maandag 23 maart 2026

Ignaas Devisch vs. Cofnas, e.a.

 


Ignaas Devisch vs. Cofnas

      Hoewel Ignaas Devisch (DS 23 maart) de aanstelling van Nathan Cofnas als onderzoeker aan de U Gent betreurt, schrijft hij ook

 ... dat je niet aan zelfscensuur mag doen, zelfs als je onderzoeksresultaten maatschappelijk ongemakkelijk zijn … Ik zal het ontslag van Cofnas niet eisen. Gegronde kritiek blijft evenwel op haar plaats.

        Daar ben ik het helemaa mee eens, en dat was ook de strekking van mijn stukje dat ik gisteren aan de rel gewijd heb. Of de kritiek van Devisch zelf tot de ‘gegronde’ soort behoort is een andere kwestie.
     Devisch gebruikt veel scheldwoorden: ‘Cofnas en zijn trawanten,’ ‘obsceen geroep’, ‘Cofnas en zijn kliekje.’
  Hij grijpt nogal gemakkelijk terug naar dubieuze analogieën met ‘de eugenetica die mee de basis gelegd heeft voor politiek moorddadige regimes’. Hij trekt verregaande conclusies uit een algemeen aanvaard beginsel zoals ‘dat ras geen wetenschappelijke categorie is’. En boven alles rijgt hij de intentieprocessen aan elkaar: het enige doel van Cofnas is ‘om aan de bak te komen’, en om met zijn provocaties te bewijzen dat ‘de universiteit woke is.’ Dat zijn in het polemische genre dat Devisch wil beoefenen allemaal geoorloofde kunstgrepen, maar soms is het beter om ze niet allemaal tegelijk in te zetten. Dat laat ik echter volledig aan het oordeel van de polemist over.
     Over het argument dat het ras-en-IQ onderzoek afgesloten is – ‘het zou gek zijn het nog eens over te doen,’ schrijft Devisch – heb ik gisteren als iets gezegd. Ik zal dat niet ‘nog eens overdoen.’ Maar een andere opmerking trok mijn aandacht:

Het komt mij voor dat de betekenis van de academische vrijheid die Cofnas verdedigt, overeenstemt met wat Isaïah Berlin omschreef als “negatieve vrijheid”. Dat negatieve vrijheidsbegrip gaat uit van de gedachte dat anderen je niet mogen hinderen in wat je doet. Grenzen of beperkingen worden consequent geduld als ‘censuur’ of ‘woke’. Of de individuele vrijheidsbeleving mogelijk negatieve gevolgen heeft voor anderen, is vanuit dat perspectief geen overweging … Berlin had het gelukkig ook over een tweede, positief vrijheidsbegrip: vrijheid gericht op de mogelijkheid jezelf te realiseren in relatie tot anderen en de wereld. Dan hou je rekening met de impact van wat je doet, de context waarin je functioneert of de vraag hoe je de vrijheid van anderen en jezelf op elkaar afstemt. 

       Welnee, dacht ik, wat Devisch hier vertelt over de concepten van Isaiah Berlin is helemaal fout. Hij stelt ‘negatieve vrijheid’ voor als egoïsme en ‘positieve vrijheid’ als een evenwicht tussen altruïsme en eigenbelang. Ik hoor hier een pastoor die vanaf de kansel preekt over het verschil tussen ‘vrijheid van’ en ‘vrijheid voor’. Dat heeft allemaal niets met Berlin te maken. Ben ik nu de enige die dat opmerkt? En juist wanneer ik mij klaar maak om over de kwestie in de aanval te gaan, zie ik dat Maarten Boudry op zijn FB-pagina de vervalsing ook heeft opgemerkt:            

 Overigens, Devisch geeft een volkomen verkeerde toepassing van Isaiah Berlins concept van ‘positieve vrijheid’: dat gaat om zelfontplooiing en autonomie, niet om de ethiek van het verantwoord gebruik van vrijheid ten opzichte van anderen.

      De uitleg van Boudry is correct, al heb ik het concept ooit wat polemischer uitgelegd in een voetnoot bij een stuk over Elchardus. Ik citeer hier mijzelf:

 Het 19de-eeuwse onderscheid tussen ‘positieve’ en ‘negatieve’ vrijheden en rechten werd populair dankzij Isaiah Berlin met zijn Two Concepts of Liberty (1958). Bart De Wever gebruikte het in zijn laatste essay in De Standaard. Ook Elchardus gebruikt het onderscheid in Reset, zij het met een zekere tegenzin. Het verschil is niet altijd even duidelijk, biijvoorbeeld bij de migratie- en milieuproblematiek, maar in het algemeen is de negatieve vrijheid van de burger veeleer abstract en inhoudsloos en bestaat erin dat hijzelf om het even wat mag doen of zeggen, zolang hij niemand anders schade berokkent. De positieve vrijheid is concreet en houdt in dat de burger zich ook werkelijk kan ontplooien en daartoe bepaalde goederen, diensten of garanties krijgt van anderen. Persvrijheid is bijvoorbeeld een negatieve vrijheid;  subsidies aan de pers zijn een positieve ‘vrijheid’. Recht op eigendom is een negatieve vrijheid omdat niemand vastlegt wat je met je eigendom moet doen. Een werkloosheidsuitkering is een positieve ‘vrijheid’ omdat de gerechtigde met dat geld, in de woorden van Elchardus ‘greep krijgt op zijn leven.’ Negatieve vrijheden worden in verband gebracht met liberalisme, positieve vrijheden met socialisme.

     Nu geef ik toe dat positieve en negatieve vrijheid moeilijke concepten zijn. Ook Alicja Gescinsca, die zich daarin gespecialiseerd heeft, raakt er niet altijd aan uit. Ik hoorde haar ooit de kwestie uitleggen aan de hand van de Palestijnse vluchtelingenkampen. Het zou een voorbeeld zijn van positieve vrijheid zei ze als de Palestijnen vrij de kampen mochten verlaten en vrij rondreizen. Ik vroeg haar achteraf of het niet juist een kwestie van negatieve vrijheid was die de Palestijnen onthouden werd als hen verboden werd rond te reizen. Ja, zei Gescinsca, ik had dat voorbeeld niet mogen gebruiken.


Livestro over BDW
     Ook de Nederlandse historicus Joshua Livestro geeft commentaar bij de normalisering-uitspraak van Bart De Wever, die hij samenvoegt met vergelijkbare uitspraken van Macron en van de Finse president Alexander Stubb.

Ze illustreren hoe Europa nog altijd niet weet hoe om te gaan met dat op expansie gerichten rijk aan zijn Oostgrens.

     Dat klinkt wat kritisch voor BDW, Macron en Stubb, maar ik geloof dat die drie heren het met zijn analyse eens zullen zijn. Ik ook, al ben ik het meestal niét eens met Livestro. De historicus betoogt dat Rusland drie eeuwen heen en weer zwalpt tussen verzoening met en vijandigheid tegen het Westen, dat die vijandigheid zowel geopolitieke als ideologische redenen heeft, en dat we ons voor de toekomst niet veel illusies moeten maken.

De invasie van Oekraïne heeft laten zien dat Poetins Rusland niet geïnteresseerd is in ene partnerschap op basis van betrouwbaarheid en wederzijds respect. Het beste wat we kunnen hopen in de blijvende confrontatie met Rusland is een wapenstilstand, geen eeuwige vrede.

      Dat lijkt mij een realistische inschatting. We kunnen uit de voorbije drie eeuwen geen conclusies trekken voor de komende drie eeuwen. Uiteindelijk is ook een wellicht definitief einde gekomen aan de eeuwenlange vijandschap tussen Engeland en Frankrijk, en Frankrijk en Duitsland. Maar zolang Rusland een autoritair-nostalgische richting uitgaat, is er weinig beterschap te verwachten. Zo bezien is het stuk van Livestro niet gericht tegen BDW, Macron en Stub, maar tegen degenen die in een ‘nieuwe veiligheidsarchitectuur voor Europa’ een alternatief zien voor een stevige bewapening: Walter Zinzen, Tom Sauer, Dirk Rochtus … 


Peaky Blinders: The Immortal Man
     Peaky Blinders-film verwent de fans, maar overstijgt de serie niet,’ bloklettert De Standaard (23/3). Verwent de fans? Mijn vrouw is fan. Na het bekijken van The Immortal Man zei ze: ‘Slechtste film ooit.’

 

 

4 opmerkingen:

  1. Peaky Blinders: zeer slechte film.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Oef opluchting, net wanneer u wil in de 'aanval gaan' merkt ook Boudry de vervalsing op en stelt hij dat u correct bent. Zo wordt wellicht polemische (< 'oorlog', maar neen ik begin m.b.t. het onderwerp niet over Himmler en Goering) taal voorkomen. Jullie zijn nu met vier om het 'rassenrealisme' van Cofnas te duiden en ja, toch ook wel goed te keuren. Torfs was eerst, Duyck kon niet achterblijven en nu ook u en Robert A. Maundy. Een aardig kwartet, met in totaal niet weinig grijze massa.
    Nu ja, zegt mijn vrouw vanuit de keuken , vier is nu toch ook niet zo veel. Ook waar.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Problematiseerd Berlin het concept van 'positieve vrijheid' ook niet? In die zin is 'gelukkig' ook een vreemde woordkeuze.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Inderdaad. Berlin waarschuwt voor autoritair gevaar waarbij anderen de 'positieve inhoud' van je vrijheid bepalen. De woordkeuze van Devisch ('gelukkig') bewijst dat hij niet weet of vergeten is wat Berlin bedoelde.

      Verwijderen