zondag 28 juni 2026

Elchardus-interview op Doorbraak, e.a.


Elchardus-interview op Doorbraak
     
Ik ken mensen die Doorbraak beoordelen op één enkele columnist, of op de commentaren op de artikels in plaats van op de artikels zelf. Zelf vind ik er veel goede stukken, stukken waar ik het eens mee ben, of stukken die mij interesseren. Nog interessanter is het om af een toe een stuk te lezen dat mij niet interesseert, zoals dat van Pieter Bauwens over de Vlaamse subsidies voor de Waregemse jumping. Daar staat alles in wat ik niet wilde weten en toch heb ik het graag gelezen.
       Of neem dat interview met Mark Elchardus over de toekomst van de ziekteverzekering*. Dat was een van de beste interviews die ik dit jaar gelezen heb. Ik had soms de indruk dat ik een doorwrocht essay aan het lezen was, in plaats van een interview. Elchardus is natuurlijk jarenlang voorzitter geweest van het socialistisch ziekenfonds, dat is een voordeel. Hij is ook al jaren geen voorzitter meer van dat ziekenfonds, en dat is nog een groter voordeel.
      Maar er is ook de carrure van Elchardus zelf. Hij heeft een goed oog voor de grote lijnen, ziet door de bomen het bos, en is heel erg master of the subject.  Zoals men in het Engels zegt: he has the numbers at his fingertipsZijn cijfers blijven hangen, zelfs als ik ze achteraf vergeet. Bij anderen laten cijfers mij vaak verward achter, en in paniek dat ik ze niet zal kunnen onthouden.
 
     Elchardus redeneert lijnrecht van premisse naar conclusie, maar vergeet niet dat daarna een compromis moet worden gevonden met mensen die zijn premisses en conclusies niet delen. Hij kijkt zowel naar de korte als naar de lange termijn. Hij is vaak origineel zonder het per se te willen zijn. Hij maakt een onderscheid tussen wat hij weet en wat hij veronderstelt. Verder drukt hij zich heel helder uit. Ik heb bij het hele interview geen enkel vraagteken in de marge moeten plaatsen.
      Elchardus zal mij nooit tot zijn ideologie – de sociaaldemocratie – kunnen bekeren. Verschillen in ‘first principles’ zijn niet te overbruggen. Dat is niet alleen zo in politieke materies. Ik herinner mij een dicussie tussen twee professoren over de Spaanse passiefconstructie. Na een scherp debat haalde een van de professoren zijn schouders op. ‘Tenemos otros maestros,’ zei hij gelaten. 
     Nu, mijn meesters zijn de grote libertaire ideologen. ‘Mises, Hayek, Nozick, dat is het zowat,’ schrijft Lode Cosaer op zijn X.com-profiel. Dat kan ik bijtreden. Maar met Cosaer zou ik waarschijnlijk alleen ruzie kunnen maken. Met Elchardus daarentegen zou ik daarvoor een speciale inspanning moeten doen. 

* Dat interview staat
 hier.


AI-memes
     Wat ik ook vaak tegenkom zijn memes van de FB-pagina Existentialism Philosophy. Twee bekende figuren staan naast elkaar afgebeeld, elk met een frappante uitspraak. De figuren die tegenover elkaar geplaatst worden, hebben meestal niets met elkaar te maken. Diogenes geeft antwoord op een uitspraak van Ronald Reagan, dat soort dingen. Ook de afbeeldingen zijn verwarrend: je herkent een bekend portret, maar het is toch lichtjes anders uit de AI-bewerking gekomen. Hoe langer je de afbeelding bekijkt, hoe sterker de indruk wordt dat niet Mark Twain wordt afgebeeld, maar iemand die beantwoordt aan de beschrijving van zijn portret: hangende snor, wild-golvende haardos, borstelige wenkbrauwen, norse blik, wit linnen pak, enzovoort.
     De frappante uitspraken zijn meestal politiek geladen en hebben niets met het existentialisme te maken. Links staat een liberaal, een kapitalist of een democraat die iets zegt; rechts staat een socialist, een communist of een anarchist die iets ontmaskert. Uitzonderlijk staan twee uitspraken van dezelfde ontmaskerende strekking naast elkaar. Het kunnen onmogelijk letterlijke citaten zijn, want ze staan vol anachronismen, en ze zijn allemaal in dezelfde stijl opgesteld, met steeds dezelfde tien adjectieven en adverbia die op elkaar worden gestapeld: beautifully, absolutely, terrifying, terrified, magnificent, violently, innocent, perfectly, aggressively… Ik vraag mij af hoe de prompt eruitziet die die citaten genereert.
     Ik geef toe dat sommige quotes enig verband houden met wat de afgebeelde figuur ongeveer gezegd en gedacht heeft. Maar soms is dat verband ver te zoeken. Ik zou over die memes gezwegen hebben als ik er niet laatst een tegengekomen was over Alexis de Tocqueville. Ik heb net De la démocratie en Amérique gelezen had en ik kan de lezer verzekeren dat Tocqueville helemaal anders dacht over democratische verkiezingen, weinig te vertellen had over de grote bedrijven, en een heel andere stijl hanteerde, zelfs als je zijn Frans naar het Engels vertaalt.
     Positief is dan weer dat de woorden beautifully, absolutely, terrifying, terrified, magnificent, violently, innocent, perfectly, aggressively … geen enkele keer voorkomen. Ook hier vraag ik mij af hoe de prompt eruit zag. 
Say something bad about democracy. Ascribe it to an author who wrote on the subject. Easy on the adjectives. 


Objectieve waarheidsvinding 
   
 Op mijn stukje over de de kindergenocide in Gaza en het VN-rapport daarover ontving ik een scherpe vraag als reactie. Of het vanuit een ‘objectieve zoektocht naar de waarheid was’ dat ik dat stukje geschreven had? Natuurlijk niet. Ik heb voor zó’n zoektocht noch de aanleg, noch de achtergrond, noch de gedrevenheid, noch de onpartijdige ingesteldheid. Ik geloof zelfs dat die gebreken mij helpen om dezelfde gebreken bij anderen vast te stellen, in casu de commissieleden die dat rapport hebben opgesteld. 


Iran-berichtgeving
     Tijdens de eerste dagen van de Iran-oorlog dacht ik dat we op een feitelijke berichtgeving aanstuurden. Ik redeneerde: de linksliberale pers heeft een even grote afkeer van Trump als van het Iraanse regime. Daardoor zullen die mensen onpartijdiger zijn dan gewoonlijk, meer alsof ze berichten over een oorlog in een Afrikaans land waarvan men geen idee heeft wie de ‘goeden’ en wie de ‘slechten’ zijn.
     Mijn indruk is nu dat de afkeer van Trump de bovenhand heeft gehaald en dat leedvermaak overheerst omdat hij de ayatollahs en de Republikeinse Garde niet heeft kunnen verslaan. ‘Iran aanvallen was een strategische blunder en het Iraanse regime staat sterker dan ooit.’ Ik zeg niet dat die analyse correct of fout is, maar áls ze correct is, moet men dan Trump niet prijzen omdat hij zijn verliezen beperkt heeft gehouden en zich niet heeft vastgereden zoals zijn voorgangers in Vietnam, Irak en Afghanistan? 


Mansplaining
     Ik heb al verschillende keren over mansplaining geschreven omdat ik mij door het loutere woord in het defensief wordt gedwongen. Ik ben namelijk een man en ik leg graag dingen uit. Op de FB-pagina van Pierre Plum leer ik wat ik nog niet wist: dat het begrip teruggaat op een essay van ene Rebecca Solnit: ‘Men explain things to me’. Vrouwen moeten zich al eeuwen geërgerd hebben aan mannen die iets willen uitleggen, maar Solnit heeft die ergernis onder woorden gebracht.
     Plum wijst op iets anders. Mannen leggen bij voorkeur dingen uit die ze zelf niet zo goed kennen, dingen die zich buiten hun vakgebied bevinden. Weinig wiskundigen zullen in een gezelschap het binomium van Newton willen uitleggen. Daardoor komt het dat die mannenuitleg vaak onnauwkeurig is. Plum zegt dat dat bij hem zeker het geval is. Een nauwkeurige uitleg vindt hij iets voor fantasieloze mensen. Maar ik weet niet of fantasie er zoveel mee te maken geef. Ik leg graat iets uit over economie terwijl ik daar niets van afweet. Dat is zeker ook omdat ik het aan mijzelf wil uitleggen en omdat een mens – een man? – snel trots is op wat Alexander Pope ‘a little knowledge’ noemde. Dat is één van de redenen waarom het ‘a dangerous thing’ is. Een beetje kennis is een beetje avontuur. Een soliede vakman ziet dat anders. Ik ken een professor in de economie die aan iedereen die het horen wil verkondigt dat economie hem eigenlijk niet interesseert.
     Die onnauwkeurigheid van de amateur mansplainer is dus een bijkomende reden voor vrouwen om zich aan hemte ergeren. Niet alleen krijgen ze uitleg over iets wat hen niet interesseert, en worden ze vernederd door een man die kennis gebruikt om zichzelf te verheffen en hén te kleineren, die uitleg en die kennis zijn ook vaak fout. Het gebeurt wel eens dat ik aan mijn vrouw iets vertel dat ik in de krant gelezen heb, waarop ik dan moet horen dat het eigenlijk anders in elkaar zit.     Om op Solnit terug te komen, blijkbaar bevat haar essay een anekdote die Plum navertelt: 

 In Aspen het hippe wintersport-oord van de VS, ontwikkelt er zich in een chalet tussen dames en heren, zogenaamd van stand, een gesprek over Solnits laatste boek over de fotograaf Muybridge. Een heer haast zich om zich in het gesprek te gooien en begint aan Rebecca Solnit haar eigen boek uit te leggen, het belangrijkste boek van het jaar over de fotograaf, volgens hem. Solnit is zo van haar stuk gebracht door zijn woordenvloed en zijn zelfzekerheid, dat ze niet durft op te merken dat het haar boek is, die hij aan het bespreken is. Ze laat alles over zich heen gaan, als vertelde de man een nieuw sprookje uit duizend en één nacht. Alleen op het einde, als de man ongeveer uitgeraasd is, slaagt haar vriendin erin om de man erop te wijzen dat hij Rebecca's boek aan het bespreken is. Waarop de man lijkbleek werd, en verder ook nog duidelijk werd dat hij het boek alleen kende van een bespreking uit de New York Book Review. En dan nog vaag.

     Die anekdote bevat eigenlijk weinig dat ik geloof. Ik ben ze te vaak tegengekomen in verschillende vormen. Een ervan was over een man die tegen Che Guevara opschepte dat hij Che Guevara kende. Woody Allen heeft er een grapje over gemaakt in Annie Hall, met Marshal McLuhan in de hoofdrol. Er zal wel iets gebeurd zijn, maar zoals het hier verteld wordt, door Plum of door Solnit, dat is veel te grappig. Het bevat de literaire truc van de ‘verdubbeling’. Solnit krijgt een dubbele rol: ze aanhoort een uitleg over een boek en ze is de auteur van dat boek. Ik legde die truc uit aan mijn leerlingen als ik les gaf over urban legends. Aangezien er ook jongens in de klas zaten, en ik gewoon mijn vak uitoefende, geloof ik dat dat niet onder mansplaining viel. 

* Zie over mansplaining mijn stukjes hier, hier, hier en hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten