Van Goethem over het Gaza-activisme
De goede Herman Van Goethem, oud-rector van Gent, maakte in een opiniestuk in De Standaard enkele kritische bedenkingen bij het Gaza-activisme. Hij steunt veel aspecten van het activisme, keert zich tegen het ‘schandelijke’ beleid van Israël, en vindt dat de EU het associatieverdrag met Israël moet opschorten ‘tot wanneer het land een fundamentele koerswijziging laat zien.’ Hij is het dus met veel doelstellingen van de activisten eens, maar daarnaast zijn er enkele aspecten van de beweging die hem niet bevallen. Ik parafraseer zijn standpunten:
- bezetting van universiteiten is een ongepast actiemiddel
- het boycotten van een Israëlisch dirigent getuigt van onverdraagzaamheid
- een deel van het Palestina-beweging heeft al te veel begrip voor Hamas en Hezbollah
- extreemlinkse partijen buiten de kwestie uit
- jonge ‘woelwaters’ verzinken door het gaza-activisme in onvruchtbaar extremisme
- de polarisatie wakkert het antisemitisme aan dat zich uit in agressie tegen chassidische joden*
- de Palestina-activisten staan niet open voor een rationele dialoog met de Israël-sympathisanten.
Ik heb heel wat reacties gelezen op het stuk van Goethem, maar weinige daarvan gingen in op een van de zeven bedenkingen. Alleen ‘Brusselse theatermaker’ Peter Vandenbempt zei in De Standaard iets over het tweede punt, over het concert met een Israëlische dirigent:
‘Heeft dat concert werkelijk zo’n maatschappelijke belang dat het belangrijker wordt geacht dan de dood van duizenden onschuldige burgers?’ **
Als ik die redenering volg mag ik morgen uit protest Het meisje met de parel met een mes bewerken omdat het maatschappelijk belang van dat schilderij niet opweegt tegen de dood van duizenden onschuldige burgers.
Maar de meesten reageerden dus niet op de concrete punten van kritiek, maar gooiden zich op de algemene uitspraken die Van Goethem deed over het activisme:
Activisme mag tot op zekere hoogte nodig zijn om moeilijke dossiers te agenderen en in de richting van een oplossing te stuwen, er zijn ook grenzen. En dan moet je ook tijdig op de rem staan … De vraag is wel: hoever anti-Israël activisme kan gaan? … Activisme staat voor extreem gedrag, voor een strategie met overdrijvingen en simplificaties, waarbij amper plaats is voor redelijkheid en nuance … Polarisering is een context van verblinding zonder luisterbereidheid … Zoiets staat haaks op de educatieve en maatschappelijke opdracht van universiteiten en hogescholen. In zulke polarisatie mogen we niet meestappen. Het effect van toegevingen is alleen van die aard om de polarisering verder aan te zwengelen, waarbij de instelling zelf in een extreme hoek belandt. Een instelling die zichzelf respecteert, laat ruimte voor een diversiteit aan opinies.
Van Goethem spreekt de ene keer van ‘activisme’ en de andere keer van ‘extreem activisme’, maar het is duidelijk dat hij altijd die laatste kwalijke variant bedoelt. Het is het extremisme dat kiest voor harde actie, onverdraagzame eisen, simplificatie boven nuance, en slogans roepen boven redelijke discussie.
Wat is er eigenlijk verkeerd aan wat Van Goethem schreef? Ik citeer uit een representatieve reactie op de FB-pagina van EV:
Een merkwaardige uitspraak voor een historicus. En historisch blind bovendien. Zonder activisme geen vrouwenrechten, geen burgerrechten, geen sociale rechten. Macht noemt verzet altijd ‘extreem’ zodra ze werkelijk wordt uitgedaagd. Onder het mom van “verbinden” wordt vervolgens gevraagd om stiller, braver en minder confronterend te zijn. Activisme moet blijkbaar vooral ongevaarlijk blijven voor bestaande machtsstructuren. Maar vooruitgang kwam nooit voort uit gehoorzaamheid of beleefd zwijgen. Ze kwam van mensen die durfden te storen, blokkeren en weigeren.Wat vandaag op universiteiten gebeurt, is geen irrationaliteit of “gevaarlijke polarisering”, maar morele verontwaardiging. Studenten en academici die protesteren tegen oorlogsmisdaden en schendingen van het internationaal recht worden verdacht gemaakt omdat ze weigeren weg te kijken. Des te vreemder klinkt dit uit de mond van de voorzitter van het Hannah Arendt Instituut. Hannah Arendt waarschuwde net voor gedachteloze gehoorzaamheid, conformisme en het normaliseren van onrecht. Activisme is niet het probleem. Het toont dat een samenleving nog een geweten heeft. En dat sommigen nog de hoop koesteren dat zaken kunnen veranderen. Activisme is niet het probleem. Onverschilligheid en passiviteit zijn dat wel. En uitspraken als deze [van Van Goethem] ook.
Er valt op de argumentatie van Van Goethem wel wat aan te merken, maar bij die van E.V. is dat nog meer het geval. Haar impliciete definitie van activisme is iets als een ‘opstand tegen de bestaande machtsstructuren vanuit een morele verontwaardiging.’Daarbij lijkt ze te vergeten dat er ook een extreemrechts activisme bestaat dat eveneens vanuit een morele verontwaardiging in opstand komt tegen machtsstructuren. Ze kan bijvoorbeeld denken aan de acties van Dries Van Langenhove aan de UGent. En een historicus als Van Goethem zal misschien denken aan de studentenacties indertijd om Duitse universiteiten Judenfrei te maken.
E.V. haalt de historische voorbeelden aan van ‘vrouwenrechten, burgerrechten en sociale rechten’. Dat zijn sprekende voorbeelden van wat Van Goethem noemt het ‘agenderen van moeilijke dossiers om ze in de richting van een oplossing te stuwen.’ Ik voel achteraf – want ik was er niet bij – veel sympathie voor de emancipatiebewegingen die E.V. aanhaalt, maar ik heb er mijn twijfels over hoe belangrijk die bewegingen geweest zijn bij de gunstige maatschappelijke ontwikkelingen die erop volgden*. Het activisme móet een rol gespeeld hebben, dat is evident, maar hoe gróót was die rol? Ik heb in mijn leven veel maatschappelijke ontwikkelingen gezien – democratisering van het onderwijs, vrijere seksualiteitsbeleving, minder autoritaire opvoeding – waarbij de rol van het activisme, en al zeker het activisme in de strikte zin, veeleer klein was.
Activisme, vindt E.V., mag niet stil, braaf, gehoorzaam of beleefd zijn. Het is door de confrontatie op te zoeken dat ‘de macht echt wordt uitgedaagd.’ Zelf vond ik dat als jeugdige activist ook, en er zit ook een kruimel waarheid in. ‘Weet dan dat uw stem door niemand wordt gehoord / zolang gij staam’lend bidt en bedelt voor de poort,’ citeerde ik instemmend.
Maar ondertussen ben ik daarin veranderd. Mocht ik nu verbonden zijn aan de UGent, dan zou ik ernstige meningsverschillen hebben met ‘de macht’ en ‘de machtsstructuren’ aldaar. Ik zou het zeker niet eens zijn met de beslissing om elke samenwerking met Israëlische universiteiten stop te zetten. Maar ik zou mijn protest, misschien niet stil, maar dan toch zeker beleefd, formuleren. En ik zou zeker niet al trekkend en duwend universiteitsgebouwen binnendringen en bezetten om mijn eisen af te dwingen.
Mij persoonlijk zit die langdurige bezetting van universiteitsgebouwen als drukkingsmiddel mij nog het meeste dwars. Je kunt al eens de straat optrekken, een kruispunt blokkeren, of je ergens laten vastketenen aan de poort van een bedrijf dat handel drijft met Israël. Maar universiteiten vragen een andere aanpak. Die moeten, zoals Herman van Goethem schrijft, een ‘vrijhaven’ zijn, ‘met ruimte voor een diversiteit aan opinies.’ Het is een plaats om te discussiëren, niet om te roepen. Wie Palestina-sympathisant is, moet er de discussie opzoeken met een Israël-sympathisant. Het is een plaats waar je een tegensprekelijk debat moet kunnen organiseren tussen, zeg, Ilan Pappé en Georges Bensoussan.
Met haar verwijzing naar Hannah Arendt aan het einde van haar reactie, gooit E.V. er nog een vals dilemma bovenop. Ze stelt het voor alsof er maar twee keuzes zijn: hard activisme enerzijds, en anderzijds: ‘gedachteloze gehoorzaamheid, conformisme en het normaliseren van onrecht.’ Dat is niet zo, en men moet de opinie van Van Goethem al heel kwaadwillig lezen om er een oproep tot ‘onverschilligheid en passiviteit’ in te zien.
* Van Goethem spreekt van straatagressie tegen mensen met een keppeltje, en van het ‘problematiseren van een duizendjarige praktijk van besnijdenissen.’ Die laatste verwijzing is ongelukkig omdat het protest tegen onhygiënische besnijdenissen volgens mij niet veel, en in elk geval niet noodzakelijk, te maken heeft met Gaza-activisme.
** Als voorbeeld van hoe hij zelf een steentje heeft bijgedragen tot de bevrijding van Palestina, vertelt Vandenbempt dat hij twintig jaar geleden een voorstel heeft afgeslagen om op te treden in Israël.
*** Chronologisch ging activisme vaak vooraf aan een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling, maar het vraagt subtieler onderzoek om uit te maken of er ook een causaal verband is. Het is de eeuwige vraag van ‘post hoc’ en ‘propter hoc.’
Slordig taalgebruik
In zijn Amerika-boek weegt Tocqueville de voor- en nadelen af van democratische en aristocratische naties. Een nadeel van de democratische naties is dat er slordig taalgebruik heerst. Er is geen elite die de ‘bon usage’ dicteert, iedereen doet maar wat, en de meerderheid, dan wel de luidruchtige minderheid, bepaalt welke woorden er gebruikt worden, en wat ze betekenen. Dat is democratie.
En volgens Tocqueville leidt die democratie in de taal dan tot vaag, slordig, abstract, sensationeel en modieus taalgebruik. Hij geeft voorbeelden van zijn eigen taalgebruik dat onder democratische invloed overdreven abstract geworden is. Hij spreekt bijvoorbeeld vaak over ‘gelijkheid’ alsof dat een persoon was die bepaalde zaken verhindert of bevordert. In beter tijden sprak men alleen van gelijkheid tussen concrete mensen met betrekking tot concrete zaken, schrijft Tocqueville, zonder personalisering van abstracte begrippen. ‘Les hommes du siècle de Louis XIV,’ ‘n’eussent point parlé de cette sorte.’ Terloops zij opgemerkt dat zijn eeuwgenoot Flaubert dan weer geen ‘double génitif’ zou gebruikt hebben als ‘… du siècle de Louis …’.
Het ergste vindt Tocqueville dat woorden hun precieze betekenis verliezen.
Ik zou liever hebben dat men de taal liet overwoekeren met Chinese, Tartaarse of Huroonse woorden, dan dat men de betekenis van de Franse woorden onzeker zou maken.
Vandaag komt het gevaar van overwoekering niet van het Chinees, het Tartaars of het Huroons maar van het Engels. Op zijn FB-pagina plaatste Geraard Goossens onlangs een transcriptie die veel aandacht kreeg. Een Vlaamse popzanger had in een interview verteld over zijn muziek, en had daarbij een overvloed aan Engelse woorden gebruikt. Dat hij bij het zingen ‘een bepaalde energy channelt’, dat hij zijn ‘heroes close heeft in spirit’ en dat hij zijn ‘full body in de energy steekt om tot een build-up te komen die kind of screamt’. Zijn gedachten noemt hij zijn mind, intiem noemt hij intimate en een reden noemt hij een reason.
Nu moeten we hier verschillende zaken onderscheiden. Het is op zich al moeilijk om over kunst te praten. Je hebt schrijvers die prachtig schrijven maar wauwelen als ze over hun werk moeten praten. En dan zwijg ik nog over schilders. Ook hebben sommige mensen - uit alle klassen van de bevolking - nu eenmaal geen aanleg om goed te formuleren in gesproken taal. Koen Meulenaere maakte soms transcripties van wat Jean-Luc Dehaene op de televisie verteld had, en dat was ook wartaal. Maar JLD gebruikte tenminste niet te pas en te onpas Engelse woorden, en had niet de gewoonte om zoals onze Vlaamse popzanger de helft van zijn zinnen te eindigen met ‘of zo’.
Als ik mag kiezen, stoor ik mij meer aan dat stopwoord ‘of zo’ dan aan een woordeke Engels. Als hij iets bewondert, zegt de Vlaamse popzanger: nice!. Ik zou dat misschien ook zeggen, of misschien wel génial zoals de Fransen, muy bien zoals de Spanjaarden of ganz toll zoals de Duitsers, alhoewel die laatsten hoe langer hoe meer ook nice zeggen.
Dat overdadige Engels in de spreektaal is zowel een teken van taalarmoede, luiheid, snobisme en modegevoeligheid. Maar er is weinig boos opzet. Het gebeurt niet bewust. In gesproken taal valt daar niet veel tegen te beginnen. Alleen al het vermijden van stopwoorden vergt veel concentratie. En wat moet je doen als je in het vuur van je betoog de Nederlandse vertaling van ‘channeling energy’ niet vindt? Zwijgen? Een pauze inlassen?
Dat ‘of zo’, daarentegen, daar kun je iets aan doen. Ik had leerlingen die er bij een eerste spreekbeurt ook veel of zo’s tussen gooiden. Ik maakte daar snel een opmerking over vóór de medeleerlingen dat konden doen. Als die of zo-leerlingen dan hun best deden, ging dat bij de volgende spreekbeurten al veel beter.
Antifa
Woorden hebben in de dagelijkse toepassing soms een betekenis die afwijkt van de oorspronkelijke, etymologische betekenis. Als ik het woord antifa gebruik, pas ik dat begrip toe op de kleine groepjes relschoppers die zichzelf zo noemen. Maar op FB las ik een commentaar waarin de etymologische betekenis werd hersteld. Antifa betekende gewoon antifascisme, en dat betekende op zijn beurt niets anders dan dat je een tegenstander van het fascisme was. Wat was daar nu mis mee?
Het deed mij denken aan de redenering van Karel van het Reve die zichzelf in de jaren 70 anticommunist noemde. Dat woord kreeg toen vaak de toegepaste betekenis van ‘voorstander van extreemrechtse, autoritaire, nationalistische regimes’. Karel van het Reve was daar allemaal géén voorstander van. Hij gebruikte gewoon de oorspronkelijke betekenis: ‘tegenstander van het communisme.’
Toch is er een verschil tussen de dubbelzinnigheid van het begrip ‘anticommunisme’ in de jaren 70 en van het begrip ‘antifascisme’ nu. In de jaren 70 bestond er in Europa een groot blok van landen en partijen die zichzelf communistisch noemden. Je kon voor of tegen dat blok zijn. Was je tegen dat blok, dan was je een anticommunist in de etymologische betekenis én in de de meest voor de hand liggende toegepaste betekenis.
Je kunt dat verschil ook anders benaderen. Je had indertijd zelfverklaarde pro-communisten waar je dus tegen kon zijn. Maar waar zijn vandaag de zelfverklaarde pro-fascisten? Waar is vandaag dat fascistisch blok van landen en partijen? Waar zijn vandaag de leiders die je ‘fascisten’ kunt noemen? Tom van Grieken? Bart De Wever? Georges-Louis Bouchez? Dat is niet ernstig. Tijdens het Europese interbellum en de Tweede Wereldoorlog, tóen had je fascisten en anti-fascisten. De etymologische en de logische, toegepaste betekenis vielen samen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten