maandag 22 juni 2026

De 'kindergenocide' in Gaza


‘Kinderen in Gaza opzettelijk vermoord’

     De UN Independent International Commission of Inquiry on the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem heeft op 23 juni een rapport gepubliceerd over het lot van de kinderen tijdens de oorlog in Gaza. Ik geef eerlijk toe dat alleen al de naam van de Commissie bij mij een zeker wantrouwen opwekt.
      Er wordt rond de Gaza-oorlog een propaganda-oorlog gevoerd, van beide kanten uiteraard*, en bij de anti-Israël propaganda zie je een strategische opdeling van slachtofferschap zodat de gruwel nooit uit de actualiteit verdwijnt: nu eens de Palestijnse journalisten, dan weer de Palestijnse vrouwen, dan de Palestijnse zorgverleners, dan de Palestijnse hongerdoden, en nu dus de Palestijnse kinderen, dat wil zeggen dat deel van de bevolking onder de 18 jaar.
     Maar laat ik mijn vooroordeel opzijzetten en het rapport toch maar eens doorbladeren. De Commissie noemt zichzelf immers ‘Onafhankelijk’. Maar ‘onafhankelijk’ betekent hier geloof ik niet zozeer dat de commissieleden zich neutraal opstellen als wel dat ze namens zichzelf spreken, en niet namens de VN.
      De eindconclusie van het rapport heeft in elk geval het redactioneel van De Standaard gehaald (24/6). Koen Vidal citeert:

De Israëlische autoriteiten en veiligheidsdiensten stellen opzettelijk handelingen die de dood en ernstig lichamelijk en geestelijk letsel hebben toegebracht aan honderdduizenden Palestijnse kinderen. Er zijn redelijke redenen om te concluderen dat deze daden deel zijn van een opzettelijke strategie om de toekomst van de Palestijnen in Gaza te vernietigen door hun kinderen tot doelwit te maken.’     

     Vidal vat andere conclusies van het rapport als volgt samen. ‘Snipers en dronepiloten mikken op de vitale organen van de kinderen in Gaza.’ ‘Het onderzoek legt de systematiek bloot achter de dood van 21.280** Palestijnse kinderen, en stelt zo de verantwoordelijkheid van de Israëlische regering zwart-op-wit vast.’
     Over dat ‘zwart-op-wit’ heb ik enige twijfel. Het rapport bevat, zoals dat gebruikelijk is, enkele case studies gebaseerd op getuigenissen**. Artsen vertellen over hun gedode patiënten, ouders vertellen over hun gedode kind, enzovoort. Het engagement van de enen en het verdriet van de anderen dwingt eerbied af. Maar dat betekent niet dat die mensen het best geplaatst zijn om alle omstandigheden van de tragedie te beoordelen. Ze hebben de kogel gezien, en welk orgaan die geraakt heeft, maar over het schot zijn ze meestal, zoals iedereen, tot geloofwaardige en minder geloofwaardige speculaties veroordeeld. Er zijn geen getuigenissen van executies of fusillades. Het dichtst in de buurt komt een getuigenis over het meedogenloze neerschieten van jongeren die 
 bewust of vanwege een misverstand  een bevel negeerden of leken te negeren. Dat is een situatie die we ‘kennen’ van films over urban warfare. Denk aan Bradley Cooper die in American Sniper een kind neerschiet dat de rules of engagement overtreedt***.
       Maar ik hou beter op met vitten over de case studies. De mensen van de Commissie moesten roeien met de riemen die ze hadden. En de feiten staan – in hun grote lijnen –  niet ter discussie. Er zijn meer dan 20.000 Palestijnse kinderen en jongeren gedood, er hebben tijdens de oorlog bombardementen en beschietingen plaatsgevonden waarvan de autoriteiten redelijkerwijs moesten weten dat er, gezien de demografie****, veel slachtoffers onder de 18 jaar zouden vallen, en het is meer dan redelijk om aan te nemen dat de volledige Palestijnse jeugd – de ‘honderdduizenden’ van het VN-rapport –  getraumatiseerd uit de oorlog is gekomen.
      Over deze feiten zijn er twee speculatieve verklaringsmodellen gangbaar. Het eerste verklaringsmodel is dat Israël een militaire vijand wilde uitschakelen en zich daarbij niet liet weerhouden door de gedachte aan talrijke burgerslachtoffers, waaronder, aangezien de helft van de bevolking minder dan 18 jaar is, bijzonder veel kinderen en jongeren. Het tweede verklaringsmodel is dat van de VN-commissie en van Vidal. Israël wilde ‘de toekomst van de Palestijnen in Gaza vernietigen’ en heeft daarbij geprobeerd zoveel mogelijk kinderen te doden, te verwonden en te traumatiseren.
     De ene verklaring sluit de andere niet uit. Als wordt aangenomen dat er tientallen kinderen opzettelijk zijn doodgeschoten door schietgrage of sadistische soldaten, hebben we te maken met oorlogsmisdaden. Als wordt aangenomen dat er duizenden kinderen – daarom niet alle 20.179 – zijn doodgeschoten of dood gebombardeerd als bewuste strategie om de Palestijnse jeugd uit te dunnen, dan hebben we te maken met ‘genocide’.
     Ik begrijp dat elke gebombardeerde school een argument is voor de genocide-hypothese. De anti-zionisten zullen echter ook wel weten dat er voor die bombardementen andere verklaringen bestaan. Omgekeerd kan elk gefaciliteerd voedselkonvooi, en elke waarschuwing om te evacueren, als argument worden ingebracht tegen de genocide-hypothese. 
     Er zijn in de Gaza-oorlog meer dan 70.000 Palestijnen omgekomen, gedood, vermoord of afgeslacht. Welk woord we gebruiken verandert niet veel aan het onvoorstelbaar menselijk leed. Als humanist zeg ik: elke dode was er een te veel. Als gematigd zionist zeg ik: het hadden er veel minder kunnen zijn. Als cynicus zeg ik: het hadden er veel meer kunnen zijn – als de Israëlische autoriteiten het opzet hadden gehad dat de VN-onderzoekscommissie hun toedicht.

***

    Op bovenstaand stukje ontving ik een scherpe vraag als reactie. Of het vanuit een ‘objectieve zoektocht naar de waarheid was’ dat ik dat stukje geschreven had? Natuurlijk niet. Ik heb voor zó’n zoektocht noch de aanleg, noch de achtergrond, noch de gedrevenheid, noch de onpartijdige ingesteldheid. Ik geloof zelfs dat die gebreken mij helpen om dezelfde gebreken bij anderen vast te stellen, in casu de commissieleden die dat rapport hebben opgesteld. 

* Het volledige rapport van de Commissie staat hier. Propaganda van de ‘andere’ kant vindt men op de site van het Jerusalem New Syndicate hier. Een vrij grondig antwoord op het rapport werd geformuleerd door UN Watch (hier en vooral hier). Kritische commentaren vindt men in het artikel van The Spectator hier en op de FB-pagina van Siegfried Tempels (hier en hier). Gelukkig had ik geen van die stukken gelezen toen ik mijn eigen stukje schreef, anders was het veel langer geworden.  

** Ik weet niet precies waar Vidal zijn cijfer van 21.280 vandaan heeft gehaald. Het rapport spreekt van 20.179 jonge slachtoffers.

*** Veel critici in Israël zelf vonden de rules of engagement in de Gaza-oorlog te eenzijdig gericht op de bescherming van de eigen soldaten ten koste van de veiligheid van de Gazaanse burgers. 

**** De helft van de Gazaanse bevolking is minder dan 18 jaar. Als de Israëlische bombardementen en schietpartijen volledig at random hadden plaatsgevonden, waren er 35.000 kinderen en jongeren gedood. Als speciaal de jeugd was geviseerd, was het nog meer geweest. Deze redenering wordt ontwikkeld op de FB-pagina van Siegfried Tempels. Daaronder staan ook enkele reacties van antizionisten die de redenering tegenspreken. 


De genocide-discussie in het algemeen

     Een beroemd verhaal van Raymond Carver heet What Do We Talk About When We Talk About Love? Daar moet ik aan denken als ik de zoveelste online-discussie zie over de genocide begaan door het Israëlische leger. Waar discussiëren we over als we discussiëren over genocide? Alhoewel  discussiëren meestal niet het goede woord is voor de dovemansgesprekken over de tienduizenden burgerslachtoffers in de Gaza-oorlog.
         Laat ik eens proberen om enkele lagen te onderscheiden.

  1. Juridisch: wat is de juridische definitie van het woord en wie spreekt daar een ultiem oordeel over uit?
  2. Semantisch: wat is de betekenis van het woord ‘genocide’ in relatie tot het aantal slachtoffers, de historische connotaties, en de omstandigheden, de frequentie en de intensiteit van begane wreedheden …
  3. Feitelijk: o.a. wat is verhouding tussen het aantal militaire en burgerslachtoffers onder de Gazanen?
  4. Speculatief: wat zijn de onmiddellijke en de ultieme intenties van de Israëlische regering en het Israëlische leger in Gaza?
  5. Moreel: zijn die intenties moreel aanvaardbaar en zijn de gebruikte middelen proportioneel?
  6. Polemisch: in welke mate wordt het woord gebruikt als afkorting van een politiek-ideologische sympathie, overtuiging of agenda?

     Goed, laten we ons een beschaafde discussie voorstellen tussen een Israël- en een Palestina-sympathisant. Beiden zijn het over enkele zaken eens. De Israëlische oorlog was een antwoord op de Hamas-raid, en op de beschietingen door Hamas de voorbije jaren.  Er zijn door bombardementen en schietpartijen ongeveer 70.000 Palestijnse doden gevallen. Veel van die doden waren burgerslachtoffers, journalisten, zorgverleners, vrouwen en kinderen. Er zijn hoogstwaarschijnlijk oorlogsmisdaden begaan door Israëlische soldaten.
     In die beschaafde discussie zal de Palestina-sympathisant het woord ‘genocide’ gebruiken en de Israël-sympathisant zal dat woord verwerpen. Wat kan de Palestina-sympathisant met het woord bedoelen?
  De zes lagen die ik in een vorig stukje introduceerde maken verschillende betekenissen mogelijk, al kunnen ze ook allemaal gecombineerd worden.

  1. Een meerderheid van juridische experts noemen de oorlog ‘genocide’
  2. Het aantal en de weerloosheid van de slachtoffers maakt een historische vergelijking mogelijk met de holocaust, de massamoord in Rwanda, of de slachtpartij in Srebrenica (waarbij meer dan 8000 mannen vanaf 14 jaar werden werden geselecteerd en geëxecuteerd omdat ze moslim waren)
  3. 90 tot 95 procent van de slachtoffers waren burgers die vielen bij bombardementen en schietpartijen op scholen, hospitalen en woonwijken
  4. De intentie van het Israëlisch leger en de Israëlische regering was om zoveel mogelijk burgerslachtoffers te maken, hetzij als wraak, hetzij om de bevolking te demoraliseren, hetzij om het gebied vrij te maken voor Joodse kolonisatie
  5. Zelfs als het aantal burgerslachtoffers slechts 65 à 70 procent bedroeg, blijft de oorlog misdadig na afweging tegen een onmogelijk te bereiken militair doel: de uitschakeling van Hamas
  6. De oorlog in Gaza had als bedoeling de oprichting van een gedekoloniseerde staat tussen de rivier en de zee onmogelijk te maken. 





8 opmerkingen:

  1. Willem Ceuppens, Dilbeek22 juni 2026 om 16:07

    Nuremberg

    Zoals u ook lijkt te bevestigen, had Göring zich in dat proces behoorlijk goed verdedigd (en niet alleen in de film), en de openbare aanklager Robert Jackson had heel wat moeite om misdadige verantwoordelijkheid en schuldheid in de schoenen van Göring te schuiven.

    Het "ad rem" had dus niet het beoogde succes,... dan maar een "ad hominem" geprobeerd... [Zij het bij associatie tactisch aansluitend bij een mogelijks wel echt "ad rem": de beelden van die concentratie-kamp-filmen]...

    Maar kun je dat "een list" noemen?

    Als het "ad hominem" (de vraag tot Göring over zijn loyauteit tot Hitler) dan toch een "list" zou zijn, dan was dat door Göring (voor de geschiedenis) misschien wel zelf uitgelokt...

    Dat kun je tussen de regels horen, wanneer Göring op het einde van de film tot Douglass Kelley, zijn (voor de gelegenheid beroepsgeheim-schendende) psychiater, zegt (zelfs op een ietwat "partner in crime toon"): "Jij hebt ze toch wel een beetje moeten helpen, hé..." Ik vond het toch een goede film, met goede acteurs die eens een minder bekende invalshoek toont...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Natuurlijk moest de aanklager de concentratiekampfilmpjes tonen en natuurlijk moest hij de loyaliteit van Göring tegen hem gebruiken. Mijn punt was dat zoiets in de film ten onrechte als 'list' wordt voorgesteld. De aanklager had echt geen psychiater nodig om op de hoogte te zijn van Görings loyaliteit. (Misschien heeft de psychiater wel op een subtielere manier kunnen helpen, dat weet ik niet: ik heb het boek niet gelezen.)

      Verwijderen
  2. Toch kunnen er bij die loyaliteit van Gõring en Himmler kanttekeningetjes gemaakt worden. 100 % loyaliteit had betekend dat ze samen met Hitler zouden tenonder gegaan zijn. Dat deden ze niet. Ze dachten integendeel op dit moment zichzelf tot Führer uit te roepen en het op een akkoordje te gooien met de geallieerden. Wat niet lukte weliswaar. Ook Gõring en Himmler waren zoals ze dit zo mooi in het Vlaams zeggen, "plantrekkers".

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Akkoord. Het was in het geval van Göring een combinatie van loyaliteit, ijdelheid en soldateske ethiek.

      Verwijderen
    2. Willem Ceuppens, Dilbeek23 juni 2026 om 16:06

      1/ Ook akkoord met : "het was in het geval van Göring wellicht een combinatie van loyaliteit, ijdelheid en soldateske ethiek".

      2/ En die vraag tot Göring (over zijn loyaliteit tot Hitler) hoefde inderdaad niet als list voorgesteld te worden, aangezien het normale antwoord voor praktisch iedereen vooraf duidelijk was. Dat had ik trouwens ook gesuggereerd door de vraag: "maar kun je dat een list noemen?..."

      Waarom het in deze film dan toch zo werd aangebracht, heeft wellicht te maken met de optie van de regisseur om enerzijds de persoonlijkheid van Göring in de verf te zetten, en anderzijds de ambivalente rol van de psychiater in bepaalde zin te waarderen. Het boek van Jack El- Hai waarop de film gebaseerd is, noemt dan ook "The Nazi and the Psychiatrist". De openbare aanklager is dan de derde protagonist (de "trit-agonist" dus)

      3/ En dat het bij Göring niet louter om "plantrekkerij" gaat kan je hier uit afleiden dat hij ook wel wijs genoeg was om de "valstrik" (zoals voorgesteld in de film) te snappen, en dat hij ("om zijn plan te trekken") die vraag anders had kunnen beantwoorden. En hij had daar eigenlijk goede redenen voor:

      (1) Hij wist heel goed dat dit gegeven antwoord zijn definitief doodsvonnis betekende (vergelijk met de tegengestelde houding van Speer en Schirach die door schuldbekentenis de executie ontliepen).

      (2) Bovendien was Göring aan Hitler geen loyaliteit meer schuldig, daar hij goed wist hoe Hitler hem bij het einde van de oorlog gedesavoueerd had (welke "vernederende vergissing" hij wellicht voor zichzelf wel kon toeschrijven aan de misleidende intriges van de door iedereen gehate Bormann)

      Verwijderen
  3. Voor 1 keer geloof ik heer Philip C. niet: nml. dat u vroeger geen kranten las, nou moe, kan dat? 'Sie haben es nicht gewusst' toen De Standaard schreef hoe Bart De Wever met bestelwagens Vlaams geld naar Wallonië reed, las U niet over Ibramco of over de karwats van Hugo Schiltz? Neen ik beweer niet dat U een leugenaar bent. Maar dat U de indruk van conservatieve ouderen niet kan bevestigen, tja... Wat U hier dagelijks neerschrijft geeft mij de indruk dat het eerder tactiek is (cattenatio?). Mijn indruk natuurlijk.
    Volgens mijn vrouw kan het dan weer wel dat de leraar Nederlands van haar dochter weinig kranten las. Mijn allerliefste denkt dat U ook nu amper 1 krant leest, nml. de links-liberale De Standaard. Ach eigen indruk eerst natuurlijk.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Heb ik 'de dochter van uw vrouw' in mijn klas gehad? Wie was dat. Ik kan mij in elk geval geen Stuivenberg herinneren. Overigens heeft uw vrouw gelijk. Bij ons thuis is het mijn vrouw die dagelijks 5 kranten leest.

      Verwijderen
  4. Nou breekt mijn klomp...
    Ja navraag en eerlijkheid gebieden me te zeggen dat onze dochter al dértig jaar geleden de Waverse Ursulinen heeft verlaten.
    Mijn excuses! Neen papa ik kreeg er nooit les van ene meester Philip C., zo verzekerde ze me. Mijn excuses nogmaals. Ze vertelde me dan weer wèl een zeer mooi verhaal over "naakt zwemmen enzo" van een paar van haar medeleerlingen met een van hun leeraars. (neen lezer en mevrouw C. het betreft hier niet P. C.). Ach geruchten zijn als wielrenners, sommigen onder hen doen de ronde, anderen zijn verzonnen. Hier zou het om het eerste gaan. Het is 30 jaar geleden, een hele tijd
    En waarom vertel je dat hier nu, vraagt mijn echtgenote. Ja waarom eigenlijk?

    BeantwoordenVerwijderen