Het chagrijn van Vandenbroucke
Hier thuis ben ik het die moet sussen als Frank Vandenbroucke op het scherm komt. ‘Wat een stuk chagrijn,’ zegt mijn vrouw, waarop ik dan soms antwoord: ‘Misschien ziet hij er alleen zo uit.’ Maar nu heeft Vandenbroucke in Knack iets gezegd dat bij mij slecht gevallen is. ‘Als de boodschap van Jambon is dat vrouwen harder moeten werken, vind ik dat verwerpelijk.’ Kijk, zo spreek je niet over ‘de boodschap’ van een collega in de regering en in het kernkabinet, hoe graag je een politieke rivaal ook een voetje wil lichten.
Ja, als het moet, kan ik ook keet schoppen over een ongelukkig zinnetje.
Ik neem het iemand als Heleen Debruyne niet kwalijk als ze Jambon verkeerd citeert of begrijpt. Natuurlijk heeft die niet gezegd ‘dat vrouwen zich moeten aanpassen’. Maar hij heeft echt wel iets gezegd dat daarop leek. Hij werd in Terzake geconfronteerd met het vooruitzicht dat veel vrouwen vanwege hun loopbaan een pensioen-‘malus’ zouden krijgen. Zo’n vooruitzicht is speculatief, weet Jambon, omdat ze uitgaat van ongewijzigd gedrag. Dat gaat in tegen een basisinzicht van de economie. Dus had Jambon gelijk toen hij antwoordde: ‘Vrouwen zullen zich aanpassen aan de pensioenregels.’ Om helemaal correct te zijn had hij moeten zeggen: ‘Sommige vrouwen zullen zich aanpassen aan de pensioenregels,’ want er is ook nog zoiets als ‘verschillende elasticiteit’.
Maar Debruyne mag dat gerust anders zien. Ze heeft met de regering niets te maken. Ze moet zich niet verdiepen in de technische kanten van het dossier. Ze moet geen rekening houden met de basisinzichten van de economie. Ze mag zich in een live debat met een politicus proberen staande te houden door wat kort door de bocht te gaan, en door een opponent – hoe zal ik het zeggen: af en toe? – te onderbreken. Iedereen roeit met de riemen die hij of zij heeft. En waarom zou een feministe als Debruyne niet wantrouwig mogen zijn tegenover de motieven van Jambon?
Maar wat geldt voor Debruyne, geldt niet voor Frank Vandenbroucke. Die weet alles af van economie, en ook alles van het pensioendossier, waarvan hij met pijn in het hart moet zien dat het nu door iemand anders dan hemzelf wordt beheerd. Hij is lid van de regering. Hij heeft de hervorming mee goedgekeurd, en hij is prima op de hoogte van ingecalculeerde gedragsverandering. En dan doet hij zo’n laffe hypotetische uitspraak. Als, als … zoiets kan ik ook. ‘Als het de bedoeling van Vandenbroucke was om een collega te belasteren, vind ik hem een stuk chagrijn.’ Maar alleen áls het zijn bedoeling was, nietwaar.
***
En ondertussen wordt met al die verontwaardiging vergeten over welke maatregel het nu eigenlijk gaat. Wouter Duyck vatte het goed samen op X.
Dus. De pensioenhervorming voorziet dat 35 halftijds gewerkte jaren volstaan om vervroegd met pensioen te kunnen gaan zonder malus. En, zorgverlof, moederschapsrust, ziekte en tijdelijke werkloosheid tellen mee als gewerkte periodes. En dàt is in België een ‘sociaal drama’. Mocht u zich afvragen waarom belastingen hier nóóit genoeg zullen zijn.
Helemáál juist is de samenvatting niet. Met 35 halftijds gewerkte jaren komt je er niet. Je zou gedurende die 35 jaar gemiddeld 65 procent moeten hebben gewerkt om vervroegd en zonder malus op pensioen te gaan. Maar met nu eens de helft en dan weer driekwart kom je er wel, als je het een beetje uitrekent.
***
Het is overigens begrijpelijk dat er weerzin bestaat tegen het invoeren van een ‘malus’. Het klinkt als een straf omdat men niet genoeg gewerkt heeft. Toch zit er een eenvoudige logica en een elementaire rechtvaardigheid achter. Neem het voorbeeld van mijn moeder, dat ik hieronder sterk vereenvoudigd weergeef.
Mijn moeder begon eind 1948 te werken als lerares en stopte ermee in 1954, om ‘zorgtaken in het gezin’ uit te voeren. Ze kon dus maar 6 volledige loopbaanjaren voorleggen. Dat was maar 1/5 van de vereiste loopbaan, dus had ze ook maar 1/5 van de sociale zekerheid betaald, en had ze, op haar zestigste, recht op maar 1/5 van haar pensioen. Als dat goed was uitgerekend voor de gemiddelde levensduur van een lerares, moesten haar bijdragen gemiddeld volstaan om dat kleine pensioen te betalen voor de rest van haar leven. Maar dat gaat niet als mijn moeder haar pensioen met alle geweld vijf jaar vroeger had willen beginnen ontvangen, op haar vijfenvijftigste? Dan werd de pensioenperiode vijf jaar langer dan gepland en werd de totale som die moet worden uitgekeerd, groter. Op zo’n moment klopt de rekening niet meer.
Men kan zoiets op twee manieren oplossen. De ene manier is het invoeren van een ijzeren regel: niemand krijgt zijn pensioen ook maar een dag vroeger dan de wettelijke pensioenleeftijd. Of: men laat de burger kiezen: wachten tot de pensioenleeftijd om het volledige bedrag te krijgen, dan wel een wat kleiner bedrag enkele jaren eerder ontvangen. Zonder dat verminderd bedrag profiteren de vervroegde pensioenmensen van degenen die de wettelijke pensioenleeftijd afwachten.
‘Profiteren’ … stel je voor dat Jambon dát woord zou hebben gebruikt.
Hoge hakken
Omdat mijn moeder nogal klein is van gestalte, heeft ze altijd graag schoenen met hoge hakken gedragen. Zelfs nu ze 98 is, wil ze minstens 2 centimeter hak aan haar schoenen, tot wanhoop van twee van haar kleinkinderen die arts zijn. Die hoge hakken-schoenen stelden haar voor een probleem toen ze nog les gaf in Snit & Naad. Ze vond het toen haar plicht om zo elegant mogelijk gekleed te gaan, als voorbeeld voor de leerlingen die moesten leren hoe men mooie kleren ontwerpt en maakt. Ook de accessoires moesten mooi zijn. En als ze een modieuze nieuwe handtas kocht, moest daar een paar passende schoenen bij.
Zoiets was natuurlijk onbetaalbaar, maar gelukkig had mijn grootvader als jongen het vak van schoenmaker geleerd van zijn vader, voor hij naar het conservatorium ging. Hij kon een damesschoentje maken met heel hoge hakken, waar mijn moeder even comfortabel in liep als waren het pantoffels. Voor elk schoenenpaar dat hij maakte, kocht hij een andere leest, zodat de hoek van de schoen perfect was. ‘Als de schoen niet helemáál juist zit,’ zegt mijn moeder, ‘ga je wiebelen bij het lopen, zoals prinses Elisabeth.’
Lange Walter
Van de 16 paracommando’s van Peleton B die in juni 1976 hun rode of groene muts behaalden, zijn er ondertussen al drie overleden. Eerst ontviel ons Jan, de meester van de koordenpiste. Hij was niet helemaal representatief voor het regiment, want hij had een baard en rookte. Dan ontviel ons René. René was op geen enkel vlak representatief. En nu is ook Walter ons ontvallen. Hoewel we maar met 16 waren, hadden we twee Walters: hij was Lange Walter. Met Walter kon ik over films praten. Als ik zei: The Wild Bunch, antwoordde hij: Sam Peckinpah.
Jammer genoeg hebben we het overlijden van Walter pas een maand later vernomen. Daardoor konden we niet aanwezig zijn op de begrafenis, met onze muts discreet in de jaszak. Makkers, vind ik, moeten naar elkaars begrafenis gaan.
Galbraith
Twee keer heb ik proberen iets te lezen van de Amerikaanse econoom Kenneth Galbraith. Toen ik zestien was probeerde ik Kapitalisme en welvaart te lezen. Dat was toen veel te moeilijk. Vijfentwintig jaar later ben ik begonnen in The Culture of Contentment, in de wachtzaal bij de kinesist. Toen waren mijn overtuigingen al zo gevormd, dat de denkwereld van Galbraith mij niet meer kon boeien. Wel herinner ik mij dat hij schreef over het begrip ‘arbeid’ dat volgens hem iets totaal anders betekende voor een arts en een leraar dan voor iemand die op het land of in een fabriek werkt. Die laatste arbeid was voor de meeste mensen onaangenaam.
Een van die mensen was Walter, onze makker in peloton B. Hij was onmiddellijk na zijn legerdienst gaan werken in een chemiefabriek. Als we later samenkwamen, zei hij vaak: ‘Ik kom er eerlijk voor uit: ik werk niet graag. Ken jij iemand die wel graag werkt?’ Als ik aan mijn fabriekjaren dacht, moest ik hem bijvallen. Zou het dat zijn wat Marx bedoelde met arbeid die ons ‘vervreemdt’ van onszelf? En had Marx daar een oplossing voor?
Zeker is dat de afkeer voor zware, repetitieve handenarbeid niet bij iedereen even diep zit. Mijn grootvader werkte graag, mijn schoonvader werkte graag, mijn vader werkte niet graag. Maar ik ken geloof ik niemand die minder graag ‘werkt’ dan mijn zoon, al is hij in zijn vak een halve workaholic.
Logica-grapjes van Tom Wouters
Ik smokkel in mijn teksten kleine grapjes over de invloed van Kant op Hegel ‘en omgekeerd’, of over makkers die naar ‘elkaars’ begrafenis gaan. En ondertussen schrijft Tom Wouters tekstjes waarin hij betreurt dat er zo weinig ‘boeken op ware grootte’ bestaan. Als je wat liefhebbert, is het makkelijker om een grootmeester te erkennen. En van de grootmeester verschijnt binnenkort een boek, In mijn hoofd zwemmen vissen, dat op 19 mei wordt voorgesteld in De Groene Waterman.
Hergé en Vandersteen
De striptekenaars Hergé en Williy Vandersteen hebben van 1948 tot 1958 samengewerkt aan het tijdschrift Tintin/Kuifje. Zoals Hitler grote bewondering had voor Mussolini, en niet omgekeerd, zo had Vandersteen grote bewondering voor Hergé en niet omgekeerd. Toen een van de zonen van Vandersteen midden de jaren 70 de grote Hergé tegenkwam, vroeg die laatste minzaam: ‘Et votre père, est-ce qu’il dessine toujours?’ Ik hoop dat die anekdote is opgenomen in het boek dat Marcel Wilmet aan de samenwerking tussen de striptekenaars heeft gewijd: De reuzen van Beersel, 88 blz. 25 euro.

"stuk chagrijn"?, Mevrouw Clerick, u die van verstandige mannen houdt?Nou nou, praat u nu de taal van uw beddegenoot na, die wat VDB betreft ook het woord "laf" op zijn plaats vindt? Heeft hij wel goed het Knack-artikel gelezen? Zo ja, doet hij dan niet een weinig aan 'cherry picking' om Wouter Duyck na te praten/gunstig te stemmen?
BeantwoordenVerwijderenNeen, wanneer VDB dient beschadigd, hanteert men beter het verstandige Valerie Van Peel verweer (o.m. dat Jambon niet de handigste communicator is).
Wat ben ik weer streng voor wie meer dan driekwart eeuw teruggaat tot 1948 om man-vrouw stellingen te staven. 1948? Was dat niet het jaar dat conservatieve mannen pro vrouwenstemrecht waren omdat ze ervan uitgingen dat vrouwen zouden stemmen zoals hun mannen het hen opdroegen? Kinder, Kuche, Kirche?
Maar ik heb helemaal geen kritiek op de standpunten van VDB over de pensioenregeling hoor, want dat is het regeringsstandpunt. En ik zeg ook niet dat VDB 'laf' is, hoor. Dat merk je wel als je de betreffende zin herleest. Pour tout dire, ik gebruik ook wel eens zo'n sluwe hypothetische wending hoor. Over de mannen en vrouwen en vrouwen in 1948 hoorde ik in mijn geboortedorp andere verhalen. Vooral de communisten waren nog altijd boos. 'De vrouwen luisterden niet naar ons en stemden voor de nonnen en pastoors.' Ik weet ongeveer hoe het toeging bij de generatie ervoor, de ouders van mijn moeder, mijn grootouders dus. Dat was een gemengd huwelijk: man liberaal, vrouw katholiek. Vóór de stembusgang was het mijn overgrootmoeder die stembusadvies gaf aan de zonen, die dan ook braaf katholiek stemden.
VerwijderenOké ik bind in, dat van die "laffe hypothetische uitspraak" heb ik verzonnen.
VerwijderenIn 1948 vreesde links dat vanop de kansel de pastoor de vrouwen zou raad geven in het kieshokje, zoals ze dat deden in bed.
Als men gans het artikel van de Knack leest,vind ik niet dat VDB zo vernietigend is voorJambon,integendeel...Zelf had VDB een 20 jaar geleden een uitstekend pensioenplan,hij was een van de enigen die toen besefte dat het dringend was.Maar Stevaert ontstak in wilde razernij en schoot het luidruchtig af!...Wat het stemgedrag van in 1948 betreft;al wat katholiek was,stemde toen cvp,en mijn moeder zal wel geluisterd hebben naar de pastoor en mijn vader,ha.
VerwijderenNatuurlijk is VDB niet vernietigend voor Jambon. Ik heb nooit gezegd dat hij dom is. Ik neem er een ongelukkig zinnetje uit (toevallig de titel, maar dat is de schuld van Knack). Dat is mijn antwoord op de rel rond een ongelukkig zinnetje van Jambon, dat ik ondertussen ook wat probeer te plaatsen.
Verwijderen@Stuivenberg. Welnee, 'laffe hypothetische uitspraak' staat in mijn tekst. Mocht ik geloven dat FVDB laf is van nature, dan zou ik dat ook wel durven schrijven, maar dat geloof ik niet. Hij lijkt mij juist een koppige en soms roekeloze vechter.
VerwijderenAlles komt goed, immers op dit ogenblik zie ik op het VRT journaal Jan Jambon op het Zangfeest "mooi, 't leven is mooi" zingen. Wel aan dan?
BeantwoordenVerwijderenVrouwen en werken in 1948: mijn moeder moest ontslag geven toen mijn vader benoemd werd op het ministerie. Was er ook niet zoiets in het katholiek onderwijs?
BeantwoordenVerwijderenTuurlijk was dat zo, en niet enkel in het katholiek onderwijs (tussen haakjes waar mijn schoonmoeder-lerares moest aanleren dat coitus interruptus doodzonde was), ook in de jaren'50 in het bedrijf waar mijn vader werkte dienden vrouwen ontslag te nemen van zodra ze zwanger waren.
VerwijderenIn het katholiek onderwijs moesten vrouwen tot minstens in de jaren 50 ontslag nemen als ze trouwden.
VerwijderenPhilip,ter info, niet enkel in het onderwijs, maar het was ook zo in de Bank, dat vrouwen toen ze trouwden, verplicht ontslag moesten nemen.
BeantwoordenVerwijderenDe visie op het welzijn van de gemeenschap was toen in politiek en wetgeving nog sterk verbonden met de zorg voor het welzijn van het gezin en de familie. Sinds de jaren ‘60 is dit stilaan verschoven naar het welzijn van en de zorg voor het individu, waarbij ook de welvaart ons in zijn greep kreeg, met tal van bijkomende eisen.
VerwijderenDit alles had zijn gevolgen.