Discriminerende pensioenhervorming?
Ive Marx (DS 10/3) sluit zich aan bij degenen die vrouwendiscriminatie ontdekken in de nieuwste pensioenregeling. De redenering gaat in drie stappen. Eén, deeltijds werken telt minder mee voor de opbouw van de pensioenjaren. Twee, de gemiddelde vrouw werkt vaker deeltijds dan de gemiddelde man omdat ze vaker zorgtaken op zich neemt. Drie, en nu citeer ik letterlijk: ‘Echte gelijkheid vergt compensaties voor feitelijke ongelijkheden.’ Dat laatste is een respectabel beginsel dat hier niet op individuen, maar op collectiviteiten (‘de gemiddelde vrouw’) wordt toegepast. Een liberaal als ik heeft het daar moeilijk mee, maar mensen verschillen nu eenmaal in de beginselen waar ze voorrang aan geven.
Toch kan ik het niet laten om wat te vitten op enkele details in de column van Marx. Wie het onfatsoenlijk vindt dat het altijd de vrouwen zijn die met zorgtaken worden ‘opgezadeld’, moet ook overwegen dat een financieel gunstige regeling voor de zorg ertoe kan leiden dat de traditionele rolverdeling aangemoedigd wordt.
Verder schrijft Marx dat de regel van voor 1990, waarbij vrouwen vijf jaar vroeger op pensioen konden gaan, een ‘compensatie’ was voor het feit dat ze meer zorgtaken op zich namen. Maar dat heeft er weinig mee te maken. Mijn moeder heeft haar loopbaan als lerares stopgezet toen ze trouwde, om voor de rest van haar leven ‘zorgtaken op te nemen.’ Maar de 7 jaar die ze les had gegeven, gaven door de pensioenleeftijd op 60 jaar geen recht op een hoger pensioen. Het aantal loopbaanjaren nodig voor een volledig pensioen was immers gelijk voor mannen en vrouwen. Mijn moeder kon er alleen vijf jaar vroeger van genieten. Maar het schamele bedrag dat ze ontving bleef even schamel.
Ten slotte zet Marx zijn discriminatie-argument kracht bij door te schrijven: ‘Ook de Raad van State zegt het, niet meteen een instelling die bekend staat voor radicaal feminisme.’ Dat is de ‘zelfs X geeft toe’-truc.
Pinker en de wetenschappelijke consensus
Ik hou in polemieken niet erg van de ‘zelfs X geeft toe’-truc. Ik kreeg laatst zo’n reactie onder een van mijn stukjes. ‘Zelfs Bart De Wever geeft toe dat Trump geen betrouwbare bondgenoot is.’ Het is en blijft een autoriteitsargument, met de nadelen daaraan verbonden, en het suggereert van alles over De Wever, en over mij, zonder het te staven.
Maar nu zou ik de formule zelf willen gebruiken: ‘Zelfs Steven Pinker geeft toe dat …’ Pinker is een geleerde die zich buiten zijn onderzoeksgebied op de wetenschappelijke consensus oriënteert als was het de poolster, en afwijkingen van die koers omstandig beargumenteert. Maar in zijn nieuwste boek, Common Knowledge, vond ik deze treffende passage:
Zelfs wanneer de academische consensus vrijwel zeker juist is, zoals bij vaccins en klimaatverandering, kunnen sceptici nog altijd vragen: “Waarom zouden we die consensus vertrouwen als ze komt van een kliek die geen tegenspraak duldt?” Neem een recent voorbeeld: in 2024 was duidelijk geworden dat veel van de vroege maatregelen om de Covid‑19‑pandemie te bestrijden — sociale afstand, stoffen mondmaskers, het ontsmetten van oppervlakken, plexiglas schermen, strenge lockdowns, het sluiten van stranden, parken en scholen — op geen enkel wetenschappelijk bewijs waren gebaseerd, en waren opgelegd door het demoniseren of onderdrukken van wat uiteindelijk redelijke kritiek bleek te zijn. De kosten voor de economie, de mentale gezondheid, en het onderwijs van kinderen waren aanzienlijk, en de klap voor het vertrouwen in wetenschap en volksgezondheid was catastrofaal.
Ik heb de polarisatie rond Covid-19 destijds als pijnlijk ervaren. Ik heb redelijke mensen voorgoed zien radicaliseren. Dat kwam omdat de wetenschap als instrument werd ingezet om ‘awareness’ te creëren. Het officiële discours van politici, media en telegenieke wetenschappers liet zo weinig ruimte voor discussie dat veel dissidenten op een onvoorzichtige manier voor ‘wappies’ werden uitgescholden. Het resultaat is dat ze het ook werden. Je kreeg twee kampen waarin de radicaalsten zich voorgoed schikten in hun rol: die van boze wappie of die van hautaine inquisiteur. En nog voor Covid was afgelopen was men in die rol vastgeroest, ongetwijfeld ook omdat men er aanleg voor had.
Een aantal wetenschappers hadden de communicatie gemonopoliseerd en zich gedragen als propagandisten. Sommige gewone burgers gingen daardoor de wetenschap zien als een dogma dat blindelings moest worden gevolgd, of als een samenzwering die nodig moest worden bekampt. En de gevolgen voor het vertrouwen in de wetenschap waren catastrofaal. ‘Zelfs Steven Pinker moet dat toegeven.’
De grenzen aan de vrije meningsuiting
Hoe helder een schrijver zich uitdrukt, kun je vaststellen als hij iets uitlegt wat je zelf ook al hebt proberen uit te leggen. Ik heb al verschillende keren geschreven over de kwestie van het vrije woord, en over de grenzen die daaraan kunnen worden gesteld. De formulering van Pinker in Common Knowledge vond ik bijzonder helder. Hij herhaalt dat het vrije woord ook geldt voor ‘crude, offensive and hateful speech’ en somt drie soorten van uitzonderingen op, terwijl ik er zelf maar twee zag. Ik heb de uitzonderingen van Pinker genummerd:
- misdrijven die door hun aard zelf met woorden worden gepleegd, zoals afpersing, omkoping, laster, fraude en bedreigingen
- onmiddellijke aanstichting tot onwettig handelen
- beperkingen op het tijdstip, de plaats en de wijze van uiting (Het Eerste Amendement geeft je niet het recht om om 3 uur ’s nachts je manifest door een luidsprekerwagen in een woonwijk te schallen, of om je zeepkist midden op een drukke snelweg neer te zetten.)
Relativiteitstheorie
Zoals iedereen heb ik ooit wel iets gelezen over de relativiteitstheorie en over kwantummechanica. Bij de relativiteitstheorie begrijp ik ongeveer wát ik niet begrijp. Maar bij de kwantummechanica heb ik geen idee wat er te begrijpen valt. Als ik er een vulgariserende uitleg over lees denk ik: wat is daar nu zo moeilijk aan?
De argumentatie van Frans Timmermans
In De Standaard (DS 10 maart) draagt Frans Timmermans een aantal goede argumenten aan tegen de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen het Iraans regime. Ook legt hij krachtig de voordelen uit van het internationaal recht. Hij schrijft de lauwe houding van de Europese Unie terecht toe aan ‘de angst door de VS geheel in de steek te worden gelaten.’ Maar in zijn conclusies is zijn argumentatie minder stevig. De Europese Unie, schrijft hij, had een gezamenlijke verklaring moeten afleggen om het Amerikaanse optreden te veroordelen.
Zou dat helpen? Timmermans beweert van wel. Als de Europeanen ‘een gezamenlijke lijn weten te vinden, kunnen ze veel meer invloed uitoefenen dan elk voor zich.’ Zelf betwijfel ik of verklaringen zoals die van de Spaanse premier Sánchez veel indruk maken op Trump en Netanyahu, en ik betwijfel verder of het veel verschil zou maken als ze afgelegd werden door Ursula von der Leyen.
Ik zou hier als Europeaan het sereniteitsgebed van de Anonieme Alcoholisten toepassen, en aanvaarden wat ik niet kan veranderen (Iran) terwijl ik probeer te veranderen wat ik – misschien – kan veranderen (Oekraïne). Wie dat te hoog gegrepen vindt, kan ook terugvallen op de regel: pick your battles, een regel die zeker voor een zwakke partij van levensbelang is.
Metaforen over de olie-kwestie
Mocht Iran niet over grote olievoorraden beschikken, dan zou de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten er anders uitzien, dat weet iedereen. Zonder die olie was er nu wellicht geen oorlog tegen het Iraanse regime. Maar het verband tussen de olie en de oorlog is er een met verschillende tussenschakels – waarvan China de belangrijkste is.
In de radicaal-linkse agitatie heet het dat de imperialisten ‘beslag willen leggen’ op de Iraanse olie. Dat is een metafoor uit de juridische sfeer, met een deurwaarder die aanklopt. Door de metafoor vermijdt men om precies te zeggen wat er met die olie zou kunnen gebeuren. Tijdens de oorlog tegen het Iraakse regime werd de metafoor ook gebruikt. Het was zogezegd een oorlog van de Amerikaanse multinationals die ‘beslag wilden leggen’ op de olievoorraden. Achteraf is er in Irak weinig olie in beslag genomen. Er zijn wel veel olieconcessies toegewezen, maar vooral aan multinationals die niet Amerikaans waren.
De beeldspraak van de inbeslagname is mij ondertussen zo gaan tegenstaan, dat ik blij ben met elke andere metafoor die ik in de olie-context tegenkom. Die van Inge Ghijs bijvoorbeeld in De Standaard van 9/3. Zij heeft het weliswaar over olievoorraad van Venezuela, maar het komt op hetzelfde neer. Trump wilde zich verzekerd zien van ‘een dikke vinger in de pap’. Met die vage metafoor geeft Ghijs aan dat ze wel weet dat de kwestie complexer is dan een ‘inbeslagname’.
De analyse van Joren Vermeersch
Ik probeer mij voor te stellen dat ik nog altijd radicaal-links ben en dat ik het achtergrondstuk van Joren Vermeersch over Iran (DS 9/3) onder ogen krijg. Dat is niet zo gemakkelijk. Ik moet mijn ogen sluiten en denken aan de stukken in Le Monde diplomatique die ik als 18-jarige probeerde te lezen. Dat stond vol met ‘analyses’, maar dat was niet wat ik wou. Ik wou vurige ‘veroordelingen’ van het imperialisme lezen.’Wat had je aan analyses waarin niets ‘veroordeeld’ werd?
Ik veronderstel dat ik het vandaag zo zou aanpakken. Ik zou mijn aandacht niet verspillen aan de analyse van Vermeersch, maar wijzen op de kleine lettertjes onder het stuk: ‘Joren Vermeersch is adviseur op het kabinet van Defensie Theo Francken.’ Het stuk, zou ik mijzelf voorhouden, is ‘koren op de molen’ van Theo Francken die dit, of dat, of nog iets anders over Iran heeft gezegd.
Ludo De Witte over Iran
Wie als radicaal-linkse vandaag op zoek is naar vurige veroordelingen kan altijd terecht op de FB-pagina van Ludo De Witte. Veel van wat De Witte schrijft, wordt beschermd door een theoretisch pantser waar polemische spelden of kleine messen – mijn wapens – niet doorheen kunnen. Maar soms schrijft hij, zoals in zijn bericht van 8 maart, ook zinnen die om een polemisch antwoord smeken. Zoals:
De Zio-Amerikaanse agressie-oorlog heeft de strijd van brede Iraanse volkslagen voor democratische hervormingen en de val van de theocratie platgeslagen.
Ik wil dan graag, een beetje demagogisch, antwoorden: die strijd was al eens ‘platgeslagen’ een maand geleden en wel door krachten die u enkele weken geleden ‘nog enige anti-imperialistische en revolutionaire legitimiteit’ toeschreef.
De Wittes FP-bericht van 8 maart was door meer dan honderd mensen geliket. Voor een keer heb ik de namen eens snel doorgenomen en daar waren wel wat FB-vrienden bij die ik ken als redelijk-links. Als ikzelf een bericht like, betekent dat lang niet altijd dat ik met alles akkoord ga wat in dat bericht staat. Dat moet met die redelijk-linkse likers ook het geval zijn. Want de post van De Witte bevat zinnen als
Iran is een natie die vandaag de facto staat voor een wereldorde gebaseerd op internationale afspraken, diplomatie en respect voor soevereiniteit … Iran vecht vandaag voor ons allemaal – voor Gaza, voor Libanon, voor Europa en voor de wereld, want een nederlaag van de Zio-Amerikaanse moloch kan de wanhopige, onrealistische mars van Washington naar imperiale wereldhegemonie en een Derde Wereldoorlog stoppen.
‘Iran vecht vandaag voor ons allemaal … ‘ dat is, hoop ik, binnen het linkse kamp, een minderheidsstandpunt. Je zou kunnen zeggen dat De Witte niets anders doet dan het algemeen-linkse anti-Amerikanisme ‘consequent door te trekken.’ Dat is waar. Maar redelijkheid van links en van rechts bestaat er vaak in om een standpunt niét al te consequent door te trekken.
Naïviteit over Iran
Wat je misschien nog het vaakst leest in opiniestukken over de oorlog tegen het Iraanse regime, is dat we niet in het ‘naïeve geloof’ moeten vervallen dat Trump en Netanyahu oorlog voeren met de ‘nobele bedoeling’ om de protestbeweging van de Iraanse burgers te helpen. Dat naïeve geloof zelf, ben ik echter nog niet vaak tegengekomen. Zoals ik ook nog niet veel linksen ben tegengekomen die de Ayatollah’s ‘steunen’. Ja, De Witte in zekere zin ...
Sociaal-democraten en het communisme
Laatst beweerde Ilja Leonard Pfeijffer dat een ‘democratische, communistische rechtstaat’ nog nooit echt was uitgeprobeerd. Ik heb daar toen op geantwoord dat daar een goede reden voor was, namelijk dat communisme als ideaal niet democratisch kan worden ingevoerd of in stand gehouden. Dat is ook de echte reden waarom de sociaaldemocratische partijen geëvolueerd zijn. In de 19de eeuw was hun einddoel een communistische maatschappij waarin ‘de productiemiddelen’ in bezit waren van ‘de gemeenschap’, dat wil zeggen de staat. Die partijen hebben na de Eerste Wereldoorlog een voor een dat ideaal eerst in de praktijk en later in de theorie verworpen.
De reden voor die evolutie was niet dat de sociaaldemocratische politici zich lieten ‘omkopen’ door de bourgeoisie. Het was veeleer dat ze, zoals het tweede deel van hun naam aangaf, democraten wilden blijven. Toen de communisten zich van de sociaaldemocraten afscheurden, waren de twee strekkingen het over één kwestie eens: het communisme kon alleen door revolutie en dictatuur worden afgedwongen. De communisten dachten: oké dan maar, de sociaaldemocraten dachten: dan liever niet.
Romantiek als kunststroming
Komiek Jens Dendoncker heeft een zaalshow in elkaar geknutseld over de Romantiek als kunststroming. De recensente van De Standaard is erg kritisch. ‘Dat er aan de romantiek een onfris reukje hangt van nationalistische en conservatieve reflexen wordt hier gemakshalve genegeerd’. Ik neem mij voor om in mijn eigen stukjes de uitdrukking ‘gemakshalve negeren’ of ‘gemakshalve vergeten’ nooit te gebruiken. (Ik heb ooit hetzelfde voornemen gemaakt voor de uitdrukking ‘onder het mom van’ in de polemische betekenis. Zie hier).

Covid-19
BeantwoordenVerwijderenHautaine inquisiteurs? U hoedt zich tot het noemen van namen, ik begrijp dat.