woensdag 10 juni 2026

Boudry, zijn vijanden, hun redelijkheid


Boudry, zijn vijanden, hun redelijkheid
     In mijn stukje van gisteren waarin ik het – voorspelbaar, ik weet het, ik weet het – opneem voor Maarten Boudry, had ik zijn vijanden een gebrek aan ‘redelijkheid’ verweten. Daarmee bedoel ik niet dat zijn vijanden hem uitschelden, in plaats van redelijk te argumenteren. Je kunt van niemand eisen dat hij altijd redelijk argumenteert en nooit scheldt. Nee, ik bedoel iets anders, iets wat meer met proporties, plausibiliteit en fairness te maken heeft.
  
     Ik vind het bijvoorbeeld ‘onredelijk’ om Boudry’s grap te duiden als een ‘leugen’ of als een onderdeel van een ‘enshitification-strategie’. Je kunt natuurlijk best veronderstellen dat het Boudry’s bedoeling was om te liegen, om verwarring te zaaien of om de reputatie van Knack te beschadigen, maar hoe plausibel is zo’n veronderstelling? En hoe waarschijnlijk is het dat men een soortgelijke veronderstelling zou maken als Boudry iemand van het eigen kamp was?
      Ik las ergens het verwijt dat Boudry niet ‘inhoudelijk’ geantwoord had op het stuk van An Van Raemdonck. Maar is het fair om zoiets te vragen nadat Van Raemdonck schreef: ‘Op de aantijgingen van Boudry kan ik niet ingaan. De man is een fervente en kritiekloze supporter van een genocidaire apartheidspolitiek.’ Als zij niet ingaat op wat hij zegt, moet hij niet ingaan op wat zij zegt*. Anderzijds: hij mág er natuurlijk op ingaan.
      Het voordeel van die onredelijkheid is dat je er soms mee kunt lachen. Nu heeft Roularta, het moederbedrijf van Knack, Boudry in gebreke gesteld om zijn ‘onjuiste, lasterlijke en reputatieschadelijke hoax binnen de 24 uur te verwijderen en recht te zetten.’ En men is daarbij zo goed om de tekst van de rechtzetting te dicteren: 

In een eerder bericht over Knack heb ik onjuiste informatie verspreid. De daarin geformuleerde aantijgingen waren ongegrond en hadden niet gepubliceerd mogen worden. Ik trek het bericht volledig in, verontschuldig mij voor de verspreiding ervan en vraag iedereen die het bericht heeft gedeeld om het onmiddellijk te verwijderen.

     Die ingebrekestelling is geloof ik het werk van de bedrijfsadvocaten. Dat kan ik billijken**. Die mensen doen hun werk. Zij moeten niet redelijk zijn. Zij moeten de wet kennen. Het is zelfs onredelijk van Boudry om hen aan te wrijven dat ze ‘geen gevoel voor satire’ hebben. Zulke advocaten moeten alleen gevoel voor satire voorwenden als ze een stuk van Brusselmans verdedigen, of van Koen Meulenaere toen hij nog voor Knack schreef. Maar als hun cliënt het doelwit wordt, is satire het laatste waar ze aan denken. Ze worden niet betaald om daarom te lachen, wat niet belet dat ik erom mag lachen.
     Maar ik heb luider gelachen om het volgende bericht van Knack:

 Opiniemaker Maarten Boudry beweert vandaag op sociale media dat hij een ‘parodietekst’ heeft geschreven onder het pseudoniem ‘An Van Raemdonck’ en naar Knack heeft opgestuurd. Dat klopt niet. Knack heeft wel degelijk een opiniestuk van arabist en sociaal antropoloog An Van Raemdonck gepubliceerd. Dat stuk is gewoon van An Van Raemdonck zelf. Zij bevestigt dit per telefoon. Het gaat dus niet om een hoax, Knack is er niet ‘in getrapt’, zoals Maarten Boudry beweert.

     Kan de lezer raden bij welke zin ik luid heb moeten lachen? Het is deze: ‘Zij bevestigt dit per telefoon.’ Je ziet zo hoe het gebeurd is. Die brave mensen van Knack lezen de hoax van Boudry en ze schieten in paniek. Het is toch niet waar, zeker? Beetgenomen door Boudry! Gelukkig houdt iemand het hoofd koel. ‘Wie zegt dat we die Boudry op zijn woord moeten geloven? Laten we Van Raemdonck opbellen. Heeft iemand haar telefoonnummer?’
      Kijk, dat doet deugd. Dat ik niet de enige ben die erin gelopen was. Maar ik had gelukkig mijn vrouw die mij kon corrigeren. ‘Die An Van Raemdonck bestaat echt,’ zei ze, en toen wist ik hoe de vork in de steel zit. Knack heeft daarvoor Van Raemdonck moeten opbellen.
      Mocht het trouwens ooit tot een proces tegen Boudry komen, dan wil ik de Roularta-mensen een extra bewijsstuk à charge aan de hand doen. Het is immers niet de eerste keer dat Boudry ‘zo laag valt.’ Laatst postte Boudry dit bericht op FB en x.com:

 De groteske onzin die Maarten Soubry verspreidt, is werkelijk schandalig. Kennelijk afkomstig uit het achterlijke Roeselare. Geen idee aan welke universiteit hij doceert, maar onmiddellijk ontslag is de enige oplossing!

     Het achterlijke Roeslare! Als dat geen reputatieschade berokkent aan het eerbare bedrijf gevestigd aan de Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare! 

* Ik had hier eerst een andere formulering gebruikt, tot ik besefte dat ‘ingaan’ in de Statenbijbel ‘geslachtsverkeer hebben’ betekent.

** Een klacht van An Van Raemdonck wegens reputatieschade, zie ik niet goed mogelijk, maar misschien kan ze Boudry laten vervolgen voor schending van haar intellectuele eigendom. 


Koppen in De Standaard
     Een vriend van mij gaat elke vrijdag naar de bibliotheek om de kranten door te nemen. ‘Bij De Standaard geef ik het snel op,’ zei hij. ‘Veel van die koppen zijn mij te tendentieus. Als HLN zulke koppen publiceerde, zou ik onmiddellijk mijn abonnement opzeggen.’ Ik wees hem erop dat de tekst onder de koppen vaak wel wat genuanceerder was dan de koppen zelf. 
     Goed. Ik bekijk de krant van vandaag. Op de voorpagina: ‘Israëlische bedrijven exporteren systematisch landbouwproducten uit illegale kolonies naar Europa’. Systematisch, dan nog. Dat zal wel een interessant artikel zijn, maar al die anti-Israëlstukken, en zo vaak – ik had bijna geschreven: systematisch – op de voorpagina, er zullen toch nog lezers zijn die vinden dat dat overdreven is. 


Jezus en de kooplieden
     Bij Pascal Cornet lees ik iets over de Brugse kerstmarkt. ‘Het bijbelhoofdstuk,’ schrijft hij, ‘waarin Jezus de kooplieden uit de tempel jaagt, is mijn favoriete Bijbelpassage.’ Ik daarentegen heb mij altijd aan dat optreden van Jezus geërgerd. Ik had er al een probleem mee als kind. Misschien lag in die ergernis mijn latere bekering tot het neoliberalisme al besloten.


Globale strategie
     Van een PVDA-vriend kreeg ik de raad om ernstige studie te wijden aan documenten over de Amerikaanse imperialistische strategie. Het boek van Elbridge Colby bijvoorbeeld, de Amerikaanse onderminister van Defensie bijvoorbeeld: The Strategy of Denial. American Defense in an Age of Great Power Conflict.’ Daaruit zou blijken dat de Amerikanen zo veel mogelijk hun macht in wereld willen behouden. Ik geloof het ook zonder het boek gelezen te hebben.
      Ook nu moet ik weer aan mijn maoïstische jeugd terugdenken. Opa vertelt. Er was een tijd –  eind de jaren 70, begin de jaren 80 – dat de PVDA zich vooral zorgen maakte over het Russische imperialisme. Dat was voor buitenstaanders een beetje raar: communisten die tegen communisten te keer gingen, maar het had, geloof ik, te maken met de toenadering die destijds aan de gang was tussen de Verenigde Staten en China.
      In elk geval werden we verondersteld om de Russische imperialistische strategie ernstig te bestuderen. De toespraak die Brezjnev gehouden had voor het 26ste congres van de Communistische Partij werd regel per regel becommentarieerd door partijleider Ludo Martens. Voor wie het echt wilde weten, raadde Ludo Martens het boek van de Russische admiraal Sergej Gorsjkov aan. Het was vertaald in het Duits: Die Seemacht des Staates. Het was, als ik mij goed herinner, een bijzonder dik boek met een blauwe kaft. Ik ben blij dat ik dat boek toen niet gelezen heb. 

2 opmerkingen:

  1. " daarentegen heb mij altijd aan dat optreden van Jezus geërgerd. Ik had er al een probleem mee als kind. Misschien lag in die ergernis mijn latere bekering tot het neoliberalisme al besloten."

    Lees eens : " Los Enemigos del Comercio" van Antonio de Escohotado". Zo van het internet te plukken in eender welke taal. Over 4.000 jaar communistisch verzet tegen de vrije markt...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. De Standaard: Een krant die vroeger collaboratie-belangen verdedigde is nu schaamteloos anti-Semitisch...

    BeantwoordenVerwijderen