vrijdag 12 juni 2026

Martha en de volkswoede, e.a.

 


Martha Balthazar en de volkswoede
     Het stuk van Martha Balthazar over de Brusselse rellen (DM 11/6) markeert hopelijk geen evolutie binnen de progressieve wereld. Het is een klassiek scenario dat protest en betogingen door radicalen en geweldenaar als gebruikt worden om rel te schoppen, een en ander stuk te slaan of in brand te steken, en stenen te gooien naar de politie. Het klassiek progressieve antwoord was dan om de relschoppers weg te zetten als provocateurs die de Goede Zaak meer kwaad dan goed deden. Balthazar pakt het anders aan: ze neem het op voor de relschoppers.
     De redenering gaat als volgt. De wantoestanden die moeten bestreden worden zijn enorm. Vreedzaam protest heeft niet geholpen. De machthebbers willen niet luisteren. Nu is het uur van de volkswoede geslagen. De straat is het enige middel dat ons nog rest. In het verleden zijn op die manier al mooie dingen gerealiseerd.
     De lezer kan voor zichzelf wel uitmaken hoe sterk of hoe zwak die argumentatie is. Ik wil hier slechts twee kanttekeningen maken. De timing van Balthazar is wat ongelukkig in het licht van de extreemrechtse rellen in Belfast. Dat zijn ook mensen die vinden dat de wantoestanden enorm zijn, dat de machthebbers naar hen niet willen luisteren en dat ‘de straat’ het enige is wat hen nog rest. En ik denk niet dat Balthazar het voor dié mensen wil opnemen.
     De tweede kanttekening gaat hierover. Balthazar schrijft:

Om mijn geheugen op te frissen, kijk ik nog eens naar beelden van mei ’68. Die legendarische tijd die onze sociale rechten heeft bezegeld, zo hebben we het toch geleerd op school. Ik zie boze studenten die stenen gooien, brandjes stichten en slogans over hun toekomst scanderen. Deelsteps waren er nog niet. Een revolte, een aanklacht tegen neoliberaal beleid, die de status quo even deed daveren.

     Heeft Balthazar dát op school geleerd? Dan is dat een wantoestand in het onderwijs die ook eens mag worden aangeklaagd. Mei ’68 heeft heel weinig te maken gehad met onze sociale rechten, en het neoliberalisme komt pas tien jaar na de fameuze studentenrevolte. Die viel nog volop tijdens les trente glorieuses


Wie houdt de asielmigratie in stand?
     De titel hierboven is misleidend. Dat is de manier waarop de kwestie geframed wordt door radicaal-rechts. Alsof Bart De Wever of gelijk welke andere politicus s morgens wakker wordt met de vraag: hoe kan ik de asielmigratie in stand houden? Maar de vraag achter de misleidende vraag is reëel: hoe komt het dat er aan de massale asielmigratie geen einde komt? Dat einde wordt nochtans gewenst door een groot deel van de bevolking, en beloofd door een groot deel van de mainstream politici.
     Een betere kadering van de kwestie vond ik in een stuk van historicus Martin Sommer in EW-magazine. 

Aan de meerderheid in de Tweede Kamer ligt het niet. Maar het hindervermogen van de secundaire machten, van asieladvocaten, journalisten, adviesorganen, hoogleraren en Europese rechters, is ook na een kwarteeuw soebatten helemaal intact.

     Een andere vraag is dan: waarom kan een parlementaire meerderheid die secundaire machten niet opzij schuiven? Daar zijn veel redenen voor. De belangrijkste is dat mainstream partijen – terecht – de kwestie willen regelen binnen een wettelijk en rechtstatelijk kader. Het opnemen van asielzoekers is een verplichting binnen het EU-recht. Ofwel moet België dus uit de EU treden, ofwel moet dat EU-recht worden aangepast. Misschien moet zelfs de Grondwet worden aangepast. 
   
 Dat alles is in de praktijk niet mogelijk met een eenvoudige meerderheid. En dan botst men op een niet te omzeilen struikelblok. Een niet-onbelangrijke minderheid van de publieke opinie, en een niet-onbelangrijke minderheid binnen de politieke partijen is voor het behoud van massaal toepasbaar asielrecht.
     Op termijn moet een hervorming van het EU-recht mogelijk zijn. Het zou mij verwonderen als niet in alle EU-landen – althans in de publieke opinie – een meerderheid te vinden was voor drastische asielbeperking. Dan moet die uiteindelijk toch mogelijk zijn. In het kader van een democratisch compromis met de minderheid zal die beperking misschien niet zó drastisch zijn als sommigen zouden willen, maar toch: drastisch.
     Daarvoor is ook een zekere mate van Kulturkampf onvermijdelijk. Die asieladvocaten, journalisten, experts en rechters zijn beïnvloed door het linksliberalisme, of preciezer: door een mengeling van christelijk humanisme, liberaal universalisme en socialistisch internationalisme. Maar een strikter asielbeleid kan ook verantwoord worden vanuit een voorzichtig liberalisme, een protectionistische sociaaldemocratie en een cultuurconservatieve christendemocratie. Als het alléén van het nationalisme zou afhangen, zal er in Europees verband nooit iets veranderen. 


Peter Thiel en het miljardairsgevaar 
   
 Een stuk in De Standaard (11/6) over techmiljardair Peter Thiel. Volgens Tinneke Beeckman heeft Thiel een slag van de religieuze molen gekregen en interpreteert hij het huidig tijdsgewricht in apocalyptische termen. De Verenigde Staten kunnen de wereld nog altijd redden van een toekomst met een totalitaire wereldstaat, maar alleen op voorwaarde dat ze nieuwe technologie en innovatie vrije baan laten - technologie en innovatie die door bedrijven als die van Thiel ontwikkeld worden.
     Door dat artikel word ik weer verplicht om na te denken over de vraag: hoe gevaarlijk is het dat er miljardairs zijn in de wereld? Zij kunnen met hun financiële steun, zoals Thiel deed, een niet geringe invloed uitoefenen op verkiezingsuitslagen. Ze kunnen natuurlijk niet eigenhandig hun kandidaat aanduiden en ervoor zorgen dat hij gegarandeerd verkozen wordt – dat is complottheorie –  maar ze oefenen wel een veel grotere politieke invloed uit dan de gewone burger met zijn stem en zijn bescheiden donatie.
     En dan: waarvoor gaan ze die macht gebruiken? Het is mij niet onwelgevallig dat miljardairs vrije baan krijgen om  technologie en innovatie kunnen ontwikkelen. Als ze hun politieke invloed gebruiken om de regelgeving beperkt te houden, vooruit. Maar als ze bezeten raken van excentrieke religieuze ideeën, ben ik er niet gerust op. De geopolitieke situatie is al complex genoeg, met het Chinese ontwaken dat de wereld doet beven. Dan is het beter dat een en ander met een koel, geseculariseerd, hoofd bekeken wordt.
     Een bijkomende vraag: zijn miljardairs vatbaarder voor excentrieke ideeën dan politici? Misschien wel. We kunnen hopen dat al te excentrieke ideeën in het politieke proces min of meer weggefilterd worden onder druk van compromissen en opiniepeilingen? Terwijl zo’n miljardair tegelijk geniaal en visionair kan zijn in zijn zakelijke strategie, en zo gek als een achterdeur als het over religie en wereldpolitiek gaat.


Tom Wouters en de kritiek 
   
 Het prachtige boekje van Tom Wouters In mijn hoofd zwemmen vissen kreeg een wat mindere recensie op de literaire podcast De Nieuwe Contrabas. De recensenten ontdekten in de verhalen alleen fantasierijke grappen en vormexperimenten, waarmee ze naar mijn smaak demonstreerden dat ze ofwel een beetje toondoof waren, ofwel dat de ‘klik’ nog moest komen. Auteur Christophe Vekeman drukte zich wat harder uit:

 Twee tot op het bot, in elk mogelijk opzicht, op ieder denkbaar vlak mislukte would-be auteurs zitten tegen elkaar aan te zeiken over dingen waar ze geen verstand van hebben - schoonheid, taal, literatuur, kunst, boeken … 

    Dat deed mij denken aan de uitval van Tsjechovs oom Vanja tegen de grofbesnaarde kunstcriticus Serebrjakov: 

 Nu zie ik alles. Je schrijft over kunst, maar je hebt totaal geen verstand van kunst. Je bent gewoon een oplichter. 

     Ik zie de scène voor mij. Wallace Shawn die als Vanja druk en wanhopig gesticuleert. Hij had een Dostojevski of een Schopenhauer kunnen zijn!  Ik heb dat fragment uit Vanya on 42nd street vaak met mijn leerlingen bekeken. Ik legde dan uit hoe bitter het allemaal was – dat Vanja het natuurlijk niét in zich had gehad om een Schopenhauer te zijn, in geen duizend jaar, maar dat hij anderzijds wellicht gelijk had over Serebrjakov.

* De trailer van de film staat hier


Marlene Dietrich in Morocco

     Mijn vader sprak altijd met het grootste respect over de film Morocco. ‘Van Josef von Sternberg!’ zei hij. De film kun je nu voor enkele euro’s huren bij Amazon-Prime. De scènes met marcherende legionairs duren wat te lang, maar Marlene Dietrich acteert heel mooi, Adolphe Menjou doet je even vergeten dat hij de moreel corrupte generaal is in Paths of Glory, en Gary Cooper … wel, als je Gary Cooper bent, maakt het niet zoveel uit hoe je acteert.
     Het eerste lied dat Dietrich in de film zingt, vond ik maar niets. Maar de
 Apple Song was ontroerend, pikant en grappig tegelijk, ook al door de heftig met zijn armen zwaaiende dirigent.  De scène erna is ook boeiend, omdat er met de appelverkoop een heel specifiek verdienmodel is gemoeid. De tekst is duidelijk Pre-Code. Na 1934 zouden die pikanterieën in Hollywood niet meer toegelaten zijn. Het eerste deel van de song zie je hier.

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten