dinsdag 9 juni 2026

Boudry en Van Raemdonck

 


Maarten Boudry en Ann van Raemdonck
     De studentikoze lefgozer die Boudry is beweerde op FB dat het stuk van Ann Van Raemdonck in Knack eigenlijk door hemzelf was ingestuurd onder haar naam. Hij noemde het een parodie op de ‘islam-apologie van regressief-linkse academici’. Ik vond dat een goede grap, maar the joke was on me. De tekst was echt van Van Raemdonck. Boudry had zijn commentaar sluw vooraf laten gaan door het woord hoax. Maar de hoax was niet het stuk in Knack, het was het FB-bericht zelf. Ook een goede grap natuurlijk, al lachte ik wat groen omdat ik erin gelopen was. En een grap verheven tot de tweede macht is wat moeizaam.
  
     De vijanden van Boudry waren woest. Opiniemaker Frank D’hanis schreef: ‘De intellectuele oneerlijkheid is hallucinant … Boudry zet daar zijn stinkende aars boven en draait er een drol op.’ Of anders gezegd: Boudry heeft gelogen. Boudry heeft gelasterd. Her en der lees je dat Knack en Van Raemdonck Boudry een proces moeten aandoen.
      Ik vind dat allemaal niet. Een ‘leugen’ waarvan het bedoeling is dat die na een korte tijd uitkomt – zoals een aprilgrap – is geen leugen.
     Ik begrijp trouwens de ‘boodschap’ van Boudry: ‘Dat stuk van Van Raemdonck is zo voorspelbaar* en recycleert zoveel clichés dat het een parodie had kunnen zijn. En tóch heeft Knack het gepubliceerd.’ Ik heb dat gevoel ook wel eens, zelfs bij columnisten die ik meestal waardeer. Het gebeurt dat ik een stukje lees van Mia Doornaert, Rik Torfs of Ive Marx, waarvan ik zeg: dat had ik ook kunnen schrijven, met wat hulp van AI. Maar uit de meeste van hun stukjes leer ik iets bij. Of ze verrassen mij. Of ze zetten mij aan tot nadenken. Of ze formuleren helder wat ik slechts in het schemerlicht had gezien.
     Nu zou ik om goed te zijn dat stuk van Van Raemdonck moeten lezen: eens kijken of ik er iets uit bijleer, of ik verrast word, of ik tot nadenken word aangezet, of ik mijn schemerige gedachten helder weerkaatst vind. 

* Voorspelbaarheid is overigens niet hetzelfde als over een bepaalde zaak consequent steeds hetzelfde standpunt in te nemen. Voorspelbaarheid als slechte eigenschap doet zich voor als we afdalen tot het niveau van de argumentatie en de formulering. Karel van het Reve hekelde consequent het communisme in Rusland, maar ik zou hem niet ‘voorspelbaar’ noemen. 




4 opmerkingen:

  1. Willem CEUPPENS, Dilbeek9 juni 2026 om 16:09

    "Het stuk van eremagistraat Henri Heimans (DM 9/6) brengt naar mijn smaak geen nieuwe argumenten in het debat, maar wel veel gekleurde woorden..."

    Volledig akkoord met uw discursieve kritiek én weerlegging van de argumentatie van eremagistraat Henri Heimans. Maar hij is desondanks ongetwijfeld toch een nuancerend én een goed mens.

    Wanneer men kennis neemt van zijn publicatie (in samenwerking met Dirk Verhofstadt) "KZ-syndroom. Een litteken dat nooit verdwijnt", waarin hij de lotgevallen van zijn ouders beschrijft (en in het bijzonder van zijn moeder "een talentvolle violiste"), -zij het vooral van horen zeggen, want "...Pas na de dood van mijn moeder in 1989 begon mijn vader mij een aantal zaken te vertellen" (blz.11)- ... dan past wel enig begrip en mildheid... mildheid die eigenlijk ook hijzelf (op een enkele uitzondering na) betoont... Dat merkte ik ook toen hij destijds in een TV-programma aan het woord kwam.

    Het boek verscheen in 2024 bij Houtekiet.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, als studentikoze lefgozer is Boudry op zijn best.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Johan Braeckman is ook niet meer aan de UGent.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dus die "woeste vijanden" van Boudry mogen zich niet afvragen of hij *misschien* aan het liegen is? En of onze grappenmaker met die uitspraak niet *andermaal* een valletje heeft open gezet. Zelf ben ik al benieuwd naar zijn volgende stunt, maar bij alles wat hij voortaan zegt zomaar gratuit geloven dat het waar is? Neen dat nu ook weer niet. A propos de bijval die hij van tscheldt krijgt, heeft hij die zélf als grap geschreven? Ik mag het toch hopen voor hem. Ja, ik was er bijna ingetuind.

    BeantwoordenVerwijderen