Op mijn vorige stukje over Aumann kreeg ik een leuke reactie van een PVDA-vriend: ‘Interessant maar ik had een verdediging verwacht van een nieuw dieptepunt van je N-VA-vrienden, namelijk de besparing van 11 miljoen euro op de schoolbussen voor kinderen met een beperking.’ De besparing is ondertussen afgevoerd, maar dat doet er nu niet toe.
Dat sarcasme van de boodschap was mij liever dan de gebruikelijke morele verontwaardiging. Maar verdedigen? Ik denk er niet aan. Elke besparing op dat busvervoer is een argument voor de vijanden van goed onderwijs zoals Bart Brinckman van De Standaard. Die grijpen dat aan om overal het buitengewoon onderwijs te vervangen door inclusief onderwijs.
Bovendien is elke besparing op het buitengewoon onderwijs heel slechte publiciteit voor de partij. Als ik lid was van N-VA, had ik de voorbije dagen in paniek iedereen opgebeld, geschreven en gemaild dat ze die maatregel onmiddellijk moesten doen intrekken*. En als ik spindoctor van de partij was, had ik voorgesteld om die 11 miljard te halen bij het cultuurbudget van Caroline Gennez.
Maar ik ben geen N-VA-lid. Ik heb niets te verdedigen of te veroordelen of – ook mooi – te begroeten. Die werkwoorden moeten geloof ik in de wij-vorm worden vervoegd. De veel te vroeg gestorven PVDA-journalist Wim D. schreef zo. Hij ging op reportage naar Marokko, kwam terug met straffe verhalen die hij op café vertelde, maar in de partijkrant werd dat al gauw: ‘We begroeten de heldhaftige strijd van het Polisariofront voor de algehele bevrijding van de westelijke Sahara.’ Ik zie het mij al doen. ‘Wij begroeten vanachter ons klavier de heldhaftige strijd van kameraad Annick De Ridder om de uitgaven voor openbaar vervoer onder controle te krijgen.’ Nee, verdedigen, ik begin er niet aan. Maar relativeren, minimaliseren, contextualiseren, normaliseren, dat kan ik als de beste, bijvoorbeeld door de recente besparing in een ruimer tijdsperspectief te plaatsen. Het budget bedroeg
- in 2021: ca. 76 miljoen
- in 2025: ca. 150 miljoen
- in 2026: ca. 140 miljoen (ondertussen weer 150 miljoen)
Het leerlingenaantal in het buitengewoon onderwijs is in dezelfde periode ook toegenomen maar slechts met ca. 15 %. Ook de gedachte dat de kwestsbaarste leerlingen ‘in de steek worden gelaten’, is voor relativering vatbaar. De vervoerssubsidie bedraagt per kind ca. 2.500 euro per jaar; het onderwijs zelf voor die kinderen kost gemiddeld het dubbel van het regulier onderwijs: 22.500 euro per jaar. Die ruimere subsidiëring is overigens volkomen terecht, maar spreekt tegen dat hier iemand ‘in de steek wordt gelaten.’
Voor het drama van de lange busritten die kinderen in het buitengewoon onderwijs moeten afleggen, ben ik niet ongevoelig, als men de kwestie niet aangrijpt om te overdrijven, zoals Frank D’hanis dat doet. Ik heb zijn stuk zoals altijd gelezen. In de inleiding beschrijft hij eerst droeve lot van de leerling in het reguliere onderwijs. De schooluren zijn immers niet afgestemd op de biologische klok van pubers, en als ze dan ook nog eens uren onderweg zijn van en naar school zijn de leerlingen vrijdagnamiddag het laatste lesuur zo uitgeput als 19-eeuwse proletariërs.
Daar is iets van. Ik heb 25 jaar elke vrijdagnamiddag van het schooljaar lesgegeven tijdens dat laatste uur. De leerlingen waren dan ofwel loom ofwel rumoerig. Ik had in beide gevallen medelijden. Maar als ze medelijden met zichzelf hadden (‘Mijnheer, ’t is vrijdag’) raadde ik hen aan om in het leven nooit de rol van de loser op zich te nemen. En bij rumoerige klassen gaf ik elke vrijdagnamiddag een toets die een lesuur duurde. Dat leverde voor mij veel verbeterwerk op, maar voor de leerlingen was het uur pedagogisch gesproken ten minste niet verloren.
Maar die busritten. Mijn zoon had geluk. Wij woonden op 10 kilometer van de school. 25 minuten fietsen of 35 minuten bus. Meestal koos hij het laatste. Bij de leerlingen in het buitengewoon onderwijs ligt de school meestal veel verder. Er zijn veel minder van die scholen en niet alle ouders kunnen verhuizen om dichter bij de school te gaan wonen. Dan zijn langere busritten een noodzakelijk kwaad. Een enkele rit duurt dan
- minder dan 1 uur: ca. 67 % van de leerlingen
- tussen 1 uur en 1,5 uur: ca. 27 % van de leerlingen
- meer dan 1,5 uur: ca. 6 % van de leerlingen
140 miljoen, 150 miljoen, 300 miljoen, 600 miljoen … de filosofie van Rawls biedt zoals gezegd geen formule om een bedrag te berekenen. Uiteraard is Rawls geen demagoog die gelooft dat het geld onbeperkt vanuit Defensie of vanuit de bankrekening van enkele miljonairs kan worden overgeheveld. De zorg voor de zwaksten en kwetsbaarsten is iets wat bekostigd wordt door de hele samenleving en vooral door de belastingbetalende middenklasse. Het is een nulsomspel. Wat je uitgeeft aan het buitengewoon onderwijs, kun je niet uitgeven aan het reguliere onderwijs.
Alleen zou ik als liberaal de collectieve oplossing – busvervoer – minder opdringen. Je kunt de gezinnen met kinderen een bepaald onvoorwaardelijk budget toekennen waarmee ze zelf aan de slag kunnen. Willen ze daarmee een busabonnement kopen, dat is één mogelijkheid. Willen ze een woning huren dichter in de buurt van de school: ook goed. Willen ze deeltijds werken, zodat ze zelf hun kind naar de school kunnen brengen: ook dat is een mogelijkheid.
Ik noemde Bart Brinckman hierboven een vijand van het onderwijs vanwege zijn redactioneel van 18 juni in De Standaard, een redactioneel dat ongunstig afstak tegen het genuanceerde redactioneel van Bart Eeckhout van 17 juni in De Morgen. Brinckman legt de volle nadruk op inclusief onderwijs als alternatief: als de kinderen die nu in het buitengewoon onderwijs komen terecht zouden kunnen in de reguliere scholen was het vervoerprobleem opgelost.
Dat kun je op twee manieren doen: je gooit die leerlingen zonder meer in de gewone klassen. Ik had het niet graag meegemaakt. In het beste geval wordt dan in die inclusieve klassen rekening gehouden met de speciale noden van die leerlingen rekening gehouden, ten koste van de andere leerlingen*. Ofwel pas je de gewone scholen aan, met bijvoorbeeld extra leerkrachten, orthopedagogen, psychologen, schoolbrede bijscholingen, gespecialiseerde apparatuur, en zijn de kosten van dat alles nog hoger dan die van het buitengewoon onderwijs, verplaatsingen inbegrepen.
In een beperkt aantal gevallen kan de integratie in het reguliere onderwijs overigens zonder nadelen voor geen enkele van de partijen verlopen. Voor leerlingen met autismespectrum, waarvan sommigen nu in het buitengewoon onderwijs terechtkomen, schijnt traditioneel klassikaal onderwijs beter geschikt dan de chaotische werkvormen die lang in de mode zijn geweest. En dat traditioneel klassikaal onderwijs is ook beter voor de andere leerlingen.

"gooien" nog wel?
BeantwoordenVerwijderenOnze dochter volgde tot 20 jaar geleden les in een vrij elitaire school in Sint-Katelijne-Waver. 'Plus est en vous' was er het devies, het schooluniform werd er als "iedereen gelijk" geduid (ik mag toch hopen dat die egalitaire uniformiteit niet langer het geval is? Olie moet bovendrijven! Wat denken die socialisten wel? ).
Hoeveel gehandicapte kinderen daar toen les volgden vroeg ik haar laatst.
Geen dus...
Hoe zou dat nu zijn, vraag ik me af.
Niemand?