De wapenbeurs
Nu onze uitgaven van defensie gaan verdubbelen, zit de wapenindustrie in de lift. Wie wil beleggen, wordt door zijn bank gevraagd of hij morele bezwaren heeft tegen aandelen in die sector. En in Brussel heeft er een wapenbeurs plaatsgevonden die zich mocht verheugen in hoog politiek bezoek: Mark Rutte, Bart De Wever, Theo Francken … Er werden wapens tentoongesteld alsof het auto’s, keukenkasten, of erotische parafernalia waren. Het kwam allemaal op het televisienieuws.
Voor de linkse medemens moet de aanblik onverdraaglijk zijn geweest. Men heeft die mensen – Rutte, De Wever en Francken – zo al niet hoog zitten, en nu poseren die lui breed lachend bij wapens die – laten we dat niet vergeten – dienen om mensen aan flarden te schieten. En dan zullen de fabrikanten van die wapens er ook nog eens aan verdienen, net als de aandeelhouders die aan hun bank geen morele bezwaren hebben laten weten aangaande die specifieke industriële sector.
De meeste van die linkse bezwaren kan ik niet delen. Ik vind het niet erg dat er wat winst wordt gemaakt op de verkoop van auto’s, keukenkasten, erotische parafernalia en wapens. En ik vind het jammer maar noodzakelijk dat we wapens kunnen sturen naar Oekraïne om Russen mee aan flarden te schieten. Maar bij die breed lachende gezichten heb ik mijn twijfels. Zouden politici niet beter een lijkbiddersgezicht opzetten als ze wandelen tussen uitgestalde instrumenten des doods?
Ach, ik weet het. Linksen zijn in zulke kwesties te emotioneel. Dat is niet altijd goed. ‘Rationalist is a moral duty,’ prevel ik wel eens voor mijzelf uit. Maar moet er niet af en toe wat meer met de linkse emoties rekening worden gehouden? Het is een kleine moeite: enthousiasme temperen als men tussen wapentuig rondloopt, een wat getormenteerd gezicht opzetten, geen cynische mopjes vertellen, gravitas uitstralen. Hoeveel morele pijn heeft Ronald Reagan het linkse deel van de mensheid niet berokkend toen hij voor de grap een nucleaire countdown deed als microfoontest?
Iraanse leiders uitschakelen
De Iraans-Amerikaanse historicus Arash Azizi schrijft op X:
Beseffen we dat het tot voor kort uiterst zeldzaam was dat landen, zelfs landen die met elkaar in oorlog waren, elkaars hoogste politieke functionarissen gewoon uitschakelden? Zijn we klaar voor het idee dat dit het ‘nieuwe normaal’ wordt.(DS 17/3)
Het is geloof ik geen inzicht waarvan velen wakker zullen liggen. Ik dacht onwillekeurig aan die potsierlijke scène in Ridley Scotts Napoleon, waarbij een Engelse scherpschutter de Franse keizer in het vizier heeft, maar van Wellington het verbod krijgt om te schieten wegens ungentlemanlike.
Ik wou ook wel eens weten of de Amerikaanse Grondwet nergens een artikeltje had dat de mogelijkheid voorzag om buitenlandse leiders uit te schakelen zonder regelrechte oorlogssituatie. Ik meende mij vaag een stipulering te herinneren waardoor het Congres de toelating kon geven aan kapers en premiejagers om op vijanden van de staat te jagen. Met de hulp van Grok vond ik al snel wat ik zocht: Art. I, Sect. 8 over de Letters of Marque and Reprisal. Maar hoezeer ik ook aandrong, Grok bleef volhouden dat die regeling niet van toepassing was op buitenlandse staatshoofden. Tenminste niet in vredestijd. En in oorlogstijd luistert het niet zo nauw.
Canabis
In De Standaard van 17/ 3 wordt een medisch rapport geciteerd dat negatief oordeelt over cannabisgebruik bij psychische klachten.
‘Het rotinematige gebruik van medicinale canabis zou wel eens meer kwaad kunnen doen dan goed en kan de geestelijke gezondheid verslechteren. Dat komt doordat er een hoger risico is op psychotische symptomen en verslaving.’
Twintig jaar geleden was het nog politiek correct geloof ik om te zeggen dat canabis niét verslavend was. Politici van Groen vertelden dat in interviews. Als leraar kreeg ik het te horen op bijscholingen. Alcohol, dát was een hard drug. En ook als je er niet nieuwsgierig naar was, werd je omstandig uitgelegd wat er mis was aan de stepping stone theorie. Er was geloof ik een wetenschappelijke consensus dat die theorie ‘al honderd keer weerlegd was.’ Ook al weten we dat in de wetenschap één weerlegging voldoende is.
München
In verband met Oekraïne wordt soms gewaarschuwd dat we niet dezelfde fout mogen maken als Chamberlain maakte in München 1938. Toegevingen doen aan Hitler heeft diens agressiviteit alleen aangewakkerd. Maar wat was het alternatief voor München? Duitsland de oorlog verklaren en dan twee jaar wachten tot Duitsland besliste om zelf aan te vallen.
Men denkt te gemakkelijk dat het alternatief voor naïeve vredespraatjes bestaat uit waakzame, solidaire of krijgshaftige praatjes. Maar praatjes blijven praatjes. Het alternatief voor München 1938 was Rijnland 1936. Toen het Duitse leger, ondanks de verdragen, het Rijnland binnentrok, hadden de Fransen en de Engelsen de oorlog moeten verklaren, het Duitse leger verslaan, en het land opnieuw moeten ontwapenen volgens de akkoorden van na de eerste wereldoorlog. Toen kon dat nog gemakkelijk. Maar als er in Oekraïne een Rijnlandmoment geweest is, zou ik niet weten wanneer.
Loonkloof
Caroline Genez gelooft dat er een loonkloof is tussen mannen en vrouwen van 7 procent, terwijl Statbel een loonkloof per uurloon heeft berekend van 0,7 procent per uur. Het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en mannen heeft dan weer een loonkloof uitgerekend van 19,3 procent omdat veel meer vrouwen dan mannen deeltijds werken. Een mooie is ook de berekening om aan een loonkloof van 4,7 procent te geraken. Leest u even mee in De Standaard van 17 maart:
Maar Statbel voert zelf al een correctie uit op zijn cijfers. Het ene werkuur is namelijk het andere niet; zo houdt de Europese berekening voor onderwijzend personeel alleen rekening met de uren voor de klas, terwijl onderwijzend personeel officieel meer uren werkt. Dat betekent dat het feitelijke uurloon lager is dan in de Europese berekening. En gezien het hoge percentage vrouwen in het onderwijs komt Statbel zo zelf ook aan een loonkloof van 4,7 procent.
Is dat niet enig? Die loonkloof tussen mannen en vrouwen in de maatschappij komt er doordat er zoveel vrouwen in het onderwijs werken en doordat zo’n baan minder betaalt dan sommige mannenberoepen. Terwijl het enige wat ik van het onderwijs onthouden heb is dat mannen en vrouwen met een evenwaardig diploma, een gelijke lesopdracht en met gelijke anciënniteit tot op de cent hetzelfde verdienen. Dat was een loonkloof van 0,0 procent, en niet van 0,7 of 4,7 of 7,0 of 19,3 procent.
Oscars
Met het oog op de Oscars hebben we zondagavond gekeken naar Sinners, dat ikzelf al gezien had, en maandagavond naar Marty Supreme. Sinners kreeg vier grote Oscars, en Marty Supreme geen enkele. Het had natuurlijk omgekeerd moeten zijn. Wel ben ik blij dat ‘Beste cinematografie’ niét naar Frankenstein is gegaan, en ‘Beste Geluid’ wél naar F1 The Movie. Dan had die laatste film toch iéts gekregen. Ik heb hem met plezier twee keer kort na elkaar gezien, maar een derde keer was er te veel aan: te ging te veel over autoracen.
One Battle After Another heb ik nu gisteren ook een tweede keer gezien. Ik heb nu beter kunnen zien hoe die baanbrekende autoachtervolging gemaakt is. Verder was ik vooral onder de indruk van mijzelf, dat ik mij na vijf maanden de film nog zo goed herinnerde. Als ik een film na vijf maanden opnieuw zie, zijn minstens de helft van scènes weer compleet nieuw voor mij. En na een jaar is ongeveer alles nieuw.
En nu het over mijn falend geheugen gaat. Een paar weken geleden kwam mijn zoon logeren. Fijn dacht ik, dan kunnen we samen naar Sentimental Value kijken. Maar dat plan ging niet door. ‘Maar papa, die film hebben we een maand geleden gezien.’ Toen wist ik het ook weer: een eerste keer gezien met mijn zoon en een tweede keer gezien met mijn vrouw.
Dié film had natuurlijk wel wat meer mogen krijgen dan alleen ‘Beste Buitenlandse Film’.
Lichtbruine huidskleur
Een aantal van mijn FB-vrienden schrijven fraaie recensies over oude en nieuwe romans: Herman Jacobs, Dirk Ooms, Joachim Stoop, Pascal Cornet, Luc De Coster ... Die laatste schreef gisteren iets over Ian McEwans What We Can Know. Het verhaal speelt zich af in het Engeland van 2120. Hij vergelijkt het boek met Flaubert’s Parrot en Out of Sheer Rage. Bij het lezen van de korte inhoud dacht ik ook aan Possession van A.S. Byatt. Eén zinnetje viel mij op in De Costers recensie: in het toekomstige Engeland ‘zijn de blanke mensen een minderheid; de standaard is een soort lichtbruin.’ Net zoals in de reclamespotjes, dacht ik, die je vandaag in de bioscoop ziet voor de film begint.
Wat betekent ‘rechts’
Het politieke begrip rechts kan van alles betekenen: autoritair, katholiek, conservatief, nationalistisch, liberaal … Dat zijn begrippen die elkaar slechts gedeeltelijk overlappen en die elkaar zelfs kunnen botsen. In een interview met KVHV-leiders op Doorbraak las ik dat de organisatie een open debatcultuur had: het ene lid kon al wat meer inspiratie zoeken in het katholicisme, een tweede in het conservatisme en een derde in het nationalisme. Alleen bij het liberalisme werd een rode lijn getrokken. In de kop van het stuk heette het: ‘Liberale NV-A’ers willen we niet.’
Serieus rechts
De partij van Geert Wilders in Nederland zal wel in grote lijnen uit dezelfde succesbron putten als Vlaams Belang bij ons, het Rassemblement National en Frankrijk, en meer van dergelijke partijen. Maar ik vraag mij soms af wat er aan de hand is met die andere rechtse partijen. Zijn die niet allemaal wat minder serieus is dan N-VA bij ons? Wat moet ik bijvoorbeeld denken van Thierry Baudet? Dat is toch een geleerd man. Waarom verliest hij zich dan in marginale ideeën waarmee hij redelijke mensen uit zijn electoraat weggeselecteert?
Mijn verklaring is dat rechts in Nederland geen degelijke historische wortels heeft. N-VA had die wel, met name in de Vlaamse Beweging. Die wortels, met ideologie, tradities, partijkader, kernelectoraat en fonds de commerce, zijn een ballast die partij bij de reële politiek heeft gehouden, weg van al te zweverige nieuwlichterijen. Ik zou het bijna vergelijken met de PVDA nu, die in de beginjaren onder Ludo Martens historische wortels heeft ontwikkeld. Dat was een hele prestatie omdat Martens in tegenstelling tot de stamboekflaminganten die uit de Volksunie kwamen, van nul af aan moest beginnen. Hij moest een kunstmatig verleden creëren, met het communisme van de jaren dertig.
Of misschien was het in Vlaanderen altijd gemakkelijker om serieuze mensen te vinden dan in Nederland. Toen Napoleon op zoek was naar bekwame bestuurders voor Nederland had hij naar het schijnt moeite om die te vinden. Bij die gelegenheid moet hij gezegd hebben: ‘Envoyez-moi quelqu’un de sérieux. Envoyez-moi Schimmelpenninck.’ Ze hadden er toch één.
Twee soorten herverdelers
Onder mijn linkse FB-vrienden zijn er twee soorten herverdelers: de ideologen en de visceralen. De ideologen spreken over de de 1 % rijksten die moeten worden aangepakt. De visceralen spreken over de middenstand die amper belastingen betaalt. De 1 % rijksten zijn een abstractie die concreet moet worden gemaakt met Musk en de ceo van Inbev. De welvarende middenstander moet men niet zo ver zoeken, want die woont wat verderop in de straat. Het herverdelingsprogramma van de visceralen is geloof ik realistischer dan dat van de ideologen. Maar die laatsten willen dan ook iets anders dan herverdelen. Die willen een ander systeem.

inderdaad,er is geen loonkloof tussen mannen en vrouwen in het onderwijs,de berekening van die zogezegde loonkloof daar is ronduit hilarisch en manipulatief...
BeantwoordenVerwijderenFilip Meersman
Het politieke begrip 'rechts' wordt in de media de laatste jaren toch vooral gebruikt voor wie tegen de ongebreidelde immigratie is?
BeantwoordenVerwijderen