Linkse, jonge vrouwen
Jonge vrouwen, blijkt uit een peiling van The New Statesman, denken negatiever over jonge mannen dan omgekeerd. Tinneke Beekman berichtte erover in haar laatste column over. Van de jonge mannen heeft 70 procent een positieve visie op vrouwen, bij de jonge vrouwen heeft slechts 50 procent een positieve visie op mannen, en bij vrouwen onder de 25 is dat slechts 35 procent.
Behalve die stroomversnelling onder de 25 jaar, verbaast die evolutie mij niet. Misschien hebben vrouwen altijd al een kritischer kijk gehad op mannen dan omgekeerd en bestaat voor die grotere kieskeurigheid een evolutionaire verklaring.
Maar het heeft ook iets met de hedendaagse politiek correcte ideologie te maken. Vraag aan honderd mannelijke links-liberale opiniemakers van vandaag of ze akkoord gaan met de stelling van Ferrat en Aragon: La femme est l’avenir de l’homme. Een grote meerderheid zal instemmend knikken.
Die 70 procent mannen met hun positieve kijk op vrouwen bevinden zich dus binnen de politiek-correcte marge, en die 50 of 65 procent vrouwen met een minder positieve kijk op mannen bevinden zich ook binnen die marge. De vrouwen hebben het hier overigens gemakkelijk: zij mogen kiezen voor een positieve én voor een negatieve kijk. In het ene geval zijn ze tolerant, en in het andere geval zijn ze feministisch. Ze winnen bij kruis én bij munt, zolang ze zich geen tradwife noemen. Mannen daarentegen die een minder positief beeld van vrouwen hebben – de minderheid van 30 procent – zijn mysogyn.
De peiling van The New Statesman wijst ook op de politieke verschillen. Tinneke Beekman:
Jonge vrouwen zijn politiek en economisch veel progressiever dan mannen. Die politieke voorkeur gaat gepaard met een ongunstig oordeel over mensen die rechtser denken: 60 procent van de jonge vrouwen wil niet op date met een man die een andere mening heeft over Trump, het conflict in Gaza of het klimaat. Die vrouwen, legt Emily Lawford uit, vinden eensgezindheid over politiek zo belangrijk, omdat ze hun politieke voorkeur met persoonlijke, morele kwaliteiten verbinden.
Er worden geen cijfers gegeven van het percentage jonge mannen dat geen date wil met een vrouw van een andere politieke gezindte, maar we mogen aannemen dat dat veel lager ligt. Hier zijn twee verschillen die verklaard moeten worden: de links-rechts kloof en de tolerantie-kloof.
Waar heeft de links-rechts kloof mee te maken? We zouden kunnen denken aan de linkse nadruk op ‘zorg’ als bepalende emotioneel-morele categorie*. Of aan de economische positie van de vrouwen die zich vaker in de zachtere sectoren situeert. Of aan het grotere gemak waarmee vrouwen zich conformeren aan de dominante ideologie, of het nu het katholicisme was van vroeger, dan wel het politiek-correcte denken nu.
En de tolerantie-kloof? Zijn vrouwen fanatieker dan mannen? Dat zou mij verwonderen, maar misschien zijn ze op een andere manier fanatiek. Zeker getuigt het van gezond verstand om als linkse vrouw niet te daten met een zionistische, klimaatnegationistische Trump-adept. Daar kan moeilijk een stabiele relatie uit voortkomen. Ook wordt vaak aangenomen, en het is ook wat The New Statesman benadrukt, dat vrouwen minder de neiging hebben dan mannen om te ‘compartimenteren’. En ten slotte is het in het huidige tijdsgewricht mogelijk dat linkse mensen – mannen én vrouwen - nu eenmaal minder begrip hebben voor rechtse mensen dan omgekeerd**.
Er zijn natuurlijk genoeg bullebakken op rechts die als leiders van politieke formaties of als klavierridders van zich laten horen. Maar die bullebakken vertekenen het beeld. Je moet kijken naar de brave mensen zoals u en ik. Gisteren vroeg een oude bekende mij waar ik ‘stond in de politiek’. Bij de laatste verkiezingen heb ik voor N-VA gestemd, zei ik. Hij, nochtans een man van de wereld en met meer levensjaren op de teller dan ik, keek mij aan met oprechte, haast kinderlijke verbazing. Dat is natuurlijk nog geen intolerantie, verre van, maar onbegrip legt wel de eerste laag.
* Zie Jonathan Haidt, The Righteous Mind. Linksen herleiden politieke moraal tot de kwestie van zorg, conservatieven combineren zorg met eerlijkheid, loyaliteit, gehoorzaamheid en zuiverheid. Libertairen herleiden politieke moraal tot de kwestie van vrijheid.
** Volgens Haidt kunnen conservatieven zich een beter beeld vormen van het linkse ideeëngoed, dan linksen zich een beeld kunnen vormen van het conservatieve ideeëngoed.
Vos en de brexit-paradox (2)
Onlangs had Hendrik Vos mij flink te pakken met zijn Brexit-paradox. Vos is een voorstander van een ‘genereus’ migratiebeleid en een tegenstander van het rechtspopulisme. Ik ben een voorstander van een ‘strikt’ migratiebeleid, en tussen populisme en elitisme sta ik pal in het midden. Dan is het nu tijd om eens na te denken over de verschillende conclusies die Vos en ik trekken uit de vermelde paradox.
Vos concludeert dat rechts-populistische kiezers
- een kort geheugen hebben
- dom zijn
- zich laten drijven door irrationele woede
- volharden in de boosheid als het gewenste beleid niet werkt
Over dat korte geheugen zal ik maar zwijgen. Ik heb daar zelf elke dag meer last van. Die domheid mogen we best relativeren. Met een gemiddeld IQ van 100 kom je een heel eind, al zijn er natuurlijk veel mensen die beduidend minder dan 100 halen, maar die waren er vóór de opkomst van het rechtspopulisme ook. Alleen lieten ze zich bij hun stemgedrag niet leiden door hun verstand, maar door tradities: de pachter stemde voor de landeigenaar, de katholiek stemde voor de katholieke partij, enzovoort. De vroegere staatsdragende partijen garandeerden een zeker sérieux, maar vandaag moet de individuele kiezer zelf het verschil zien tussen realistische oplossingen en loze beloften. Dat is niet makkelijk, ook voor wie zelf slim is.
Met zijn verwijzing naar de irrationele woede van de kiezer heeft Vos gelijk. Die woede behoort tot het klimaat van onze tijd, en ze is heviger bij de lagere dan bij de hogere klassen. De redenen van de woede zijn de stagnatie van de welvaart die al enkele decennia aansleept en de in toenemende mate zichtbare massa-migratie.
Mensen als Vos geloven al snel dat die woede over de migratie veroorzaakt is door extreem-rechts en de populisten, maar zo werkt dat niet. Zoals Maarten Boudry laatst op De Afspraak zei: het is ‘niet zo makkelijk om mensen te indoctrineren’; er moet toch eerst een ‘zekere ontvankelijkheid zijn.’
Walter Zinzen illustreerde onlangs het irrationele karakter van de volkse migratie-afkeer in een Humo-interview:
In Antwerpen sprak ik eens met Blok-kiezers. Aan de overkant van het plein zaten twee Marokkaanse mannen in lange gewaden. Ik vroeg: 'Wat hebben die mensen u misdaan?' Het antwoord: ‘Mor zie ze na eens zitten, menier!’ (lacht) Die haat komt uit de onderbuik, niet uit het hoofd.
Dat is een probleem dat niet snel zal weggaan, want die mannen met lange gewaden zullen ook niet snel weggaan. Wat niet helpt is om – zoals de rechts-populisen doen – olie op het vuur te gooien. Wat ook niet helpt is om – zoals de links-liberalen doen - vrome preken te houden,. Radicaal-links heeft zijn eigen remedie: migranten en autochtonen verenigen in de klassenstrijd. Dat kán werken, tot op zekere hoogte: de onderbuikgevoelens van haat richten op een ándere vijand. Maar heel goed werkt het niet, want de onderbuik laat zich niet zo gemakkelijk leiden naar een voorafbepaald doel. De ene doctrinatie lucht makkelijker dan de andere.
De remedie van Vos is een variant van de vrome preken:
- de ‘zorgen’ van de rechts-populistische kiezers ‘als reëel erkennen,’
- onderwijs organiseren dat de jongeren ‘context biedt en het verleden in herinnering brengt’
- rationaliteit koppelen aan dezelfde bevlogenheid die de populisten aan de dag leggen, ‘zonder op dezelfde trommels te slaan als de [populistische] clowns’.
Aangezien Vos in voorkomen en optreden zelf de gravitas niet echt opzoekt, zou ik in zijn plaats het beeld van de clown niet te vaak gebruiken, maar ik apprecieer zijn pogingen om grappig en entertainend te schrijven. En zo onzinnig is zijn gepreek niet. Het is inderdaad beter om de ‘zorgen’ van de rechtspopulistische kiezers over migratie niet weg te lachen, niet te verzwijgen en niet al te veel te relativeren, als het tenmiste dat is wat hij bedoelt met ‘als reëel erkennen.’ Ook beter onderwijs kan helpen, als het maar geen politiek-correcte indoctrinatie is over ‘de lessen die we kunnen trekken uit de jaren 30’. En een scheut rationaliteit en bevlogenheid in het debat brengen kan nooit kwaad.
Maar het beste lijkt mij nog om de onderliggende samenlevingsproblemen ondertussen niet érger te maken met veel nieuwe asiel- en vervolg-immigratie uit Afrika en het Midden-Oosten. En hier verschillen Vos en ik wél van mening.
En wat dat volharden in de boosheid betreft: het is verschrikkelijk moeilijk om uit te maken waarom een beleid niet werkt. Dat kan twee redenen hebben: omdat men de verkeerde maatregel genomen heeft, of omdat men de juiste maatregel niet ver genoeg heeft doorgedreven.
* Zie mijn stukje hier.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten