vrijdag 15 mei 2026

Taalsociologen over thuistaal op school


     In De Standaard verscheen een opiniestuk van vier experts, waaronder Wouter Duyck en Dirk Van Damme, over de vraag of de thuistaal van migrantenkinderen moest worden ingezet in het onderwijs. De vier experts vonden dat géén goed idee. Andere experts, taalsociologen bijvoorbeeld, denken daar anders over. Ze halen studies aan die het succes van thuistaalonderwijs documenteren. Maar, schrijven Duyck en co,  die studies zijn niet toepasbaar op onze superdiverse klassen. Ze gaan bijvoorbeeld over Mexicaanse migrantenkinderen in de VS waar kinderen in het Engels en het Spaans onderwezen worden door perfect tweetalige leerkrachten. Conclusie: ‘Dat is in geen enkel geval bruikbaar in Vlaanderen, waar je van leraren niet kunt verwachten de vijftien thuistalen in de klas te beheersen, een voorwaarde voor dat succes.

     Zonder dat te weten van die Mexicaanse kinderen had ik de taalsociologische studies ook niet geloofd*. Sociologie is maar een halve wetenschap. Ze is in staat om de conclusies van ons gezond verstand te bevestigen of te nuanceren, maar niet om ze, zoals de fysica, tegen te spreken. Ik zal nooit veel geloof hechten aan een sociologische studie die huis-tuin-en-keuken logica tegenspreekt. Ik zal er mijn mening niet door omgooien, maar hoogstens, na zelfonderzoek, wat bijstellen. Of het zou moeten gaan om héél grootschalig onderzoek dat op héél transparante wijze tot héél dwingende conclusies leidt. 

     Bij de economische wetenschap is dat anders. Het gezond verstand vertelt ons dat een land rijk is als het veel goud in de schatkist heeft, of meer uitvoert dan het invoert. Adam Smith toonde aan dat dat niet zo was. Het gezond verstand vertelt ons dat een land niets moet invoeren wat het zelf beter kan produceren. Ricardo toonde aan dat dat niet altijd opgaat. Het gezond verstand vertelt ons dat een ordelijk geleide economie beter functioneert dan de chaos van de vrije markt. Mises toonde aan dat het omgekeerd was.

     Laatst vond ik in de mémoires die Gérard Roland op substack publiceert een treffende illustratie van dat verschil tussen economie en sociologie. Roland heeft intensief bestudeerd hoe de overgang van socialisme naar kapitalisme verliep in Oost-Europa en China. Het is op zich niet erg logisch dat de invoering van de vrije markt in het ene geval tot economische groei, en in het andere geval tot economische achteruitgang leidt. Als econoom slaagde Roland erin om verfijnde modellen uit te werken die dat verschil verklaren. Die modellen, daar zou ik nooit opgekomen zijn.

     Maar na 20 jaar modelbouw wilde Roland eens iets anders proberen. Hij wilde zijn geluk proberen met empirische studies die een meer sociologische methodiek vergen. Zo wou hij weten wat de voorwaarden waren voor het ontstaan van ondernemerschap. Welk soort mens werd een ondernemer? Welk soort mens werd een succesvol ondernemer? En wat bleek uit zijn uitgebreid onderzoek? Vooral kinderen van ondernemers werden ook ondernemer. En vooral slimme ondernemers waren succesvol. Beroepskeuze was gelinkt aan familie en succes was gelinkt aan intelligentie. Had Roland het tegenovergestelde ontdekt, dan had ik moeite gehad om hem te geloven.
     ‘We found no smoking gun,’ schrijft hij. Precies. Sociologische studies die wel een ‘smoking gun’ vinden zijn verdacht. Om nog te zwijgen van psychologische studies, waar ‘smoking guns’ schering en inslag waren tot de replicatiecrisis van 2015 iedereen weer met beide voetjes op de grond zette.

 

* Ik heb in het verleden al enkele stukjes gewijd aan de ‘thuistaal’-kwestie. Zie o.a. hier, hier, hier en hier.    

Geen opmerkingen:

Een reactie posten