
Een andere gelijkenis tussen Sanctorum en D’hanis is dat die twee mij nauwelijks tot tegenspraak prikkelen. Ik moet maar een column lezen van Ive Marx, waar ik het voor 75 procent mee eens ben, en er valt mij van alles te binnen om te repliceren, vooral gedachten die al langer deel uitmaken van mijn monologue intérieur maar die nu door dat Marx-stukje een kristallisatieproces doormaken. Maar als Sanctorum of D’hanis iets schrijven – of ik er nu akkoord mee ga of niet – valt er mij heel weinig te binnen. Ik kom niet veel verder dan: ja, die mensen denken nu eenmaal zo.
En er is nog iets anders. Laatst schreef D’hanis een stukje waarin hij de democratische intenties van N-VA in twijfel trok. Bart De Wever en Joren Vermeersch hadden geschreven dat we iets konden leren van het economisch dynamisme van Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten, Darya Safai had het verzet van Reza Pahlevi tegen de Ayatollahs geprezen, en Michael Freylich had iets ten gunste van Israël gezegd. Daarop stelt D’hanis, geheel naar waarheid, dat Singapore en de Emiraten een autocratisch systeem hebben, dat de vader van Reza Pahlevi een dictator was, en dat Israël de mensenrechten schendt in Palestijns gebied. En hij concludeert dat die vier prominente N-VA’ers het in hun hoofd hadden gehaald om Singapore, de Emiraten, het Iran van de Sjah en de bezettingspolitiek van Israël te ‘lauweren als maatschappelijk-politieke voorbeelden om na te streven.’ Ik zou over die conclusie natuurlijk wel iéts kunnen zeggen, maar dat iéts kan iedereen zelf wel bedenken. Dat maakt mijn commentaar overbodig.
De gelijkenis die mij nog het meeste treft is dat beide polemisten zo vlot schrijven. Daar ben ik als agony writer jaloers op. Ik ben uren bezig met een stukje aan elkaar te formuleren*, maar bij Sanctorum lijkt het alsof zijn proza in een geut uit de pen vloeit waar vrijwillige lezers de inkt voor betalen. Nu is elk vlot lezend stukje niet altijd vlot tot stand gekomen, maar bij D’hanis moet het echt wel zo in het werk gaan. De man heeft geloof ik les in het middelbaar. Toen ik nog les gaf, had ik tussen de lesvoorbereidingen en de verbeteringen geen tijd meer voor niéts. Alleen de vijf laatste jaar deed ik het wat rustiger aan, had ik tijd om pianolessen te nemen, begon ik wat vaker naar films op tv te kijken, en kon ik een of twee keer per week week een stukje op mijn blog plaatsen.
Nee, op zo’n vlotte pen ben ik jaloers. Als ik zoiets had, dan zou ik mijn stukjes hierboven in een uurtje bij elkaar geschreven hebben en had ik de rest van de dag vrij gehad.
* Ik maak al een uur zoek om het verontrustende stukje van D’hanis terug te vinden waarin hij waarschuwt voor de AI-bedrijven die ons als drugdealers verslaafd maken aan hun gratis product waar ze later een opgedreven prijs voor zullen vragen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten