Pinker en de wetenschappelijke consensus
Ik hou in polemieken niet erg van de ‘zelfs X geeft toe’-truc. Ik kreeg laatst zo’n reactie onder een van mijn stukjes. ‘Zelfs Bart De Wever geeft toe dat Trump geen betrouwbare bondgenoot is.’ Het is en blijft een autoriteitsargument, met de nadelen daaraan verbonden, en het suggereert van alles over De Wever, en over mij, zonder het te staven.
Maar nu zou ik de formule zelf willen gebruiken: ‘Zelfs Steven Pinker geeft toe dat …’ Pinker is een geleerde die zich buiten zijn onderzoeksgebied op de wetenschappelijke consensus oriënteert als was het de poolster, en afwijkingen van die koers omstandig beargumenteert. Maar in zijn nieuwste boek, Common Knowledge, vond ik deze treffende passage:
Zelfs wanneer de academische consensus vrijwel zeker juist is, zoals bij vaccins en klimaatverandering, kunnen sceptici nog altijd vragen: “Waarom zouden we die consensus vertrouwen als ze komt van een kliek die geen tegenspraak duldt?” Neem een recent voorbeeld: in 2024 was duidelijk geworden dat veel van de vroege maatregelen om de Covid‑19‑pandemie te bestrijden — sociale afstand, stoffen mondmaskers, het ontsmetten van oppervlakken, plexiglas schermen, strenge lockdowns, het sluiten van stranden, parken en scholen — op geen enkel wetenschappelijk bewijs waren gebaseerd, en waren opgelegd door het demoniseren of onderdrukken van wat uiteindelijk redelijke kritiek bleek te zijn. De kosten voor de economie, de mentale gezondheid, en het onderwijs van kinderen waren aanzienlijk, en de klap voor het vertrouwen in wetenschap en volksgezondheid was catastrofaal.
Ik heb de polarisatie rond Covid-19 destijds als pijnlijk ervaren. Ik heb redelijke mensen voorgoed zien radicaliseren. Dat kwam omdat de wetenschap als instrument werd ingezet om ‘awareness’ te creëren. Het officiële discours van politici, media en telegenieke wetenschappers liet zo weinig ruimte voor discussie dat veel dissidenten op een onvoorzichtige manier voor ‘wappies’ werden uitgescholden. Het resultaat is dat ze het ook werden. Je kreeg twee kampen waarin de radicaalsten zich voorgoed schikten in hun rol: die van boze wappie of die van hautaine inquisiteur. En nog voor Covid was afgelopen was men in die rol vastgeroest, ongetwijfeld ook omdat men er aanleg voor had.
Een aantal wetenschappers hadden de communicatie gemonopoliseerd en zich gedragen als propagandisten. Sommige gewone burgers gingen daardoor de wetenschap zien als een dogma dat blindelings moest worden gevolgd, of als een samenzwering die nodig moest worden bekampt. En de gevolgen voor het vertrouwen in de wetenschap waren catastrofaal. ‘Zelfs Steven Pinker moet dat toegeven.’
De grenzen aan de vrije meningsuiting
Hoe helder een schrijver zich uitdrukt, kun je vaststellen als hij iets uitlegt wat je zelf ook al hebt proberen uit te leggen. Ik heb al verschillende keren geschreven over de kwestie van het vrije woord, en over de grenzen die daaraan kunnen worden gesteld. De formulering van Pinker in Common Knowledge vond ik bijzonder helder. Hij herhaalt dat het vrije woord ook geldt voor ‘crude, offensive and hateful speech’ en somt drie soorten van uitzonderingen op, terwijl ik er zelf maar twee zag. Ik heb de uitzonderingen van Pinker genummerd:
- misdrijven die door hun aard zelf met woorden worden gepleegd, zoals afpersing, omkoping, laster, fraude en bedreigingen
- onmiddellijke aanstichting tot onwettig handelen
- beperkingen op het tijdstip, de plaats en de wijze van uiting (Het Eerste Amendement geeft je niet het recht om om 3 uur ’s nachts je manifest door een luidsprekerwagen in een woonwijk te schallen, of om je zeepkist midden op een drukke snelweg neer te zetten.)
There are three reasons why an unwelcome opinion should not be suppressed. For all we know, it might be true; even if it’s false, it may contain a grain of truth; and even it’s completely false, showing why it’s false gives us a sounder understanding of what is true.
Zo'n mooie samenvatting zou ik het nooit kunnen schrijven dacht ik. Maar ik heb eens in mijn oude stukjes gekeken, en daar vind ik er eentje van 11 oktober 2015 die op die van Pinker gelijkt.
Dissidenten konden bijvoorbeeld gelijk hebben, zegt Mill, – of half gelijk – je wist maar nooit. En discussie was altijd verrijkend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten