De gehoorzame vrouw
Van de babyboomers, blijkt uit een ondezoek, vindt 13 % van de mannen dat een vrouw haar man moet gehoorzamen. Dat is een kleine minderheid en dat kan kloppen. Ik ben zelf van de babyboomergeneratie en ik heb nooit gedacht dat mijn vrouw mij moet gehoorzamen. Ik heb een vooroordeel tegenover iedereen die zoiets denkt of zegt.
Toen Charlie Kirk was doodgeschoten, heb ik een en ander over die rechtse propagandist opgezocht. Ik zag enkele filmpjes en las enkele van zijn uitspraken, en een ervan was dat een vrouw haar man moest gehoorzamen. Op slag had ik geen interesse meer voor de man. Ik veronderstelde niet eens dat zijn huwelijk ook werkelijk op zo’n eenzijdige gehoorzaamheid gebouwd was – dat kan ik niet weten, every marriage has its secrets – maar alleen het feit dat hij zoiets zéi, niet in 1850 of in 1950, maar in 2020 was voor mij genoeg. Ik heb er geen bezwaar tegen dat men bij een protestants huwelijk de formule preveld van het Book of Common Prayer (1549) met het voorschrift dat een vrouw haar man moet ‘love, cherish and obey’. Maar je kunt die woorden niet herhalen, vind ik, in politieke propaganda.
Nu lees ik dat van de generatie Z – de generatie van mijn zoon – 31 procent van de mannen vinden dat een vrouw haar man moet gehoorzamen. Dat is problematisch. Komt het door de ‘islamisering’? Is het de invloed van Andrew Tate? Zien we hier een reactie tegen de excessen van woke? Is er een opstand aan de gang van jonge mannen tegen de feminisering van de maatschappij en haar waarden? Dat is allemaal best mogelijk. Maar misschien ook gaat het meer om een leeftijdsverschil dan om een evolutie. De babyboom-antwoorden komen van bezadigde mannen op leeftijd, die van Gen Z van overmoedige jongens die nog niet getemd zijn door het leven en het huwelijk.
En dan moeten we bij zo’n onderzoek ook nog proberen te raden hoe de respondenten de hun voorgelegde vragen hebben geïnterpreteerd. Ik legde de vraag voor aan mijn moeder. ‘Een vrouw moet haar man altijd gehoorzamen, ja of nee?’ Ze wist ze niet goed wat ze moest zeggen. Uiteindelijk zei ze: ‘Man en vrouw moeten samen beslissingen nemen. Dat is al wat anders dan een antwoord met ‘ja’ of ‘nee’, alhoewel het vanuit de logica een ‘nee’ inhoudt als je doordenkt. Maar mogen we ervan uitgaan dat alle respondenten altijd logisch doordenken?
Er is nog een andere kant aan de zaak. In het onderzoek werd ook een andere vraag voorgelegd: ‘Een echtgenoot zou het laatste woord moeten hebben bij belangrijke beslissingen in huis, ja of nee?’ Dat is een vraag van een heel andere soort, en toch is er amper een verschil tussen de antwoorden. Nu zegt 33 procent van de babyboomers ‘ja’ op die stelling in plaats van 31 procent. Het lijkt er wel op alsof ze die twee vragen door elkaar halen.
De vraag over wie het laatste woord moet hebben is vrij moeilijk te beantwoorden. Het antwoord van mijn moeder – ‘samen’ – is hier niet bruikbaar omdat gevraagd wordt wat er moet gebeuren als men er samen niét uitraakt. Je kunt tussen man en vrouw geen democratische stemming organiseren, want ze bezitten elk de helft van de stemmen. Ik meen te weten hoe het er in veel gezinnen aan toe gaat: over sommige kwesties heeft de man het laatste woord, en over sommige kwesties heeft de vrouw het laatste woord.
Er bestaat een oud cafémopje. Een man zegt: ‘Ik mag alles beslissen over de binnenlandse en buitenlandse politiek, en mijn vrouw over al de rest.’ Maar meestal is de toekenning van het laatste woord een veel ingewikkelder zaak, waarbij gewoontes, karakter, taakverdeling, kennis, humeur van het moment, en ‘skin in de game’ allemaal een rol spelen. Voor de renovatie van ons appartement hebben mijn vrouw en ik samen een hele reeks beslissingen moeten nemen. Vaak wisten we achteraf niet eens hoe we tot die beslissing gekomen waren. Sommige kwesties lieten we over aan de architecte. Maar er waren ook kwesties waarvan ik tegen mijn vrouw op voorhand zei: ‘Ik zal nu eerst zeggen wat ik ervan denk, maar wind je niet op want hierover heb jij het laatste woord.’ Ik kan toch moeilijk mijn mening over keuze van behangpapier even zwaar laten doorwegen als die van mijn vrouw die weken piekert over de verschillende tinten wit en groen in de slaapkamer.
Ik heb van Steven Pinker geleerd dat een van de manieren om een speltheoretisch dilemma op te lossen erin bestaat om zonder veel nadenken te grijpen naar het meest in het oog springende antwoord. Dat weerspiegelt niet noodzakelijk het werkelijke gedrag van mannen en vrouwen; het is gewoon het gemakkelijkste, meest stereotiepe antwoord, zeker als de vraag theoretisch wordt gesteld en men er niet, zoals ik, een paar uur over nadenkt.
Mijn veronderstelling is nu dat het traditionele antwoord – ‘de man beslist’ – als eerste opkomt bij alle ondervraagde generaties, als een soort referentiepunt. Maar de babyboomers zijn opgegroeid in een tijd dat vrouwenemancipatie een onbezoedeld ideaal was. Zij verwerpen het traditionele antwoord als gevolg van een bewuste inspanning. De Gen Z’ers zijn opgegroeid in een tijd dat feminisme allerlei bijbetekenissen heeft gekregen. Sommigen van hen – 31 tot 33 procent – verwerpen het antwoord van de babyboomers, en dat doen ze eveneens als gevolg van een bewuste inspanning. Maar noch de boomers noch de Z’ers gaan op het enquêteformulier een klein opstel schrijven over hoe het nu echt zit met die beslissingen tussen man en vrouw.
Verkeersdeskundigen
Van alle deskundigen heb ik het minste vertrouwen in verkeersdeskundigen. Dat komt misschien omdat ik alleen Kris Peeters ken die in die hoedanigheid een column heeft in De Standaard. Die man, heb ik de indruk, streeft niet naar optimaal openbaar vervoer, maar naar maximaal openbaar vervoer. Maar in De Standaard van 12 maart stond nu een column van twee economen dat meer waard was dan tien stukken van Peeters.
In het begin van hun stuk schrijven de economen dat de politieke discussie zich niet mag beperken tot ‘individuele verhalen van mensen die aangewezen zijn op het openbaar vervoer.’ Welnu, ik heb zelf zo’n individueel verhaal. Indertijd legde ik het traject Menen – Grasheide verschillende keren per jaar af met het openbaar vervoer. Ik raakte tot in Mechelen met de trein, en vandaar was er elk uur een bus naar Grasheide. Ik had meestal 2 tot 3 medepassagiers. Die bus rijdt nu maar twee keer per dag meer, voor jongelui van het platteland die in Mechelen op school willen gaan, en voor jongelui van Mechelen die op het platteland op school willen gaan. Zelf moet ik voor die verplaatsing een andere regeling zoeken, door bijvoorbeeld mijn agenda af te stemmen op die van mijn vrouw.
En nu zeggen die professoren dat de politieke discussie niet mag worden beperkt tot mijn verhaal. Ze hebben natuurlijk gelijk. Ze leggen ook uit waar de oplossing ligt: economisch berekenen van optimale tarieven en frequenties, kostprijs afdekken door ticketverkoop, differentiatie tussen spits- en daluren, samenwerking met taxibedrijven en Uber, rekeningrijden voor auto’s. Het heeft geen zin, schrijven zij, om het algemeen prijs- en frequentiebeleid af te stemmen op de groep van de zeer lage inkomens. Voor hen moet er een specifiek beleid zijn met bijvoorbeeld gerichte toelagen.

De Boomer weten uit ervaring dat uiteindelijk de vrouw baas is. De andere generaties wens ik veel courage.
BeantwoordenVerwijderen*Boomers
BeantwoordenVerwijderenMijn eerste reactie op de resultaten van deze enquête was: er zit weer een olifant in de kamer. Hoeveel babyboomers hebben een migratie-achtergrond en welk gedeelte van de jeugd (gen Z en millennials) is opgevoed in een milieu van migranten? In Brussel zou dat volgens Chatgpt meer dan 70% zijn. Als je over vrouw-man relaties spreekt moet men altijd dit soort religieus-ideologische differentiaties voor ogen houden, vind ik. Bovendien denk ik dat de oudere generaties migranten veel beter geïntegreerd zijn dan de
BeantwoordenVerwijderenhuidige jongeren met een migratie-achtergrond.
Ik heb die hypothese ('islamisering') als een van de eerste vermeld. Persoonlijk denk ik ook dat ze zwaarder weegt dan de redenering die ik ontwikkel, maar ik heb geen idee hoe men het onderzoek heeft gevoerd.
VerwijderenHeet hoeft daarom niet de islam te zijn. Ik denk dat bij Afrikaanse of Amerikaanse christenen, sikhs en hindoes nog altijd een zeer conservatieve mentaliteit heerst.
Verwijderen