Francesca Albanese ‘connects the dots’
Die Francesca Albanese is er mij eentje. Krijgt ze een eredoctoraat van drie universiteiten tegelijk, en dan gaat ze op de plechtige uitreiking ervan die universiteiten nog eens de les lezen: dat het niet voldoende is om vóór de Palestijnen te zijn, maar dat je ook tégen Israël moet zijn, en dat een halve academische boycot niet genoeg is, het moet een volledige academische boycot zijn. Het is onbeschaamd, maar het heeft ook iets verfrissends: niets is erger dan saaie dankwoorden. Alleen jammer dat het verfrissende teniet werd gedaan door vulgaire reacties van sympathisanten in de zaal: applaus voor de sneren van Albanese, boegeroep voor genuanceerde geluiden van de rector.
Op de radio hoorde ik dat het eredoctoraat van Albanese ‘omstreden’ was. Dat kwam omdat de universiteiten een ‘politieke’ keuze zouden hebben gemaakt. Was dat ook zo? Rector Leirs liet in zijn toespraak verstaan dat de universiteit géén politieke boodschap wou meegeven, maar hij werd daarin prompt tegengesproken door de gedoctoreerde.
En daarnaast is het natuurlijk de figuur van Albanese zelf die omstreden is. Als ik zeg dat ze een radicaal pro-Palestijnse boodschap brengt, zeg ik niets waar ze niet mee akkoord zal gaan, ook als ze om diplomatieke redenen het woord ‘radicaal’ zou vervangen door ‘consequent’. Zo’n radicale boodschap brengen, behoort tot het vrije woord. Albanese mág dat doen, net zoals die vreselijke Rima Hassan van mij mág verkondigen dat een anti-Joodse aanslag in 1972 een heldendaad was. Goedpraten van terrorisme is niet hetzelfde als een directe oproep tot geweld.
Bij sommige kritieken op Albanese heb ik mijn bedenkingen. Ze wordt een antisemiete genoemd omdat ze ooit sprak over het gevaar van de Joodse lobby. Ze verontschuldigde zich daarvoor en gaf toe dat ze van een ‘zionistische’ lobby had moeten spreken, die overigens veel Joden in haar rangen telt. Maar die zionistische lobby bestáát, net zoals de pro-Palestijnse lobby bestáát. Mag je dat dan niet zeggen? Er bestaan zoveel lobby’s.
Ook heeft Albanese in een grammaticaal ingewikkelde zin te kennen gegeven dat Israël en iedereen die Israël financieel of militair steunt ‘een vijand van de mensheid is.’ Dat opblazen van een plaatselijk conflict tot een kosmische strijd, is voor de buitenstaander een bron van verbazing. Waar komt die bewustzijnsvernauwing vandaan? Er zijn meerdere verklaringen. Vier daarvan – die elkaar niet uitsluiten – zijn: een afkeer van en obsessie met Joden, een wereldwijde solidariteit van de moslims, een intens persoonlijk engagement in precies dát conflict, en een tiersmondistische ideologie die zich vastklampt aan wisselende symbolen: Vietnam, Nicaragua, Palestina …
Met wat ik van Albanese weet, acht ik het waarschijnlijk dat de twee laatste verklaringen doorwegen. En als er van antisemitisme sprake is, zal dat eerder een gevolg dan een oorzaak zijn van haar pro-Palestijnse engagement. Ik heb persoonlijk anti-zionistische militanten gekend die ik wel eens op een emotionele anti-Joodse uitspraak betrapte. Maar ik blijf bezwaar maken tegen het polemisch gebruik van het antisemitisme-woord. Je speculeert daar immers mee, vaak op een smalle basis van enkele uitspraken, over de intenties van iemand. Dat is de fout die Albanese maakt als ze argumenteert over de ‘genocide’ door Israël, en ik probeer diezelfde fout te vermijden. Bovendien, zelfs mocht Albanese een antisemiete zijn, dan is haar antisemitisme ongeveer even ver verwijderd van dat van de nazi’s, als het bloedbad in Gaza verwijderd is van de holocaust.
Maar antisemiet of niet, het was een ongelukkige keuze van de VN om Albanese als rapporteur voor de mensenrechten in de bezette gebieden aan te stellen*. Ze kozen daarmee iemand die in haar verklaringen de VN-resoluties over de twee-statenoplossing, en dus ook het onvoorwaardelijke recht op het bestaan van Israël, in vraag stelt.
‘Let’s call a spade a spade: the two-state solution has been buried under a mountain of crimes … Freedom and equal rights for everyone, regardless of the way they want to live – in two states or in one state – they will have to decide**.’
Voor de functie van VN-rapporteur kies je best geen militante, en dat was Albanese al lang voor haar aanstelling. Het voordeel om een militante te kiezen weegt niet op tegen het nadeel. Je weet dat de militante zich vol overgave op haar taak zal storten, maar je weet niet of ze onpartijdig zal zijn, en of ze de misdaden van het ene kamp niet zal overdrijven en die van het andere kamp zal verzwijgen. Een VN-rapporteur moet niet alleen objectief zijn, maar moet ook een redelijk publiek van haar objectiviteit kunnen overtuigen. Enkele weken geleden zei ze in het Babylon Theater in Berlijn het volgende over de behandeling in Israëlische gevangenissen***:
Men have been raped with metal rods, with batons, with bottles, with dogs. There are Europeans who train dogs to rape.
Die beschuldiging aan het adres van Europese landen die honden zouden trainen op genitale verminking, is niet iets om licht op te nemen. Dan hoor ik zoiets het liefst van een objectieve onderzoeker die getuigenissen rigoureus onderzocht heeft, en die er ondertussen achter gekomen is, in welke Europese opleidingscentra die honden worden getraind.
Het is goed dat de VN toekijkt op de schending van de mensenrechten op de Westbank. Met Albanese zijn we er zeker van dat elke misdaad van Joodse kolonisten gerapporteerd zal worden, maar zal ze bijvoorbeeld ook iets zeggen over de folteringen in de gevangenissen van de Palestijnse Autoriteit op diezelfde Westbank? Ze heeft dat bij mijn weten nog niet gedaan.
Albanese zal wellicht niet akkoord gaan met bovenstaande kritiek. Ze is wellicht, zoals de meesten onder ons, overtuigd van haar eigen objectiviteit. Laat ik daarom iets aanhalen waar ze wel mee akkoord gaat omdat ze het zelf gezegd heeft. Haar taak was het, zei ze op de radio, om de misdaden vast te stellen, maar ze was evengoed bezig met ‘connecting the dots’ zodat er een totaalbeeld van het zionistisch kolonialisme ontstaat.
Dat ‘connecting the dots’ kennen we van de boekjes uit onze kinderjaren. We moesten allerlei punten met elkaar verbinden en als we daarmee klaar waren zagen we de tekening van een dinosaurus verschijnen. Ik vind dat voor een VN-rapporteur een gevaarlijke werkwijze. Hoe groot is dan niet de verleiding om de punten op het tekenblad zo te organiseren dat het beeld ontstaat dat je vooraf wilde zien verschijnen?
Er is niets mis met mensen die de punten met elkaar verbinden. Dat is het werk van politieke analisten, opiniemakers, ideologen en militanten. Maar een rapporteur, vind ik, zou zich moeten beperken tot het leveren van het ruwe materiaal, de scrupuleus geregistreerde feiten. Albanese kijkt door een ideologische bril naar het conflict Israël-Palestina. Dat doe ik tot op zekere hoogte ook. Dat maakt ons allebei ongeschikt om rapporteur voor de VN te zijn.
* Zie mijn eerder stukje over Albanese hier.
** Het lijdt voor mij geen twijfel dat Albanese als radicaal-linkse militante een voorstander is van de Democratische Palestijnse Staat from the river to the sea. Veel minder radicale pro-Palestijnen, die niets met de VN te maken hebben, zijn daar trouwens voorstander van. Maar Albaneses verwoording is diplomatiek en volgt de tiersmondistische demagogie: ‘they will have to decide’. Dat ken ik nog van de Vietnam-manifestaties. Trotskisten speelden open kaart: de Amerikanen weg en Ho Chi Minh aan de macht. De tiersmondistische mao-stalinisten volgden de diplomatieke lijn: de Amerikanen weg en de Vietnamezen zullen zelf moeten beslissen (... dat Ho Chi Minh aan de macht komt). De ironie was dat Ho Chi Minh een trotskistenvretende stalinist was.
*** Een videoclip met de uitspraak over de Europese honden staat hier.
Grensverleggend
Van schandaalverwekkende kunstwerken, opvoeringen en tentoonstellingen wordt wel eens beweerd dat ze grensverleggend zijn: Les demoiselles d’Avignon, Le sacre du printemps, Le salon des refusés. Tijdgenoten hadden de indruk dat ze met iets nieuws te maken hadden, en achteraf bekeken hadden ze gelijk. Maar die indruk is niet altijd terecht. Twee jaar geleden zag ik een toneelstuk dat German Staatstheater heette*. Het bevatte alle vernieuwende kenmerken die in de jaren ’70 gebruikt werden om de goegemeente te choqueren en waar ik als adolescent over gelezen had in het weekblad De Nieuwe. Karel van het Reve vertelde dan weer over nieuwigheden in de jaren ’70 die hij als adolescent in de jaren ‘30 al had gekend. In 2025 lijkt het nieuwe op nieuwigheden van 1975 en in 1975 leek het nieuwe op nieuweheden uit de jaren ’30. Is er dan niets nieuws onder de zon? Of moeten we het nieuwe vooral zoeken buiten het smalle domein van de opzettelijke nieuwigheden?
* Zie daarover mijn stukje hier, onder het kopje ‘Experimenteel theater’
Irritante fictie-personages
Films en boeken hebben een streepje voor als ze erin slagen om sympathieke personages neer te zetten. Maar bij de regel horen een aantal uitzonderingen. Een interessante slechterik kan op zijn manier sympathiek zijn, want dan krijg je een ‘man you love to hate.’ In een komedie kun je aan de slag met irritante nevenpersonages zoals Carmen in F.C. De kampioenen. En in een hálve komedie als Marty Supreme kun je een irritant hoofdpersonage kwijt als hij voldoende redeeming qualities heeft. Maar in Servant, een horrorserie van Night M. Shyamalan, zag ik nu iets wat ik nog niet gezien had: een irritant hoofdpersonage, de moeder, zonder redeeming qualities, en zonder dat je, telkens als ze in beeld is, hoopt op een snelle overgang naar een scène waarin ze niet meespeelt.

De jodenhaat van die overmatig bebrilde feminoïde -wiens naam eerder aan een Oostkust crime family doet denken- is niet normaal. Ooit afgewezen door een Jood misschien?
BeantwoordenVerwijderen"Men have been raped with metal rods, with batons, with bottles, with dogs. There are Europeans who train dogs to rape."
BeantwoordenVerwijderenWow, heeft dat mens ziekelijke fantasieën? Verkrachtingsfantasieën met een hond?
Dat soort dingen vertelden ze indertijd ook over Chili. Linkse fantasieén gaan ver.
Dat van die iron rods in iemands donder steken: heeft ze misschien onthouden uit de franse serie indertijd "les rois maudits"
Ik naar deze blog en die over prof. Cofnan verwezen op mij FB-pagina vandaag. Ze waren excellent.
BeantwoordenVerwijderenDeze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderen"Goedpraten van terrorisme is niet hetzelfde als een directe oproep tot geweld." Ik weet dat eigenlijk niet. Je zou kunnen zeggen dat goedpraten van terrorisme geen terrorisme is, zoals het goedpraten van het bombarderen van Dresden of Nagasaki niet hetzelfde is als als het bombarderen van Dresden of Nagasaki, daar zijn immers bommen voor nodig, geen woorden, maar je stemt toch in met dat terrorisme of die bombardementen en je geeft de verantwoordelijken (terroristen dan wel regeringen) toch impliciet toestemming om nog eens hetzelfde te doen als de nood aan de man komt. Dat komt toch dicht bij 'goedkeuring' of 'oproepen tot'. Ik weet wel dat die terroristen en regeringen jouw of mijn toestemming niet nodig hebben, laat staan onze oproep, maar dat is in dit geval naast de kwestie.
BeantwoordenVerwijderenHet gaat mij niet om de morele kwalificatie maar om de wetgeving. In de wetgeving hoort een bepaling te staan tegen directe oproepen tot geweld, maar niet tegen 'goedpraten van terrorisme'. Met zo'n wetgeving zou je ook iedereen die Israël verdedigt kunnen vervolgen omdat hij 'de terrorist Netanyahu' goedpraat.
Verwijderen