De gepolitiseerde hitte-golf
Mensen van rechts storen zich bij de huidige hittegolf minder aan de warmte dan aan wat zij als een overdreven dramatische berichtgeving erover ervaren. Zij zien er een verborgen agenda in om de klimaatopwarming als politiek thema te promoten – een soort groen-linksliberaal ‘hondenfluitje’. Verder storen ze zich aan de flauwdoenerij en de betuttelende raadgevingen: veel water drinken, de centrale verwarming een graadje lager zetten, de gordijnen toedoen en elke sportbeoefening vermijden in de volle zon.
Als die rechtse rakkers van mijn generatie zijn, vinden ze bovendien dat vroeger alles beter of straffer was. In de weerberichten werd niet zo flauw gedaan. Nu ja, Armand Pien waarschuwde ook wel eens voor een zonnesteek, maar toch niet zo vaak, menen we ons – misschien verkeerd – te herinneren. En hebben wij de zomer van 1976 niet overleefd? Wij zeurden niet over enkele warme dagen na elkaar, wij waren er blij om. We fietsten naar het openluchtzwembad en luisterden op ons transistorradio’tje naar Abba.
Nou ja, zelf fietste ik ik niet naar dat openluchtzwembad, want ik was mijn paracommando-opleiding aan het voltooien. Dat sportbeoefening in de volle zon moest worden vermeden, stond niet in het handboek van het regiment. En de heetste dag was geloof ik de dag van de testen, met de gevreesde speed march net op het ogenblik dat de loden ploert op zijn hoogste punt stond. Na de speed march ben ik trouwens met kramp en hyperventilatie opgenomen in het ziekenhuis. Gelukkig hadden ze bij het regiment van die inspuitingen die ze nu niet meer maken. Na enkele uren was ik weer op de been, en kon ik de dag erop de speed march nog eens overdoen, maar dan binnen de tijdslimiet.
Ach, ik maak er een karikatuur van, maar het is waar dat ik mij als rechtse rakker stoor aan de hitterecordberichtgeving, en aan de opvoedende campagnes over water drinken, en insmeren, vooral als men mij dan ook nog vertelt, zoals in De Standaard van 24/6, dat ik geen airco mag installeren*. ‘Er zijn alternatieven,’ schrijft De Standaard. Dat is waar. Zowel in Keerbergen als in Oostende hebben we geen airco en zorgen we op een andere manier voor verkoeling. Maar bij zo’n educatief stuk krijg ik zin om alsnog een A/C te bestellen voor Keerbergen én Oostende.
Die opvoedingscampagnes werken niet alleen op mijn zenuwen, ik ben er ook helemaal van overtuigd dat ze niets uithalen. Als ik eerlijk ben, moet ik echter toegeven dat die overtuiging op niets dan vooroordeel teruggaat. Het is een soort wishfull thinking: ik hóóp dat ze niet werken. Toch blijkt uit heel veel wetenschappelijk onderzoek dat opvoedingscampagnes wél werken, zij het niet bij iedereen en niet altijd. Een van de beste voorbeelden is de Europese hittegolf van augustus 2003. Er stierven tijdens die canicule 2003 in Frankrijk 15.000 mensen extra door de hitte. Men heeft toen een overheidscampagne uitgewerkt met registratie van kwetsbare personen, meer airco in zorginstellingen, en heel veel ‘bewustwordingscampagnes’ voor burgers en zorgpersoneel. Het resultaat was dat bij de hittegolf van 2019 het aantal extra doden slechts 1/10 was van dat van 2003.
En mijn andere ergernis is dus de hitterecordberichtgeving. ‘De warmste dag sinds het begin van de metingen.’ ‘Alweer een hittegolf.’ ‘Bijna een hittegolf.’ Nu zou ik makkelijk kunnen antwoorden dat die hittegolven tot het ‘weer’ behoren en niet met het ‘klimaat’, maar dan zou ik toch van slechte wil zijn. Alleen heb ik zoals altijd een hekel aan geïsoleerde cijfers. Geef mij globale cijfers. De laatste 50 jaar is de temperatuur in de wereld met 1 graad toegenomen. Dat is duidelijk. In West-Europa is de temperatuur zelfs 2 graden toegenomen. Dat is ook duidelijk. Maar als ik hoor dat er nu tien keer meer tropische dagen zijn dan 50 jaar geleden dan vind ik dat misleidend. Tien keer meer, stel je voor! Terwijl het in werkelijkheid betekent dat er 9 dagen van 28 of 29 graden vervangen zijn door dagen van 30 graden. Dat is al heel wat anders dan ‘tien keer meer.’
* Over airco staat dan weer op de opiniepagina van dezelfde Standaard een genuanceerd, relativerend, hoogst informatief en bovendien goedgeschreven stuk. Met enkele wijzigingen kon het stuk van pagina 7 naar de opiniesectie verhuizen, en omgekeerd. Maarten Boudry schreef voorspelbaar een geëngageerd en goed gedocumenteerd pleidooi om de levensreddende rol van airco te benadrukken, zoals hij indertijd de levensreddende rol van de corona-maatregelen bezong. Het staat hier. Frank D’hanis beweert dat hij dat pleidooi zelf ook had kunnen schrijven, als hoax en als parodie, maar ik geloof hem niet helemaal. En nu ik erover nadenk: heb ik vroeger zelf niet iets over airco geschreven? Ik zoek het op, en jawel, op 6 november 2015 plaatste ik een badinerend stukje over dat onderwerp (zie hier). Ik zie dat het een foutje bevat. Ik nam toen aan dat het aantal hittedoden in de arme landen groter is dan in Europa. Het is omgekeerd, onder andere omdat het gebruik van airco in Europa politiek niet correct is.
De genocide-discussie (2)
Elke keer als ik het woord ‘genocide’ zie opduiken in verband met de Gaza-oorlog, voel ik een onberedeneerde ergernis. Ik probeer nu even dat gevoel te onderdrukken. Wat kan iemand bedoelen als hij over de ‘genocide in Gaza’ spreekt. Laten we ons een beschaafde discussie voorstellen tussen een Israël- en een Palestina-sympathisant. Beiden zijn het over enkele zaken eens. De Israëlische oorlog was een antwoord op de Hamas-raid, en op de beschietingen door Hamas de voorbije jaren. Er zijn door bombardementen en schietpartijen ongeveer 70.000 Palestijnse doden gevallen. Veel van die doden waren burgerslachtoffers, journalisten, vrouwen en kinderen. Er zijn hoogstwaarschijnlijk oorlogsmisdaden begaan door Israëlische soldaten. In die beschaafde discussie zal de Palestina-sympathisant het woord ‘genocide’ gebruiken en de Israël-sympathisant zal dat woord verwerpen. Wat kan de Palestina-sympathisant met het woord bedoelen? De zes lagen die ik in een vorig stukje introduceerde maken verschillende betekenissen mogelijk, al kunnen ze ook allemaal gecombineerd worden.
- Een meerderheid van juridische experts noemen de oorlog ‘genocide’
- Het aantal en de weerloosheid van de slachtoffers maakt een historische vergelijking mogelijk met de holocaust, de massamoord in Rwanda, of de slachtpartij in Srebrenica waarbij meer dan 8000 mannen vanaf 14 jaar werden werden geselecteerd en geëxecuteerd omdat ze moslim waren
- 90 tot 95 procent van de slachtoffers waren burgers die die vielen bij bombardementen en schietpartijen op scholen, hospitalen en woonwijken
- De intentie van het Israëlisch leger en de Israëlische regering was om zoveel mogelijk burgerslachtoffers te maken, hetzij als wraak, hetzij om het gebied vrij te maken voor Joodse kolonisatie
- Zelfs als het aantal burgerslachtoffers slechts 65 à 70 procent bedroeg, blijft de oorlog misdadig na afweging tegen een onmogelijk te bereiken militair doel: de uitschakeling van Hamas
- De oorlog in Gaza had als bedoeling de oprichting van een gedekoloniseerde staat tussen de rivier en de zee onmogelijk te maken.
De UN Independent International Commission of Inquiry on the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem heeft op 23 juni een rapport gepubliceerd over het lot van de kinderen tijdens de oorlog in Gaza. Ik geef eerlijk toe dat ik enig wantrouwen koester tegen zulke rapporten nog voor ik ze ingekeken heb.
Er wordt rond de Gaza-oorlog een propaganda-oorlog gevoerd, van beide kanten uiteraard*, en bij de anti-Israël propaganda zie je een strategische opdeling van slachtofferschap zodat de gruwel nooit uit de actualiteit verdwijnt: nu eens de Palestijnse journalisten, dan weer de Palestijnse vrouwen, dan de Palestijnse zorgverleners, dan de Palestijnse hongerdoden, en nu dus de Palestijnse kinderen, dat wil zeggen dat deel van de bevolking onder de 18 jaar.
Maar laat ik mijn vooroordeel opzijzetten en het rapport toch maar eens doorbladeren. De Commissie noemt zichzelf immers ‘Onafhankelijk’. Maar ‘onafhankelijk’ betekent hier geloof ik niet zozeer dat de commissieleden zich neutraal opstellen als wel dat ze namens zichzelf spreken, en niet namens de VN.
De eindconclusie van het rapport heeft in elk geval het redactioneel van De Standaard gehaald (24/6). Koen Vidal citeert:
De Israëlische autoriteiten en veiligheidsdiensten stellen opzettelijk handelingen die de dood en ernstig lichamelijk en geestelijk letsel hebben toegebracht aan honderdduizenden Palestijnse kinderen. Er zijn redelijke redenen om te concluderen dat deze daden deel zijn van een opzettelijke strategie om de toekomst van de Palestijnen in Gaza te vernietigen door hun kinderen tot doelwit te maken.’
Vidal vat andere conclusies van het rapport als volgt samen. ‘Snipers en dronepiloten mikken op de vitale organen van de kinderen in Gaza.’ ‘Het onderzoek legt de systematiek bloot achter de dood van 21.280** Palestijnse kinderen, en stelt zo de verantwoordelijkheid van de Israëlische regering zwart-op-wit vast.’
Over dat ‘zwart-op-wit’ heb ik enige twijfel. Het rapport bevat, zoals dat gebruikelijk is, enkele case studies gebaseerd op getuigenissen**. Artsen vertellen over hun gedode patiënten, ouders vertellen over hun gedode kind, enzovoort. Het engagement van de enen en het verdriet van de anderen dwingt eerbied af. Maar dat betekent niet dat die mensen het best geplaatst zijn om alle omstandigheden van de tragedie te beoordelen. Ze hebben de kogel gezien, en welk orgaan die geraakt heeft, maar over het schot zijn ze meestal, zoals iedereen, tot geloofwaardige en minder geloofwaardige speculaties veroordeeld. Er zijn geen getuigenissen van executies of fusillades, wel een van het meedogenloze neerschieten van jongeren die – bewust of vanwege een misverstand – een bevel negeerden of leken te negeren. Dat is een situatie die we ‘kennen’ van films over urban warfare. Denk aan Bradley Cooper die in American Sniper een kind neerschiet dat de rules of engagement overtreedt***.
Maar ik hou beter op met vitten over de case studies. De mensen van de Commissie moesten roeien met de riemen die ze hadden. En de feiten staan – in hun grote lijnen – niet ter discussie. Er zijn meer dan 20.000 Palestijnse kinderen en jongeren gedood, er hebben tijdens de oorlog bombardementen en beschietingen plaatsgevonden waarvan de autoriteiten redelijkerwijs moesten weten dat er, gezien de demografie****, veel slachtoffers onder de 18 jaar zouden vallen, en het is meer dan redelijk om aan te nemen dat de volledige Palestijnse jeugd – de ‘honderdduizenden’ van het VN-rapport – getraumatiseerd uit de oorlog is gekomen.
Over deze feiten zijn er twee speculatieve verklaringsmodellen gangbaar. Het eerste verklaringsmodel is dat Israël een militaire vijand wilde uitschakelen en zich daarbij niet liet weerhouden door de gedachte aan talrijke burgerslachtoffers, waaronder, aangezien de helft van de bevolking minder dan 18 jaar is, bijzonder veel kinderen en jongeren. Het tweede verklaringsmodel is dat van de VN-commissie en van Vidal. Israël wilde ‘de toekomst van de Palestijnen in Gaza vernietigen’ en heeft daarbij geprobeerd zoveel mogelijk kinderen te doden, te verwonden en te traumatiseren.
De ene verklaring sluit de andere niet uit. Als wordt aangenomen dat er tientallen kinderen opzettelijk zijn doodgeschoten door schietgrage of sadistische soldaten, hebben we te maken met oorlogsmisdaden. Als wordt aangenomen dat er duizenden kinderen – daarom niet alle 20.179 – zijn doodgeschoten of dood gebombardeerd als bewuste strategie om de Palestijnse jeugd uit te dunnen, dan hebben we te maken met ‘genocide’.
Ik begrijp dat elke gebombardeerde school een argument is voor de genocide-hypothese. De anti-zionisten zullen overigens ook wel weten dat er voor die bombardementen andere verklaringen bestaan. Omgekeerd kan elk gefaciliteerd voedselkonvooi, en elke waarschuwing om te evacueren, als argument worden ingebracht tegen de genocide-hypothese.
Er zijn in de Gaza-oorlog meer dan 70.000 Palestijnen omgekomen, gedood, vermoord of afgeslacht. Welk woord we gebruiken verandert niet veel aan het onvoorstelbaar menselijk leed. Als humanist zeg ik: elke dode was er een te veel. Als gematigd zionist zeg ik: het hadden er veel minder kunnen zijn. Als cynicus zeg ik: het hadden er veel meer kunnen zijn – als de Israëlische autoriteiten het opzet hadden gehad dat de VN-onderzoekscommissie hun toedicht.
* Het volledige rapport van de Commissie staat hier. Propaganda van de ‘andere’ kant vindt men op de site van het Jerusalem New Syndicate hier. Een vrij grondig antwoord op het rapport werd geformuleerd door UN Watch (hier en vooral hier). Kritische commentaren vindt men in het artikel van The Spectator hier en op de FB-pagina van Siegfried Tempels (hier en hier). Gelukkig had ik geen van die stukken gelezen toen ik mijn eigen stukje schreef, anders was het veel langer geworden.
** Ik weet niet precies waar Vidal zijn cijfer van 21.280 vandaan heeft gehaald. Het rapport spreekt van 20.179 jonge slachtoffers.
*** Veel critici in Israël zelf vonden de rules of engagement in de Gaza-oorlog te eenzijdig gericht op de bescherming van de eigen soldaten ten koste van de veiligheid van de Gazaanse burgers.
**** De helft van de Gazaanse bevolking is minder dan 18 jaar. Als de Israëlische bombardementen en schietpartijen volledig at random hadden plaatsgevonden, waren er 35.000 kinderen en jongeren gedood. Als speciaal de jeugd was geviseerd, was het nog meer geweest. Deze redenering wordt ontwikkeld op de FB-pagina van Siegfried Tempels. Daaronder staan ook enkele reacties van antizionisten die de redenering tegenspreken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten