zaterdag 16 mei 2026

Albanië-reis 1975

 


Albanië-reis 1975
   In 1975 nam ik met een vijftigtal geloofsgenoten deel aan een communistische studiereis  naar Albanië. We reden met de bus, eerst door een reeks kapitalistische landen, dan door het slechts half socialistische Joegoslavië, om dan ten slotte in het enige échte socialistische land van Europa enkele weken rond te toeren. De rivaliteit tussen Joegoslavië en Albanië indertijd was goed zichtbaar aan de grens. De Joegoslaven hadden in hun gebergte met rotsblokken de slogan ‘Leve Tito’ aangebracht. Dat was om de Albanezen te jennen. Maar de Albanezen lieten niet op hun kop zitten. Ze hadden aan hun kant van het gebergte de slogan ‘Leve Enver’ aangebracht. Gelukkig was de grensstreek niet dichtbevolkt, zodat slechts weinig Joegoslaven en Albanezen dagelijks die verheerlijking van de vijandige leider moesten ondergaan.
     Het oversteken van de grens was een heel ritueel. Geïllustreerde tijdschriften werden in beslag genomen omdat ze decadente luxe aanprezen. Westerse literatuur was ook niet welkom. Een medereiziger had een boek bij van Thackeray. Dat moest hij afgeven, ondanks zijn uitleg dat Thackeray een groot realist was die het Engelse kapitalisme van de 19de eeuw had aangeklaagd. Ook brede broekspijpen en lang haar werden beschouwd als kapitalistisch. Je moest je haar laten bijknippen en een broek lenen van iemand anders die de richtlijnen op voorhand beter had ingestudeerd. Dat werd allemaal goed gemaakt door de rode vlaggen die buiten en binnen de fabrieken hingen; zo’n rode vlag was in een Belgische fabriek niet denkbaar, wat mooi het verschil tussen socialisme en kapitalisme illustreerde. Na de reis ben ik kleine zaaltjes diavoorstellingen gaan geven waar veel van die rode vlaggen in voorkwamen.
     Vandaag herinner ik mij van de reis niet zoveel meer. We hebben geloof ik veel fabrieken bezocht, en veel minuten stilgestaan voor standbeelden van gevallen helden. Er stond een atheïstisch museum op het programma. Ons hotel lag op een mooi zanstrand. Een cynicus in het gezelschap – er is er altijd één - maakte er zelfs een grapje over: ‘Zie je hoe wit en fijn het zand hier is? Dat is dankzij kameraad Enver. Vóór het communisme was het zand hier ruw en asgrauw.’
     Wat mij nog het meeste bijgebleven is zijn de revolutionaire liederen die we zongen toen we verbroederden met communistische groepen van andere landen. Iedereen kende Bella Ciao. Maar vooral zongen we op de bus. De partijleiding had een brochure gemaakt met revolutionaire liedjes. Dirigente Lieve Fransen – zo staat ze vermeld op latere Palestina-manifesten – zorgde ervoor dat we maat hielden. Wat we het vaakst zongen was het Lied van de Revolutionaire Jeugd.

     Hajde të punojmë, 

     djersën ta kullojmë, 

     se ndërtojmë 

     Shqipërinë e re.

 

     Laten we werken

     laten we zweten

     want we bouwen

     het nieuwe Albanië.

     Ik zing die Albanese versie nog wel eens als ik alleen thuis ben.


De vernielde woningen in Gaza
       In de Gaza-oorlog zijn ongeveer 70.000 Palestijnen omgekomen door Israëlische bommen en kogels. Door in de statistieken het aantal jonge mannen af te zetten tegen vrouwen, jonge kinderen en bejaarden, kan men gaan extrapoleren. Wellicht waren 1/3 van de slachtoffers militairen van Hamas en 2/3 burgerslachtoffers. Met andere woorden 2 procent van de burgerbevolking is omgekomen in een oorlog die bijna 2 jaar heeft geduurd.
    Eigenlijk heb ikzelf intuïtief een véél, véél groter aantal slachtoffers in mijn achterhoofd. Dat komt door de beelden van de vernietigde huizen die ik zo vaak op het Nieuws gezien heb. 65 procent van de woningen is totaal vernield. Mijn intuïtie past diezelfde verhouding haast automatisch toe op het aantal doden. Wie kan in godsnaam zo’n vernieling overleefd hebben?
     Maar dan lees ik in de dagelijkse FB-post van Paul Cordy over het bombardement van Rotterdam op 15 mei 1940: de binnenstad werd verwoest, er waren meer dan 700 doden en 80.000 mensen waren dakloos. Ik denk dan: máár 700 doden? 


Marx en Darwin (en Smith)
     In zijn grafrede voor Karl Marx (1818-1883) maakte Friedrich Engels een vergelijking tussen het historisch materialisme en de evolutieleer. 

 Zoals Darwin de wet van de ontwikkeling van de organische natuur heeft ontdekt, zo ontdekte Marx de ontwikkelingswet van de menselijke geschiedenis: het tot dusver onder ideologische woekerplanten verborgen feit dat de mensheid allereerst moet eten, drinken, wonen en zich kleden, voordat zij politiek, wetenschap, kunst, religie etc. kan beoefenen; dat dus de productie van de directe stoffelijke levensmiddelen, en daarmee de op verschillende tijdstippen bereikte trap van economische ontwikkeling van een volk of tijdperk, de basis vormt waaruit de staatsinstellingen, de rechtsopvattingen, de kunst en zelfs de godsdienstige voorstellingen zich hebben ontwikkeld en waaruit zij dus ook verklaard moeten worden — en niet omgekeerd, zoals tot nu toe gebeurde.

     De gelijkenissen tussen de twee theorieën kunnen niet worden ontkend. Het zijn allebei uiterst eenvoudige theorieën die verklaren waarom iets evolueert: het leven op aarde bij Darwin en de mensenmaatschappij bij Marx. Het zijn allebei onweerlegbare theorieën. Als je de theorie van Marx of Darwin één keer gehoord hebt, kun je er eigenlijk niet aan twijfelen dat ze waar moét zijn. Je kunt in de hele natuur geen dier vinden dat niet op enige manier ‘aangepast’ is aan zijn niche, want zon variant maakt geen kans om de struggle for life te overleven, en je kunt in de hele geschiedenis geen filosoof vinden die niet allereerst moest eten, drinken, wonen en zich kleden.
     Een andere gelijkenis is dat Marx en Darwin een revolutie in het denken betekenden. Vóór Darwin kon alleen een Goddelijk plan de verscheidenheid in de dierenwereld verklaren. Dat plan werd nu vervangen door willekeurige mutaties die achteraf door de omgeving zelf werden geselecteerd of weggeselecteerd. Vóór Marx kon je de evolutie in de ideeënwereld alleen verklaren door de willekeurige gedachten van grote denkers die hun ideeën rechtstreeks van God kregen of omdat er een appel op hun hoofd viel. Die grote denkers werden nu vervangen door een materieel kader dat de ideeënwereld mogelijk maakte en begrensde.
     Maar die gelijkenis brengt ons ook bij twee verschillen. Darwin heeft het oude idee over de diersoorten vollédig verdrongen. Geen enkele bioloog werkt nog met het idee van een voorafgaand plan. Er is geen sprake van om het oude plan-idee te combineren met het nieuwe mutatie-idee. Maar bij Marx is het niet zo gegaan. Het historisch materialisme heeft de oude idee van individuele inspiratie helemaal niet vollédig kunnen verdringen, zelfs niet onder de eigen aanhangers. Ook de strengste marxist geeft toe dat er een wederzijdse beïnvloeding is tussen de materiële wereld en de ideeënwereld. Je vindt echter geen darwinist die ervan uitgaat dat er een wederzijdse beïnvloeding is tussen de willekeurige mutaties enerzijds en een of ander onderliggend plan anderzijds.
      Een tweede verschil betreft de rol van de ‘willekeur’ in de verklaringen. Hier zijn Marx en Darwin bijna elkaars tegengestelde. Darwin brengt willekeur binnen langs zijn idee van mutaties, Marx probeert willekeur uit te sluiten door individuele inspiratie een kleinere rol toe te bedelen. Hij is en blijft een leerling van Hegel die gelooft in een grandioos schema dat de wereldgeschiedenis regelt. Darwin van zijn kant is meer verwant aan Adam Smith. Nozick neemt Darwins evolutieleer op in zijn lijst van ‘invisible hand explanations.’ 

 

1 opmerking:

  1. "Marx (...) is en blijft een leerling van Hegel die gelooft in een grandioos schema dat de wereldgeschiedenis regelt." Daarom is het marxisme zo gemakkelijk een soort religie wordt.
    Als ik uw reisverslag naar Albanië lees, heb ik herinneringen aan de Lourdes-reizen die ik als kind maakte. Gezellig in de bus, Maria-liederen zingen, driftige pastoortjes die jonge vrouwen erop wezen dat ze hun hoofdhaar en hun blote armen moesten bedekken in de buurt van De Grot. Uitstapjes naar het armelijke huisje van Bernadette Soubirous en geen rode vlaggen maar wel alomtegenwoordige afbeeldingen van de Heilige Maagd.

    BeantwoordenVerwijderen