zondag 31 mei 2026

Vrijheid voor lompe racisten


 
   
Ik weet niet of Dries Van Langenhove een lompe racist is. Om dat te weten zou ik mij weer moeten verdiepen in wat die kerel allemaal gezegd en niet gezegd heeft, en dat interesseert mij niet erg. Ik ga er gewoon even van uit dat dat zo is, dat zijn rol ongeveer uitgespeeld is, en dat hij er alleen op uit is om even de aandacht te trekken met provocaties. Als ik mij vergis, dan is dat maar zo.

      Het punt dat een liberaal als ik wil maken, is dat de vrije meningsuiting moet gelden voor iederéén, dus ook voor kwaadwillige, lompe racisten. Lode Cossaer maakt dat punt in Knack, en bekritiseert en passant degenen – ‘conservatieven’ tussen aanhalingstekens – die de vrijheid opeisen voor DVL, maar die vrijheid willen ontzeggen aan

 … imams die preken over het vernietigen van het Westen, pro-Palestijnse activisten die preken over het einde van Israël, of radicale antikapitalisten die het einde van het kapitalisme — en kapitalisten — willen … Dat betekent ook dat de veroordeling van Fouad Belkacem wegens aanzetten tot haat een vergissing was. Ook hij behoorde dat te mogen zeggen …  De vrijheid van meningsuiting is ook in gevaar omdat de regering de vrijheid verder wil ondermijnen. De pogingen om nieuwe wetgeving in te voeren om een vereniging zoals Samidoun illegaal te verklaren, ook al doet die niets illegaals (dixit premier Bart De Wever), is een veel grotere illustratie van de verdere erosie van de vrijheid van meningsuiting dan de vervolging van Dries Van Langenhove op basis van een al lang bestaande wet.

      Cossaer heeft, geloof ik, gelijk dat een nieuwe, bijkomende wet, vanuit principieel standpunt erger is dan de toepassing van een bestaande wet. De argumentatie om Samidoun te verbieden brengt een bijkomend verbod in de wetgeving, namelijk op het verheerlijken van terrorisme*. Cossaer schrijft, terecht, dat de vrije meningsuiting ook het ‘hypothetisch filosoferen over mogelijk geweld tegen bepaalde groepen’ moet toelaten. Volgens dat principe mochten de geschriften van Bakoenin, Sorel, Fanon en Sartre vrij gepubliceerd worden in de liberale democratieën, en mocht mijn organisatie Amada-PVDA indertijd in alle vrijheid oproepen om ‘vroeg of laat’ een gewapende revolutie te ondernemen. 

    Maar laat ik hier het principiële terrein verlaten en mij verder beperken tot de pragmatische argumenten en tot de racismekwestie. Het bestaan en het uiten van racistische haatgevoelens heeft allerlei nadelen. Het maakt de geviseerde minderheden ongelukkig, het maakt de racisten zelf waarschijnlijk ook ongelukkig, het choqueert gevoelige zielen, het leidt tot onnodige discriminatie, het lokt onredelijke, geradicaliseerde en gewelddadige tegenreacties uit, het draagt bij aan de verharding van de maatschappij, en het kan in extreme gevallen uitmonden in de vervolging en zelfs uitroeiing van minderheden. Al die nadelen van racistische haat zijn in zekere zin voordelen van de antiracisme-wet. In welke mate die nadelen ook echt weggenomen worden door gerechtelijke vervolging van racistische uitspraken is een andere kwestie. 

    Ik wil hier, tegenover de mogelijke voordelen van de antiracisme-wet, enkele pragmatische nadelen ervan op een rijtje zetten, waarbij ik wel eens herhaal wat ik vroeger al geschreven heb. Antiracistische wetgeving …

  1. Gebruikt te rekbare criteria en legt te veel nadruk op subjectieve beoordeling van intenties
  2. Is politiek eenzijdig omdat het andere haatuitingen niét strafbaar stelt
  3. Creëert een eerste hellend vlak omdat racisme te ruim kan worden begrepen
  4. Creëert een tweede hellend vlak omdat de achterliggende mentaliteit van zo’n wetgeving ook andere vrijheidsbeperkende wetgeving kan rechtvaardigen – cf. het Samidoun-wetsontwerp
  5. Verplicht racisten tot grotere subtiliteit, wat hen in zekere zin gevaarlijker maakt**
  6. Nodigt antiracisten uit tot gemakkelijke gezagsargumenten: waarom nadenken en argumenteren als men de wet achter zich heeft?
  7. Schenkt racisten een aureool van martelaarschap
  8. Is ondemocratisch als ze een brede stroming binnen de publieke opinie betreft
  9. Is overbodig als ze een extreem kleine minderheid viseert
  10. Kan het migratie-debat beperken en scheeftrekken.

          Over dat tiende nadeel, kreeg ik een verhelderende reactie van Jurgen Ceder. 

Hoe kun je met deze wet veilig kritiek uiten op immigratie en haar negatieve gevolgen, zoals bijvoorbeeld op gebied van criminaliteit? Zoiets zet zeker aan tot negatieve gevoelens over migratie en over het beleid dat daarrond wordt gevoerd, eventueel ook tegenover de verantwoordelijke beleidsmensen. Dat allemaal behoort tot echter tot de essentie van politiek. Hoe kan je echter systematisch kritiek uiten op migratie en het beleid daarrond, zonder dat een rechter zal oordelen dat dit ook aanzet tot haatgevoelens tegenover vreemdelingen? 

    Men kan nog verder gaan. Men moet niet eens te keer gaan over de negatieve gevolgen van migratie en over criminaliteit. Alleen al de idee propageren of toepassen dat immigratie beperkt moet worden, kan haatgevoelens oproepen of versterken. Want als migranten ongewenst zijn, dan moet er met die mensen toch iets mis mee zijn, en waarom kunnen we ze dan niet in een moeite door gaan haten?

     Goed, laten we niet overdrijven. Er zal vandaag geen rechter te vinden zijn die verblind genoeg is om Anneleen Van Bossuyt op grond van die redenering te veroordelen, maar de formulering van de wet is eigenlijk rekbaar genoeg om zo’n veroordeling te rechtvaardigen. Van Bossuyt zou zich geloofwaardig kunnen verdedigen dat haat tegen migranten niet het doel van haar beleid en van haar communicatie is, maar ze zou moeten toegeven dat ze wéét dat dat een van de gevolgen kan zijn. Als je wéét dat een slag dodelijke gevolgen kan hebben, heb je dan ook niet de intentie om te doden?

      Het moge duidelijk zijn dat die pragmatische redenen niet allemaal even zwaar wegen. Het martelaarschap-argument maakt op mij niet veel indruk, hellend-vlakargumenten zijn altijd betwistbaar, en het migratiedebat-argument mogen we, zoals gezegd, niet overdrijven. Maar alles samen vormen de pragmatische nadelen een mooi pakket tegen de mogelijke voordelen van de wet. 


* Het wetsontwerp wil organisaties ook kunnen verbieden op grond van het onbewezen vermoeden van organisatorische banden met terroristische organisaties. Die restrictie valt volgens mij buiten de kwestie van vrije meningsuiting, maar is eveneens strijdig met de liberale traditie volgens dewelke terroristische organisaties als de IRA en de ETA verboden waren, maar sympathiserende organisaties als Sinn Fein en Herri Batasuna niét verboden waren.

** Hier zou je echter tegenin kunnen brengen dat racisme het gevaarlijkst is als het tegelijk op het subtiliteit en grofheid inzet, om zo het breedst mogelijke publiek te bereiken. 

3 opmerkingen:

  1. Vreemd dat het u niet interesseert "wat DVL allemaal gezegd en niet gezegd heeft". U doet wat u wil natuurlijk maar dit staat in schril contrast met de dissectie welke u wel eens toepast op teksten en stellingen van mensen als Reynebeau, Vos e.a. medewerkers van De Standaard. Maar, u doet natuurlijk wat u wil, geloof ik.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mij lijkt het grootste nadeel van zo' n knullige wetgeving dat ze het funcioneren van de sociale sanctionering uitschakelt. In een gezonde maatschappij worden fenomenen als racisme genoeg onder controle gehouden door sociale sanctionering en worden individuen die zich aan zo'n gedrag te buiten gaan sociaal geïsoleerd. . Maar linkse betuttelaars geloven natuurlijk niet in capaciteit van de gewone mensen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Bakeonin, Satre etc. , wie las die indertijd buiten een paar maagzweerlijders. En Frantz Fanon, wie op die Franse gezellige eilanden als Martinique of Guadaloupe zou die kennen, op een lokale professor met een door ontwikkelingshulp gesubsidieerde leerstoel, na. Maar vraag hen wie Jacob Devarieux was, die zullen ze wel kennen. De meeste intellectuelen lijden aan dezelfde onhebbelijkheid: ze overschatten verregaande hun impact op de maatscappij.

    BeantwoordenVerwijderen