Woorden hebben in de dagelijkse toepassing soms een betekenis die afwijkt van de oorspronkelijke, etymologische betekenis. Als ik het woord antifa gebruik, pas ik dat begrip toe op de kleine groepjes relschoppers die zichzelf zo noemen. Maar op FB las ik een commentaar waarin de etymologische betekenis werd hersteld. Antifa betekende gewoon antifascisme, en dat betekende op zijn beurt niets anders dan dat je een tegenstander van het fascisme was. Wat was daar nu mis mee?
Het deed mij denken aan de redenering van Karel van het Reve die zichzelf in de jaren 70 anticommunist noemde. Dat woord kreeg toen vaak de toegepaste betekenis van ‘voorstander van extreemrechtse, autoritaire, nationalistische regimes’. Karel van het Reve was daar allemaal géén voorstander van. Hij gebruikte gewoon de oorspronkelijke betekenis: ‘tegenstander van het communisme.’
Toch is er een verschil tussen de dubbelzinnigheid van het begrip ‘anticommunisme’ in de jaren 70 en van het begrip ‘antifascisme’ nu. In de jaren 70 bestond er in Europa een groot blok van landen en partijen die zichzelf communistisch noemden. Je kon voor of tegen dat blok zijn. Was je tegen dat blok, dan was je een anticommunist in de etymologische betekenis én in de de meest voor de hand liggende toegepaste betekenis.
Je kunt dat verschil ook anders benaderen. Je had indertijd zelfverklaarde pro-communisten waar je dus tegen kon zijn. Maar waar zijn vandaag de zelfverklaarde pro-fascisten? Waar is vandaag dat fascistisch blok van landen en partijen? Waar zijn vandaag de leiders die je ‘fascisten’ kunt noemen? Tom van Grieken? Bart De Wever? Georges-Louis Bouchez? Dat is niet ernstig. Tijdens het Europese interbellum en de Tweede Wereldoorlog, tóen had je fascisten en anti-fascisten. De etymologische en de logische, toegepaste betekenis vielen samen.
U vernoemt D. V. L. niet? Ware dat ernstig geweest?
BeantwoordenVerwijderen